Behoud van de brandstoftransitieverplichting

De regering moet de huidige niveaus van de brandstoftransitieverplichting in het Besluit energie vervoer behouden. Deze verplichting biedt investeringszekerheid voor de overstap naar hernieuwbare brandstoffen. Ook helpt het om de afhankelijkheid van dure fossiele brandstoffen te verkleinen.

Motie van het lid Vellinga-Beemsterboer over geen wijzigingen aanbrengen in de oplopende niveaus voor de brandstoftransitieverplichting

De kamer, constaterende dat de transportverplichtingen uit de herziene Richtlijn hernieuwbare energie (RED III) sinds 2026 zijn geïmplementeerd, nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel met een ruime meerderheid heeft aangenomen; overwegende dat de producenten, leveranciers en afnemers hebben geïnvesteerd in hernieuwbare brandstoffen en dat de brandstoftransitieverplichting het voornaamste instrument is dat investeringszekerheid biedt; overwegende dat Nederland minder afhankelijk moet worden van fossiele brandstoffen, nu de brandstofprijzen door conflicten ver van huis steeds opnieuw oplopen, en dat de brandstoftransitieverplichting daarvoor een van de belangrijkste prikkels is; overwegende dat de brandstoftransitieverplichting beperkt invloed heeft op de verplaatsing van bunkervolumes in de zee- en binnenvaart en dat dit dus geen reden is om de lat te verlagen; verzoekt de regering toe te zeggen om geen wijzigingen aan te brengen in de oplopende niveaus voor de brandstoftransitieverplichting, zoals die reeds zijn vastgelegd in het Besluit energie vervoer.
8 oktober | D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij wil de uitstoot van broeikasgassen verminderen en het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zoveel mogelijk afbouwen [1].

Argumenten tegen: De partij is terughoudend met het wettelijk vastleggen van concrete reductiedoelen vanwege de complexiteit van de situatie en wil afstappen van 'doorgeslagen maakbaarheidsdenken' [1].

Bronnen:

  1. "De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."