Gelijke elektriciteitsregels voor EU-bedrijven

De regering moet bij de Energieraad inzetten op bindende Europese afspraken over de compensatie van elektriciteitskosten voor bedrijven. Nu zorgen verschillende regels voor een ongelijke strijd tussen bedrijven in de Europese Unie. De regering moet ook met de Europese Commissie praten voor duidelijke regels voor de verlaging van deze kosten.

Motie van het lid Van den Berg over bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven

De kamer, constaterende dat verschillen in compensatie van industriële elektriciteitskosten en in de uitleg van Europese regels kunnen leiden tot een ongelijk speelveld tussen vergelijkbare bedrijven binnen de Europese Unie; overwegende dat bedrijven moeten kunnen rekenen op voorspelbare compensatie en dat een gelijker Europees speelveld gepaard moet gaan met voldoende bescherming tegen concurrentienadeel en weglek naar landen buiten de Europese Unie; verzoekt de regering bij de Energieraad van 29 oktober 2026 te pleiten voor bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven, zonder daarvoor een nieuw Europees fonds op te richten; verzoekt de regering hierover op ministerieel niveau met de Europese Commissie in gesprek te gaan, steun bij andere lidstaten te zoeken en te vragen om een eenduidige uitleg van de Europese regels voor gerichte verlaging van industriële elektriciteitskosten; verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitkomsten van het overleg met de Europese Commissie en het draagvlak onder andere lidstaten.
7 oktober | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil een gelijk speelveld voor de industrie creëren door de regelgeving gelijk te trekken met omringende landen zoals Duitsland en België [1]. Tevens wil de partij de industrie beschermen tegen het vertrekken van bedrijven naar landen met lagere energiekosten en minder regeldruk [2]. Hierbij staat het herstellen van de concurrentiekracht centraal door de beperkende werking van EU-wetgeving aan te pakken [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen de motie indruisen.

Bronnen:

  1. "Een gelijk speelveld voor onze industrie door regelgeving gelijk te trekken met omringende landen zoals Duitsland en België. We introduceren geen nationale CO2-heffingen bovenop Europese regels en we schaffen bestaande nationale CO2-heffingen af."
  2. "We moeten de Nederlandse industrie koesteren. Onze hoogwaardige maakindustrie - van chemie tot voedingsmiddelen, van high-tech tot metaal - vormt de ruggengraat van onze welvaart. Toch zien we bedrijven sluiten of ver -trekken naar landen met lagere energiekosten en minder regeldruk. Industriebedrijven worstelen met netconges -tie, eindeloze vergunningsprocedures en energiekosten die torenhoog zijn vergeleken met onze buurlanden."
  3. "Rigoureuze deregulering van beperkende EUwetgeving die onze ondernemers en industrie al te lang vastzet. Alleen zo herstellen we de concurrentiekracht van Nederland en geven we ondernemerschap weer de ruimte."