Het kabinet moet bij de ETS-onderhandelingen (het systeem voor de handel in uitstoot) inzetten op het beprijzen van niet-CO2-effecten van de luchtvaart zodra daarvoor voldoende gegevens zijn. De klimaatimpact van vliegen komt namelijk grotendeels door deze effecten, maar die worden nu nog niet in de prijs meegenomen. ››
Het kabinet moet de uitbreiding van het ETS (het systeem waarbij luchtvaartmaatschappijen betalen voor hun CO2-uitstoot) naar vluchten tot 5.000 kilometer ondersteunen. Dit zorgt voor minder CO2-uitstoot en levert geld op om de luchtvaart duurzamer te maken. ››
De regering moet in Europa voorkomen dat internationale koolstofkredieten onderdeel worden van het EU ETS. Het EU ETS is het systeem voor emissierechten. Internationale credits mogen de prikkel voor Europese bedrijven om te investeren in duurzaamheid niet verminderen. ››
De regering moet bij de Energieraad inzetten op bindende Europese afspraken over de compensatie van elektriciteitskosten voor bedrijven. Nu zorgen verschillende regels voor een ongelijke strijd tussen bedrijven in de Europese Unie. De regering moet ook met de Europese Commissie praten voor duidelijke regels voor de verlaging van deze kosten. ››
De regering moet uiterlijk 1 december 2026 een voorstel doen om de achterstand in de compensatie van energiekosten voor de industrie weg te werken. Nu is de positie van de Nederlandse industrie nadelig vergeleken met België, Duitsland en Frankrijk, wat de concurrentiepositie schaadt. ››
De regering moet de regels voor gratis emissierechten in het Europese emissiehandelssysteem heroverwegen. Bedrijven moeten hun rechten behouden als zij niet kunnen investeren in duurzaamheid door een gebrek aan energie- of CO2-infrastructuur. De huidige regels maken bedrijven internationaal minder concurrerend en zorgen voor extra kosten zonder extra klimaatwinst. ››
De regering moet alle correspondentie en gesprekken met de Europese Commissie over de DAEB-constructie bij de kinderopvang delen. De Kamer moet weten wat de Europese Commissie precies heeft gezegd over staatssteun. Dit is nodig om te bepalen of het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang wel mag volgens de Europese regels. ››
De regering moet onderzoeken hoe de arbeidseis in het nieuwe stelsel voor kinderopvang kan worden aangescherpt. De huidige eis van minimaal één uur werken of studeren maakt te weinig onderscheid tussen ouders die weinig werken en ouders die veel werken. Een strengere eis sluit beter aan bij het werkelijke aantal uren en helpt mensen om meer te gaan werken. ››
De regering moet ruimere regels maken voor de ''redelijke winst' in de kinderopvang. Kinderopvangorganisaties moeten namelijk genoeg geld verdienen om te kunnen investeren in kwaliteit, personeel en meer opvangplekken. ››
De regering moet samen met de sector kijken hoe kennisontwikkeling en innovatie in de kinderopvang beter geregeld kunnen worden. Betere scholing van professionals zorgt voor een hogere kwaliteit van de opvang. Nu is dit nog niet structureel vastgelegd. ››
De regering moet de regels in de Wet kinderopvang uiterlijk in 2028 verruimen. Hierdoor krijgen gemeenten meer ruimte om de kosten voor kinderopvang aan ouders te vergoeden. Dit is nodig om de verschillen met België in Zeeuws-Vlaanderen te verkleinen. Een pilot om dit eerder te doen is ook mogelijk. ››
De regering moet een impactanalyse maken van het nieuwe financieringsstelsel, met en zonder DAEB (studieleningen). Alleen een volledige analyse laat zien wat de gevolgen zijn van verschillende opties. ››
De regering moet voorbereidende stappen zetten voor een nieuwe kindregeling. Dit kan bijvoorbeeld door een geboorte-uitkering en een onlinegezinsportaal in te voeren. Dit zorgt voor een eenduidig wettelijk kader, vergelijkbaar met het Vlaamse Groeipakket. De regering moet de uitwerking hiervan voor het einde van het jaar aan de Kamer presenteren. ››
De regering moet voorkomen dat de armste gezinnen er op achteruitgaan bij de nieuwe regelingen voor kinderopvang. Met een vergoedingspercentage van 95,6% betalen ouders met een laag inkomen namelijk meer dan in het huidige stelsel. ››
De regering moet artikel 1.13 van de Wet kinderopvang voor 2028 schrappen. Zo kunnen gemeenten gezinnen met lage inkomens al eerder helpen met de kosten voor de kinderopvang. ››
De regering moet werkgevers en werknemers raadplegen over het kabinetsstandpunt over de nieuwe Europese Public Procurement Act (regels voor aanbestedingen). Deze regels kunnen namelijk zorgen voor betere arbeidsvoorwaarden en een eerlijk speelveld voor bedrijven. ››
De regering moet jaarlijks een moment vinden om slachtoffers van werkongevallen te herdenken. In Nederland komen elk jaar mensen om het leven tijdens het werk. De internationale Workers' Memorial Day vindt plaats op 28 april. ››
De regering moet onderzoeken of de verplichte gedragscodes actief gehandhaafd kunnen worden. Discriminatie en ongewenst gedrag komen nog steeds te vaak voor op de werkvloer. ››
De regering moet een nieuwe categorie in de Arbowetgeving (regels voor veiligheid op het werk) maken voor studenten maritieme archeologie. Zo kunnen zij veilig onder water oefenen. Dit is nodig om goed voorbereid te zijn op hun werk en om kennis over maritiem erfgoed te behouden. ››
De regering moet een nieuwe categorie in de Arbowet maken voor gespecialiseerde vrijwillige duikers. De huidige regels maken belangrijk maatschappelijk werk onmogelijk, zoals het zoeken naar vermiste personen. Dit moet in overleg met vrijwilligersorganisaties en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Tot die tijd mag de overheid de regels niet handhaven. ››