Online contactverbod voor terrorismeverdachten

De regering moet een online contactverbod ontwikkelen voor terrorismeverdachten. Radicalisering en het vormen van terroristische netwerken gebeurt steeds vaker via internet. Er is nu geen middel om deze online contacten tussen verdachten te stoppen.

Motie van de leden Straatman en Martens-America over een online contactverbod voor terrorismeverdachten of -veroordeelden

De kamer, constaterende dat radicalisering en terroristische netwerkvorming steeds vaker online plaatsvinden en onlinecontacten kunnen uitgroeien tot jihadistische netwerken, en dat vooral jongeren hier vatbaar voor zijn; constaterende dat een fysiek contactverbod kan worden opgelegd aan terrorismeverdachten of -veroordeelden ter bescherming van de nationale veiligheid, maar dat een vergelijkbaar instrument voor de onlinewereld ontbreekt; overwegende dat het wenselijk is om te voorkomen dat onlinecontacten leiden tot verdere radicalisering, netwerkvorming en het ontstaan van een terroristische dreiging; verzoekt de regering uit te werken hoe een online contactverbod kan worden ingezet om concrete onlinecontacten tussen terrorismeverdachten of -veroordeelden tegen te gaan; verzoekt de regering de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2027 te informeren.
5 oktober | CDA, VVD | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de rechtsorde onder druk staat door de terroristische dreiging van jihadisme en extremistische netwerken [3]. Zij willen de invloed van landen die terrorisme subsidiëren aan banden leggen [1] en willen dat de overheid grenzen stelt aan het digitale maatschappelijke verkeer [4]. Tevens vindt de partij dat de overheid verantwoordelijkheid heeft om kinderen te beschermen tegen gevaar in de digitale wereld [2].

Argumenten tegen: Er zijn geen directe argumenten tegen de motie in het programma, al wordt benoemd dat bij regulering van het digitale maatschappelijke verkeer het recht op privacy en vrije toegang tot gegevens niet in het gedrang mag komen [4].

Bronnen:

  1. "De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."
  2. "Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."
  3. "Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."
  4. "Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."