De regering moet onderzoeken hoe taalondersteuning voor Oekraïense vluchtelingen kan helpen bij het vinden van werk. Taalbeheersing is het grootste obstakel, maar zij hebben geen toegang tot de reguliere inburgering. Het aanbieden van taalondersteuning helpt hen om makkelijker aan het werk te gaan.
Motie van het lid Van Asten over een verkenning uitvoeren naar taalondersteuning voor Oekraïense ontheemden in relatie tot werk
De kamer,
constaterende dat de arbeidsparticipatie onder Oekraïense ontheemden
relatief hoog is, maar er sprake blijft van onbenut arbeidspotentieel;
constaterende dat het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal
als grootste obstakel wordt genoemd en 75% van de Oekraïense
ontheemden de Nederlandse taal beter zou willen leren;
overwegende dat Oekraïense ontheemden geen toegang hebben tot de
reguliere inburgering en daardoor minder ondersteuning krijgen bij het
leren van de taal;
overwegende dat het bieden van ondersteuning bij het leren van de taal
de participatie kan bevorderen;
verzoekt de regering als onderdeel van het langetermijnbeleid voor
Oekraïense ontheemden een verkenning uit te voeren naar taalondersteuning in relatie tot werk, en dit te betrekken bij de financiële besluitvorming komend voorjaar.
Argumenten voor: De partij ziet taal als essentieel voor deelname aan de maatschappij, specifiek ook op het werk [1]. Er wordt expliciet gesteld dat werk de snelste manier is om een taal te leren [3] en dat gecombineerde leer-werktrajecten waarbij taal en werk samenkomen een manier zijn om mensen sneller aan de slag te krijgen [4]. Daarnaast vindt de partij dat instanties nieuwkomers een extra zetje moeten geven om integratie te bevorderen [2].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Taal is dé sleutel tot meedoen in de samenleving: op school, op het werk en in sociale contacten. Daarom willen wij een vroege taalstart die begint tijdens de asielprocedure. Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal drie jaar de Nederlandse taal."
"Integratie is een wederkerige opdracht. Aan nieuwkomers is het de taak - zoals aan alle inwoners van Nederland - om vorm en inhoud te geven aan het democratisch burgerschap. Om zich aan onze wetten en regels te houden, zich actief in te spannen om te integreren en Nederlands te leren. Van de samenleving mag worden verwacht dat ze nieuwkomers eerlijke kansen geeft in het onderwijs, op een baan, en dat ze waar nodig nieuwkomers een extra zetje geeft. Van instanties zoals het COA en gemeenten mag worden verwacht dat zij zich proactief inzetten, aanspreekbaar zijn op resultaten en hun processen zo organiseren dat statushouders de beste kansen krijgen. Op die manier bouwen we met elkaar aan onze samenleving. Een samenleving waar we mensen waarderen om hun inzet en prestaties, om hun meedoen. Waar we de mens zien en niet de migrant met een andere achternaam."
"Integratie krijgt vooral vorm in de ontmoeting tussen mensen. De 'ander' wordt een buurman, een klasgenoot of collega. Dat vraagt om een wederkerige houding. En de inzet om elkaar te willen begrijpen. Werk is de snelste manier om de taal te leren. Asielzoekers en statushouders gaan sneller aan het werk."
"Alle kansrijke asielzoekers moeten na één maand toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Dat kan ook via leer-werktrajecten waarbij taallessen worden gecombineerd met een vakopleiding en werkervaring."