De regering moet ervoor zorgen dat vergelijkbare winkelvestigingen één gezamenlijke RI&E (Risico-Inventarisatie en -Evaluatie) mogen gebruiken. Nu moet elke locatie afzonderlijk extern worden getoetst. Dit zorgt voor onnodige kosten en verspilt schaarse deskundigheid. Eén centrale beoordeling is voldoende voor locaties met dezelfde risico's.
Motie van de leden Kisteman en Flach over zorgen dat bij vergelijkbare vestigingen kan worden volstaan met één representatieve RI&E
De kamer,
constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie bij winkelketens
iedere vestiging afzonderlijk lijkt te verplichten tot externe toetsing van de
RI&E, ook wanneer sprake is van vergelijkbare werkzaamheden en
arborisico’s;
overwegende dat nergens in de regelgeving expliciet is bepaald dat de
RI&E per afzonderlijke locatie extern moet worden getoetst en dat
identieke risico’s en maatregelen telkens opnieuw worden beoordeeld,
terwijl er bovendien een tekort is aan arbokerndeskundigen;
overwegende dat deze werkwijze leidt tot onnodige kosten en capaciteit
onttrekt aan daadwerkelijke preventie en advisering op de werkvloer;
overwegende dat de Arbovisie 2040 juist inzet op preventie aan de
voorkant en op eenvoudige en naleefbare regelgeving;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij vergelijkbare vestigingen kan
worden volstaan met één representatieve RI&E, aangevuld met een
beperkte beoordeling van locatiespecifieke risico’s.
Argumenten voor: De partij wil dat de onnodige regeldruk afneemt [5]. Zij spreekt zich uit tegen overregulering waarbij bedrijven administratieve systemen moeten bijhouden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel [2]. Ook wil de partij ''regelcongestie' door regels, procedures en beleidslagen die elkaar in de weg zitten, voorkomen [3] en streeft zij naar vereenvoudiging van het regelwoud [4].
Argumenten tegen: De partij wil de toezicht op de naleving van wetgeving, zoals de Arbowetgeving, aanscherpen [1].
Bronnen:
"Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
"Dat een vitale en duurzame economie mogelijk is, laten veel bedrijven al zien. Ze dragen door slimme innovaties bij aan de waardecreatie van de toekomst. Als goede werkgevers dragen ze zorg voor hun personeel en maken verantwoorde keuzes als het gaat om duurzaamheid en milieu. Natuurlijk is normering vanuit de overheid hierbij nodig, bijvoorbeeld om achterblijvers te prikkelen om ook die goede keuzes te maken. Dit leidt soms echter tot overregulering, waarbij van bedrijven wordt gevraagd om kolossale administratiesystemen bij te houden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel. Ondernemers die alle ritten van hun personeel bijhouden en rapporteren. Kleine bedrijven die met moeite voldoen aan de gedetailleerde CSRDuitvragen van bedrijven verderop in de keten. Of financiële instellingen die rapporteren over talloze indicatoren, zonder dat dit hun portefeuille daadwerkelijk duurzamer maakt."
"In Nederland worden oplossingen soms tegengehouden door regels, procedures en beleidslagen die elkaar in de weg zitten. Het resultaat is een 'vetocratie': iedereen kan iets tegenhouden, maar gezamenlijk krijgen we de grote zaken niet meer van de grond. Dit leidt tot frustratie en vervreemding: waarom moet een school voor elke subsidieaanvraag tientallen pagina's invullen, terwijl het geld bedoeld is voor lesgeven? De regelcongestie raakt het dagelijks leven: een dorpsfeest moet soms meer dan tien vergunningen aanvragen, inclusief geluidsplan, verkeersplan en toiletplan. Zorgverleners besteden uren aan opgelegde formulieren. Vrijwilligersorganisaties moeten voldoen aan complexe UBO- en AVG-registraties, zelfs als ze alleen een buurtbarbecue organiseren."
"De ChristenUnie heeft goede blauwdrukken uitgewerkt om het belastingstelsel en de sociale zekerheid te vereenvoudigen en te verbeteren. De ervaring leert echter dat zulke grote stelselherzieningen lang duren. Om geen tijd te verliezen introduceren we een jaarlijkse vereenvoudigingsdag en verplichten we de regering om elk jaar een pakket met kleinere vereenvoudigingen van het regelwoud, de fiscaliteit en de sociale zekerheid uit te werken en door te voeren."
"Deze onnodige regeldruk moet minder, of het nu om mkb-bedrijven, financiële instellingen of beursgenoteerde ondernemingen gaat. Wat de ChristenUnie betreft stuurt de overheid op doelen in plaats van middelvoorschriften, waarbij ondernemers zelf aan het stuur zitten om deze te bereiken, en niet voorgeschreven krijgen op welke wijze ze deze doelen moeten halen."