Betere arbeidseis voor kinderopvang

De regering moet onderzoeken hoe de arbeidseis in het nieuwe stelsel voor kinderopvang kan worden aangescherpt. De huidige eis van minimaal één uur werken of studeren maakt te weinig onderscheid tussen ouders die weinig werken en ouders die veel werken. Een strengere eis sluit beter aan bij het werkelijke aantal uren en helpt mensen om meer te gaan werken.

Motie van het lid Ceulemans over de mogelijkheden in kaart brengen voor een arbeidseis die beter aansluit bij het aantal gewerkte uren

De kamer, constaterende dat de effectieve arbeidseis in het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang neerkomt op een ondergrens van minimaal één uur werken of studeren; overwegende dat deze ondergrens nauwelijks onderscheid maakt tussen ouders die beperkt en ouders die meer uren werken, terwijl het nieuwe stelsel juist beoogt meer werken te stimuleren; verzoekt de regering de mogelijkheden in kaart te brengen voor een aangescherpte arbeidseis die beter aansluit bij het daadwerkelijke aantal gewerkte uren, en de Kamer hierover voor de behandeling van het wetsvoorstel te informeren.
7 oktober | JA21 | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft ernaar om mensen te activeren zodat zij weer aan het werk gaan en hun zelfstandigheid herstellen [1][4]. Ook wil de partij de paradox op de arbeidsmarkt aanpakken, waarbij mensen door het huidige systeem worden ontmoedigd om meer uren te werken [3]. Een systeem waarbij werken weer echt loont [2] wordt ondersteund door een arbeidseis die beter aansluit op de werkelijkheid.

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om een effectievere arbeidseis of een betere aansluiting van het stelsel op het aantal gewerkte uren tegen te zijn.

Bronnen:

  1. "Een vangnet dat mensen activeert om weer te gaan werken. Ondersteuning moet altijd gericht zijn op het herstel van zelfstandigheid."
  2. "Werken weer laten lonen met een sterk vereenvoudigd stelsel van toelagen, dat niet primair inkomensafhankelijk is en waarmee de marginale druk fors omlaag gaat."
  3. "Nederland kampt met een paradox op de arbeidsmarkt. Enerzijds klagen werkgevers over personeelstekorten en blijven vacatures lang openstaan. Anderzijds staan hon -derdduizenden mensen aan de kant: werklozen of werk -nemers die door het huidige systeem worden ontmoedigd om meer te werken. Door deze mismatch lopen we economische groei mis en staat onze sociale zekerheid steeds meer onder druk, en blijven zowel werkgevers als werkzoe -kenden gefrustreerd achter."
  4. "Ons volledige arbeidspotentieel te benutten door vol in te zetten op scholing, omscholing, en het activeren van mensen die aan de kant staan."