Bescherming Nederlands vetorecht in de EU

De regering moet onderzoeken hoe het Nederlandse vetorecht in de Europese Unie beter beschermd kan worden. Het opgeven van dit recht beperkt de Nederlandse invloed. Daarom is een zware procedure met goedkeuring van het parlement nodig. Tot die tijd mag de regering niet akkoord gaan met het verkleinen van het vetorecht op belangrijke zaken zoals belastingen en sociale zekerheid.

Motie van de leden Keijzer en Becker

De kamer, constaterende dat binnen de Europese Unie wordt gesproken over verdere beperking van het unanimiteitsvereiste en het nationale vetorecht; overwegende dat het opgeven van nationale vetorechten op wezenlijke beleidsterreinen een ingrijpende beperking vormt van de Nederlandse zeggenschap; overwegende dat zulke besluiten ook via bestaande verdragsmechanismen, zoals de passerellebepaling van artikel 48, lid 7, van het Verdrag over de Europese Unie, tot stand kunnen komen met zware waarborgen; van mening dat het weggeven van het vetorecht niet zonder dergelijke democratische en constitutionele waarborgen mag plaatsvinden; verzoekt de regering: 1. te onderzoeken op welke wijze wettelijk dan wel grondwettelijk kan worden vastgelegd dat besluiten tot het opgeven van vetorechten binnen parlementaire goedkeuring een verzwaarde procedure vereisen; 2. de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren, inclusief de juridische en constitutionele implicaties; 3. tot die tijd niet in te stemmen met voorstellen die leiden tot verdere beperking van het Nederlandse vetorecht op in ieder geval MFK, uitbreiding, belastingen en sociale zekerheid.
13 oktober | Keijzer, VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt subsidiariteit als uitgangspunt en vindt dat besluitvorming op het laagst mogelijke niveau moet plaatsvinden [1]. Daarnaast wil de partij dat bij wijzigingen in de EU-verdragen de Tweede Kamer beslist met een tweederdemeerderheid [1].

Argumenten tegen: De partij is voorstander van besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor het Europese buitenlands beleid om de daadkracht te vergroten [2]. Daarnaast wil de partij bij ernstige bedreigingen van de rechtsstaat in de Europese Raad besluiten met een vier vijfde meerderheid in plaats van unanimiteit [3].

Bronnen:

  1. "Europese samenwerking begint met duidelijkheid over bevoegdheden. Het moet helder zijn waar lidstaten zelf verantwoordelijk voor zijn en waar de Europese Unie wel of niet over gaat. Voor de ChristenUnie is subsidiariteit het uitgangspunt: besluiten worden genomen op het laagst mogelijke niveau, zo dicht mogelijk bij mensen. Wij verzetten ons tegen Europese bemoeizucht op terreinen waar de EU geen mandaat heeft, zoals gezondheidszorg, medische ethiek, onderwijs of woningbouw. Zelfs wanneer Europese besluitvorming wenselijk of noodzakelijk is, blijft ruimte voor eigenheid en verschillen tussen lidstaten en regio's essentieel. Bij wijzigingen in de EU-verdragen besluit de Tweede Kamer met tweederdemeerderheid."
  2. "Geopolitieke ontwikkelingen dichtbij en ver weg eisen een Unie die daadkrachtig optreedt. Het vetorecht van een enkele lidstaat op Europees buitenlands beleid verzwakt die daadkracht. Daarom is de ChristenUnie voorstander van het invoeren van besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor het Europese buitenlandbeleid."
  3. "De EU heeft politieke, juridische en financiƫle instrumenten nodig om de rechtsstaat in Europa te beschermen. Nederland trekt hierin op met gelijkgestemde landen en steunt voorwaardelijkheid van financiƫle fondsen om de rechtsstaat te beschermen. Bij ernstige bedreiging van de rechtsstaat of ernstige corruptie moet de Europese Raad niet slechts unaniem maar ook met een vier vijfde meerderheid beslissen dat een land in aanmerking komt voor stevige sancties. We streven naar een versnelde procedure voor inbreukprocedures wanneer het de rechtsstaat betreft."