De regering moet onderzoeken of de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers moet veranderen. De huidige bijdrage is namelijk veel lager dan de werkelijke kosten voor de opvang in een asielzoekerscentrum (AZC).
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over een herziening van de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers
De kamer,
constaterende dat asielzoekers op grond van de Regeling eigen bijdrage
asielzoekers met inkomen en vermogen 2008 (Reba) een eigen bijdrage
verschuldigd zijn voor hun opvang en verstrekkingen wanneer zij
beschikken over inkomen uit arbeid, een uitkering of vermogen;
constaterende dat het kabinet voornemens is de wachttijd voor arbeid
door asielzoekers te verkorten van zes naar drie maanden;
overwegende dat asielzoekers met inkomen of vermogen een eigen
bijdrage aan hun opvang betalen, maar dat deze bijdrage is gemaximeerd
op € 571,24 per maand voor alleenstaanden en € 1.468,19 per maand
voor een gezin met twee volwassenen en twee minderjarige kinderen;
overwegende dat de opvangkosten per azc-bewoner ruim € 2.100 per
maand bedragen en dat de maximale eigen bijdrage daar aanzienlijk
onder ligt;
overwegende dat naarmate asielzoekers eerder en meer gaan verdienen
een hogere bijdrage aan de eigen opvangkosten gerechtvaardigd is;
verzoekt de regering een verkenning uit te voeren naar herziening van de
eigen bijdrage voor werkende asielzoekers met als doel de eigen bijdrage
beter aan te laten sluiten bij de werkelijke opvangkosten, en de
uitkomsten hiervan voor de behandeling van begroting Asiel en Migratie
aan de Kamer voor te leggen.
Argumenten voor: De partij vindt dat mensen die gebruikmaken van de gastvrijheid in Nederland niet onverrichter zake moeten blijven en moeten bijdragen aan de samenleving [1]. Het verzoek om de eigen bijdrage beter te laten aansluiten bij de werkelijke kosten sluit aan bij de wens om regelingen aan te scherpen en de bijstand minder vrijblijvend te maken [1].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat werken altijd moet lonen en dat de regels niet zo complex of onzeker mogen zijn dat mensen de stap naar werk niet durven te maken [2]. Een hogere eigen bijdrage zou hier in de weg kunnen staan.
Bronnen:
"De bijstand is niet vrijblijvend: Ondanks de vele statushouders die het goede voorbeeld geven door te werken, benutten ook velen onze gastvrijheid zonder bij te dragen aan Nederland. Daarom scherpen we de Participatiewet en het toeslagenbeleid aan. Wie onvoldoende Nederlands spreekt en geen moeite doet om dit te leren, wordt fors op de uitkering gekort. Er komt een extra korting bij het langdurig niet voldoen aan de taaleis. Uitkeringsgerechtigden die een geschikte baan weigeren, worden ook gekort. We willen dat gemeenten hier streng op handhaven, te vaak gebeurt dat nu niet. We willen dat mensen in de bijstand, autochtoon of nieuwkomer, actief aan een baan worden geholpen, waarbij we naar Rotterdams model kiezen voor focus op intensieve hulp voor mensen die het meest kans hebben om snel aan het werk te gaan."
"Werken moet altijd lonen: Veel mensen met een bijstandsuitkering twijfelen of ze erop vooruitgaan als ze voltijds gaan werken. In de meeste gevallen gaan ze erop vooruit, maar door de wirwar aan regels en onzekerheid durven mensen de stap niet aan. Bijstandsgerechtigden die aan de slag gaan, mogen als dat nodig is tot zes maanden na het beginnen met een voltijdsbaan een bedrag claimen dat hun inkomen aanvult tot het niveau dat ze hadden."