De regering moet met burgemeesters afspraken maken om gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties niet toe te staan. Hierdoor zijn relschoppers beter herkenbaar en kunnen zij niet onder het mom van het demonstratierecht strafbare feiten plegen.
Motie van het lid Martens-America over gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in de regel niet toestaan
De kamer,
overwegende dat in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) is
afgesproken zo veel mogelijk één lijn te trekken als het gaat om demonstraties waarbij de snelweg of het spoor gebruikt wordt en daarbij
strafrechtelijk op te treden;
overwegende dat de Kamer heeft verzocht om een landelijk verbod op
gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties in consultatie te brengen;
verzoekt de regering totdat dit wetsvoorstel er is om, naar analogie van de
bovenstaande afspraken met het LOVP, eveneens afspraken te maken met
in ieder geval burgemeesters om gezichtsbedekkende kleding bij
demonstraties in de regel niet toe te staan, zodat relschoppers kunnen
worden geïdentificeerd en zij niet onder het mom van het demonstratierecht strafbare feiten kunnen plegen.
Argumenten voor: De partij stelt dat het grondrecht op demonstreren niet onbegrensd is [1]. Daarnaast wil de partij het verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties handhaven [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"Demonstreren is een grondrecht, maar niet onbegrensd. Waar een beperking of een demonstratieverbod geldt, moet dit strikt worden gehandhaafd om de rechtmatige uitoefening van dit recht vast te houden. De beschikbaarheid van politieagenten om de demonstratie in goede banen te kunnen leiden, moet zwaarder kunnen meewegen bij de beoordeling door burgemeesters. We handhaven het verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties."