De regering moet knaagdieren weren om branden in stallen te voorkomen. Zo worden branden door knaagdieren voorkomen en is er minder gif (biociden) nodig. ››
De regering moet het gebruik van CO2-bedwelming bij dieren snel stoppen. Bij deze methode worden dieren bewusteloos gemaakt met CO2 (koolstofdioxide). Dit veroorzaakt veel dierenleed. ››
De regering moet een nationaal verbod op verzamelplaatsen voorbereiden en zich inzetten voor een internationaal verbod. Dit mag volgens de Europese regels. Op deze verzamelplaatsen worden dieren mishandeld, zoals geslagen of geschopt. Ook komen dieren er vaak gewond, ziek of extreem mager aan. ››
De regering moet de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij laten adviseren voordat nieuwe regels uit de AMvB Dierwaardige Veehouderij (een algemene regel van de regering) ingaan. Dit is nodig om te controleren of boeren genoeg verdienen en kunnen lenen. Boeren moeten namelijk hun investeringen kunnen terugverdienen om aan de nieuwe regels voor dierwelzijn te voldoen. ››
De regering moet snel zorgen voor voldoende keuringen door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Er is nu een tekort aan personeel bij deze instantie. Dit leidt tot vertraging en stilstand bij slachterijen, wat een risico vormt voor het welzijn van dieren. ››
De regering moet de inzetbaarheid en flexibiliteit van Ondersteunend Medewerker Toezicht (OMT) vergroten. Er is nu te weinig personeel bij de NVWA (de instantie die de voedselveiligheid controleert). Dit brengt de voedselketen, het dierenwelzijn en de veiligheid tijdens het slachten in gevaar. ››
De regering moet onderzoeken of er strengere regels moeten komen voor veeverzamelplaatsen. Er ontbreken nu duidelijke eisen voor dierenwelzijn. Dit zorgt voor steeds weer misstanden bij de handel in kalveren. De regels van de NVWA (de inspectiedienst) en het systeem Vitaal Kalf zijn niet duidelijk genoeg om dit te voorkomen. ››
De regering moet een wettelijke basis maken voor verplicht cameratoezicht op veeverzamelplaatsen. Er is op deze plekken vaak ernstig dierenleed en de sector houdt zich niet aan de wet. Het huidige toezicht door de NVWA (de organisatie die de voedselveiligheid controleert) is niet goed genoeg om dit te voorkomen. ››
De regering moet met andere EU-landen proberen om landen buiten de EU aan te sluiten bij het Safety Gate-systeem. Dit is een waarschuwingssysteem voor gevaarlijke producten. Zo worden producten met asbest sneller ontdekt en worden mensen beter beschermd. ››
De regering moet samen met andere landen de Europese wetgeving aanpassen. Nu bepalen bedrijven zelf of hun producten veilig zijn. Hierdoor blijven producten met asbest in de winkels te koop. Fabrikanten van bijvoorbeeld zand, natuursteen of talk moeten daarom met testen van erkende laboratoria bewijzen dat hun producten echt asbestvrij zijn. ››
De regering moet de wet aanpassen zodat de NVWA (de toezichthouder) direct kan ingrijpen bij asbest in speelgoed. Nu kan de NVWA nog niet handhaven op basis van onderzoek door externe laboratoria. Hierdoor moeten consumenten te lang wachten op veilig speelgoed. ››
De regering moet concrete en meetbare regels opstellen voor de behoeften van vee in de AMvB Dierwaardige Veehouderij. De huidige regels zijn te vaag. Dit zorgt voor onzekerheid bij boeren en ondernemers. Ook is het lastig om de regels te controleren. Duidelijke regels zijn nodig voor een goede handhaving en zekerheid voor de sector. ››
Het kabinet moet de nieuwe temperatuurregel voor paardentransport niet voor alle paarden gebruiken. Paarden die niet voor de slacht zijn, moeten worden vrijgesteld van de daling naar 30 graden Celsius. Het vervoer van sportpaarden is namelijk anders dan dat van vee. De huidige regels beschermen het welzijn van paarden al goed. De maatregel schaadt de positie van Nederland als paardensportland. ››
Het kabinet moet regels versoepelen en een langetermijnvisie tot 2040 maken voor boeren die investeren in dierenwelzijn. De huidige regels en de onzekerheid over de toekomst maken vernieuwing te moeilijk. Hierdoor kunnen boeren niet goed investeren in verbeteringen, zoals betere huisvesting of meer buitenloopruimte voor hun dieren. ››
De regering moet de privacy van boeren beschermen bij het invoeren van doelsturing. Nu is het risico groot dat gegevens via de Wet open overheid (Woo) herleidbaar zijn naar het woonadres van een boer. Door te leren van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa), die gegevens anoniem en via een onafhankelijke organisatie beheert, wordt het vertrouwen in de overheid vergroot. ››
De regering moet in het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (regels tegen vervuiling van water) opnemen hoe goede boeren vrijgesteld kunnen worden van algemene regels. Boeren die aantoonbaar goed presteren, moeten namelijk niet beperkt worden door voorschriften die voor hun bedrijf niet nodig zijn. ››
De regering moet laten zien welke regels en administratieve taken er verdwijnen bij de invoering van doelsturing. Boeren krijgen pas de vrijheid om zelf hun doelen te halen als oude regels en verplichtingen echt worden geschrapt. ››
De regering moet eerst onderzoeken of nieuwe regels technisch haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn voor de agrarische sector. Pas daarna mogen deze regels worden ingevoerd. Regels werken namelijk alleen als ze in de praktijk ook echt nageleefd kunnen worden. Zo behouden boeren de mogelijkheid om hun bedrijf voort te zetten. ››
De regering moet de gegevens van agrarische ondernemers goed beschermen bij de invoering van doelsturing. Boeren moeten erop kunnen vertrouwen dat hun bedrijfsgegevens en persoonlijke gegevens niet zomaar openbaar worden via Woo-verzoeken (aanvragen om informatie). De bescherming moet voldoen aan de regels van de Woo, de AVG (privacywet) en de Awb (bestuursrecht). ››