De regering moet de huidige niveaus van de brandstoftransitieverplichting in het Besluit energie vervoer behouden. Deze verplichting biedt investeringszekerheid voor de overstap naar hernieuwbare brandstoffen. Ook helpt het om de afhankelijkheid van dure fossiele brandstoffen te verkleinen.
Motie van het lid Vellinga-Beemsterboer over geen wijzigingen aanbrengen in de oplopende niveaus voor de brandstoftransitieverplichting
De kamer,
constaterende dat de transportverplichtingen uit de herziene Richtlijn
hernieuwbare energie (RED III) sinds 2026 zijn geïmplementeerd, nadat de
Tweede Kamer het wetsvoorstel met een ruime meerderheid heeft
aangenomen;
overwegende dat de producenten, leveranciers en afnemers hebben
geïnvesteerd in hernieuwbare brandstoffen en dat de brandstoftransitieverplichting het voornaamste instrument is dat investeringszekerheid
biedt;
overwegende dat Nederland minder afhankelijk moet worden van fossiele
brandstoffen, nu de brandstofprijzen door conflicten ver van huis steeds
opnieuw oplopen, en dat de brandstoftransitieverplichting daarvoor een
van de belangrijkste prikkels is;
overwegende dat de brandstoftransitieverplichting beperkt invloed heeft
op de verplaatsing van bunkervolumes in de zee- en binnenvaart en dat
dit dus geen reden is om de lat te verlagen;
verzoekt de regering toe te zeggen om geen wijzigingen aan te brengen in
de oplopende niveaus voor de brandstoftransitieverplichting, zoals die
reeds zijn vastgelegd in het Besluit energie vervoer.
Argumenten voor: De partij wil de uitstoot van broeikasgassen verminderen en het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zoveel mogelijk afbouwen [1].
Argumenten tegen: De partij is terughoudend met het wettelijk vastleggen van concrete reductiedoelen vanwege de complexiteit van de situatie en wil afstappen van 'doorgeslagen maakbaarheidsdenken' [1].
Bronnen:
"De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."