De regering moet bij de Energieraad inzetten op bindende Europese afspraken over de compensatie van elektriciteitskosten voor bedrijven. Nu zorgen verschillende regels voor een ongelijke strijd tussen bedrijven in de Europese Unie. De regering moet ook met de Europese Commissie praten voor duidelijke regels voor de verlaging van deze kosten.
Motie van het lid Van den Berg over bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven
De kamer,
constaterende dat verschillen in compensatie van industriële elektriciteitskosten en in de uitleg van Europese regels kunnen leiden tot een ongelijk
speelveld tussen vergelijkbare bedrijven binnen de Europese Unie;
overwegende dat bedrijven moeten kunnen rekenen op voorspelbare
compensatie en dat een gelijker Europees speelveld gepaard moet gaan
met voldoende bescherming tegen concurrentienadeel en weglek naar
landen buiten de Europese Unie;
verzoekt de regering bij de Energieraad van 29 oktober 2026 te pleiten
voor bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages,
berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven,
zonder daarvoor een nieuw Europees fonds op te richten;
verzoekt de regering hierover op ministerieel niveau met de Europese
Commissie in gesprek te gaan, steun bij andere lidstaten te zoeken en te
vragen om een eenduidige uitleg van de Europese regels voor gerichte
verlaging van industriële elektriciteitskosten;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitkomsten van het
overleg met de Europese Commissie en het draagvlak onder andere
lidstaten.
Argumenten voor: De partij pleit voor dezelfde regels voor iedereen binnen Europa en tegen extra nationale regels bovenop de Europese afspraken [1]. Het is voor de partij essentieel om de competitiepositie van Nederland niet aan te tasten door de beprijzing van CO2 [2] en om de economische aansluiting bij de wereldtop te behouden, aangezien de elektriciteitsprijzen in Nederland momenteel extreem hoog zijn in vergelijking met andere landen [4].
Argumenten tegen: De partij wil stoppen met actieve industriepolitiek op zowel nationaal als Europees niveau [3].
Bronnen:
"Dezelfde regels voor iedereen binnen Europa. Dus geen nationale CO2-heffingen en geen extra regels bovenop de Europese afspraken."
"Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
"Stoppen met actieve industriepolitiek op nationaal en op Europees niveau, omdat dit beleid altijd eindigt in tranen. Hierbij kunnen tijdelijk uitzonderingen gelden voor kritieke militair-industriële doelen."
"Slecht doordachte en slecht uitgevoerde plannen op het terrein van energie, klimaat, stikstof en natuurbeleid, hebben ervoor gezorgd dat Nederland zijn aansluiting bij de economische top van de wereld dreigt kwijt te raken. Het elektriciteitsnet is verstopt, kwetsbaar en de prijzen zijn extreem hoog in vergelijking met andere landen."