Aanpassing van de centrale doorstroomtoets

De regering moet een centrale doorstroomtoets invoeren. Tegelijkertijd moet de regering de wettelijke taken van deze toets aanpassen in een nieuw wetsvoorstel. De huidige toets heeft namelijk functies die niet bij elkaar passen. De toets moet vooral de leerling en de leraar helpen, in plaats van alleen gebruikt te worden voor beoordelingen.

Motie van de leden Flach en Boomsma over een centrale doorstroomtoets en de herijking van de wettelijke functies ervan in samenhang uitwerken in een wetsvoorstel

De kamer, constaterende dat de Kamer heeft uitgesproken dat onwenselijke effecten ontstaan doordat de doorstroomtoets onverenigbare functies is gaan vervullen en dat deze toets weer primair dienstbaar moet zijn aan de leerling en leraar; overwegende dat de zorgvuldige invoering van een centrale doorstroomtoets niet mogelijk is zonder gelijktijdige herijking van de wettelijke functies van de doorstroomtoets, aangezien deze toets nauw verband houdt met de wijze waarop leerresultaten van scholen worden beoordeeld, met de manier waarop het beheersen van basisvaardigheden in beeld wordt gebracht en met de status van het schooladvies; verzoekt de regering de invoering van een centrale doorstroomtoets en de herijking van de wettelijke functies van de doorstroomtoets gelijktijdig ter hand te nemen en in samenhang uit te werken in een wetsvoorstel.
30 september | SGP, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij ziet centrale toetsen als een middel om kansengelijkheid te bevorderen en als een objectieve manier om het schooladvies te versterken [1]. De wens om de functies van de toets te herijken sluit aan bij het standpunt dat een toets niet zwaarder mag wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind en onderdeel moet zijn van een breder adviesproces [1].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat een toets niet zwaarder mag wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind [1] en pleit voor een later selectiemoment in het onderwijs door in te zetten op brede brugklassen [2].

Bronnen:

  1. "Volt gaat de overgang van basis naar voortgezet onderwijs eerlijker en kindgerichter maken. Centrale toetsen dragen bij aan kansengelijkheid door als objectieve check het schooladvies te versterken of bij te stellen. Tegelijkertijd mag de toets niet zwaarder wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind. Volt pleit daarom voor een breder adviesproces, gebaseerd op de leerontwikkeling die leraren door de jaren heen waarnemen, in combinatie met doorstroomgesprekken met ouders en leerlingen. Volt stimuleert de ontwikkeling van alternatieve toetsvormen, zoals kleinschalige, diagnostische toetsen die gericht zijn op ondersteuning in plaats van selectie. Scholen krijgen hierbij inhoudelijke en professionele begeleiding om deze toetsen op een eerlijke en stressvrije manier te integreren in hun schooladvies."
  2. "We kiezen ook voor een later selectiemoment in het funderend onderwijs door in te zetten op brede brugklassen."