De regering moet bij de Energieraad inzetten op bindende Europese afspraken over de compensatie van elektriciteitskosten voor bedrijven. Nu zorgen verschillende regels voor een ongelijke strijd tussen bedrijven in de Europese Unie. De regering moet ook met de Europese Commissie praten voor duidelijke regels voor de verlaging van deze kosten.
Motie van het lid Van den Berg over bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven
De kamer,
constaterende dat verschillen in compensatie van industriële elektriciteitskosten en in de uitleg van Europese regels kunnen leiden tot een ongelijk
speelveld tussen vergelijkbare bedrijven binnen de Europese Unie;
overwegende dat bedrijven moeten kunnen rekenen op voorspelbare
compensatie en dat een gelijker Europees speelveld gepaard moet gaan
met voldoende bescherming tegen concurrentienadeel en weglek naar
landen buiten de Europese Unie;
verzoekt de regering bij de Energieraad van 29 oktober 2026 te pleiten
voor bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages,
berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven,
zonder daarvoor een nieuw Europees fonds op te richten;
verzoekt de regering hierover op ministerieel niveau met de Europese
Commissie in gesprek te gaan, steun bij andere lidstaten te zoeken en te
vragen om een eenduidige uitleg van de Europese regels voor gerichte
verlaging van industriële elektriciteitskosten;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitkomsten van het
overleg met de Europese Commissie en het draagvlak onder andere
lidstaten.
Argumenten voor: De partij wil dat grote vervuilers en bedrijven een eerlijke bijdrage leveren [5050, 4965] en geeft de voorkeur aan het gebruik van bestaande fondsen boven het creëren van nieuwe fondsen [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke argumenten die de motie direct tegen zouden spreken.
Bronnen:
"Op fiscaal gebied kan dekking worden gerealiseerd door een eerlijkere bijdrage uit de winsten van grote bedrijven en van de superrijken. Wij verhogen daarom de winstbelasting voor grote bedrijven en schaffen ondoelmatige belastingvoordelen die de ongelijkheid vergroten af. Binnen de inkomstenbelasting zorgen wij voor een rechtvaardigere verdeling door van superrijken een eerlijke bijdrage te vragen. Deze eerlijke bijdrage vragen wij ook van zeer grote vermogens. De grote vervuilende bedrijven moeten ook hun eerlijke deel bijdragen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Aanvullende dekking kan worden gevonden door een doelmatigheidsslag binnen de overheid en het anders inzetten van bestaande fondsen. Tot slot heeft bij optredende begrotingstekorten het altijd eerst de voorkeur om in te zetten op een doelmatigere overheid, waarbij de uitgaven voor de sociale zekerheid, de zorg en het onderwijs worden ontzien en altijd op peil blijven."