De regering moet tijdens de Europese Raad pleiten voor een Europese defensie-unie. De militaire dreiging in Europa neemt toe. Europa moet daarom zelfstandiger kunnen werken binnen de NAVO.
Motie van de leden Dassen en Piri over toewerken naar een geïntegreerde Europese defensie
De kamer,
constaterende dat de dreiging van een directe militaire confrontatie in
Europa op korte termijn toeneemt;
overwegende dat Europa zonder de VS als zelfstandige pijler moet kunnen
functioneren binnen de NAVO om deze te versterken;
overwegende dat de huidige eigenstandige verdediging nu grotendeels
afzonderlijk of in kopgroepen is georganiseerd;
verzoekt de regering om tijdens de aanstaande Europese Raad in een
coalition of the willing te pleiten voor een echte Europese defensie-unie
die, voortbouwend op artikel 42, zevende lid, van het Verdrag betreffende
de Europese Unie, toewerkt naar een geïntegreerde Europese defensie
met in ieder geval een Europese veiligheidsraad en een gezamenlijke
commandostructuur.
Argumenten voor: De partij is een pragmatische voorstander van Europese samenwerking wanneer uitdagingen beter in Europees verband kunnen worden aangepakt [2]. Daarnaast stelt de partij dat Europa meer verantwoordelijkheid moet nemen op het gebied van defensie [3].
Argumenten tegen: De partij is geen voorstander van een Europees leger en wil zelf bepalen of militairen worden ingezet [1]. Daarnaast hechten zij grote waarde aan het behoud van nationale soevereiniteit en de inspraak van het nationale parlement bij EU-regelgeving [2][3][4].
Bronnen:
"Wij zijn een voorstander van Europese defensiesamenwerking, maar geen voorstander van een Europees leger. Wij moeten altijd zelf blijven bepalen of onze militairen worden ingezet."
"Wij zijn pragmatische voorstanders van de EU: als wij uitdagingen beter in Europees verband kunnen aanpakken, dan zijn wij daar een voorstander van. Wij hechten aan het borgen van inspraak van ons nationale parlement bij EU-regelgeving en hechten aan het behouden van onze soevereine zeggenschap over hoe ons land wordt bestuurd."
"Als gastland van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof dient Nederland altijd in te zetten op diplomatie, conflictbemiddeling en internationale gerechtigheid. Als DENK staan wij voor een land dat internationaal vooroploopt om deze waarden te dienen. Dat betekent dat Nederland een actieve en waardegedreven diplomatie moet voeren en ook op het gebied van ontwikkelingshulp verantwoordelijkheid moet nemen. De geopolitieke verhoudingen zijn onstuimig en we kunnen minder dan voorheen rekenen op oude bondgenootschappen. We zullen als Europa meer onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat betekent meer Europese samenwerking op internationaal gebied en op defensiegebied, zonder het verlies van onze eigen soevereiniteit. Dat geldt ook voor migratie, dat om een humane en duurzame aanpak vraagt. De oplossing ligt niet in een Europa dat zichzelf afsluit achter muren, maar in het creëren van legale migratieroutes en te investeren in klimaatrechtvaardigheid, het voorkomen van conflicten en het bevorderen van globale economische gelijkheid."
"DENK onderschrijft de waarde van Europese samenwerking. Tegelijkertijd blijven wij hechten aan onze eigen soevereiniteit en aan de verdere hervorming van de EU. Dat betekent:"