23 maart, Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (36765) en Cyberbeveiligingswet (36764)

Proactieve oproep voor vitaalbeoordeling

De regering moet organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen, proactief oproepen de vitaalbeoordeling uit te voeren en hierop toe te zien. Nu vertrouwt het kabinet op vrijwillige deelname, maar duizenden organisaties moeten weten of ze aan de wet moeten voldoen. ›› 
23 maart | GL-PvdA |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat het kabinet heeft ingeschat dat tussen de 7.550 en 8.100 entiteiten onder de Cyberbeveiligingswet zullen vallen, en 500 entiteiten onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten; overwegende dat het kabinet vooralsnog uitgaat van het vrijwillig uitvoeren van een nationale vitaalbeoordeling door deze entiteiten, waaruit blijkt of ze aan de wetgeving moeten voldoen; verzoekt de regering om organisaties die vermoedelijk aan de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten moeten voldoen, proactief op te roepen om de vitaalbeoordeling uit te voeren en hierop toe te zien; verzoekt de regering om dezelfde organisaties gelijktijdig te wijzen op relevante informatie en deadlines voor organisaties die als entiteit worden aangemerkt.

Centraal meldloket voor alle veiligheidsmeldingen

De regering moet één centraal meldloket inrichten waar alle relevante meldingen kunnen worden gedaan. Entiteiten hebben baat bij één overzichtelijk loket voor alle soorten meldingen. ›› 
23 maart | GL-PvdA |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten een meldplicht introduceren waarvoor een meldloket wordt ingericht; overwegende dat entiteiten baat hebben bij één centraal en overzichtelijk meldloket, dat bruikbaar is voor alle soorten meldingen die volgen uit nationale en sectorale wetgeving; verzoekt de regering om één centraal meldloket in te richten waarbinnen alle relevante soorten meldingen gedaan kunnen worden; verzoekt de regering om de Kamer in Q4 van 2026 te informeren over de inrichting van het centrale meldloket.

Nazorg bij grote datalekken

De regering moet een wettelijke nazorgplicht onderzoeken voor incidenten waarbij op grote schaal persoonsgegevens worden gelekt. Slachtoffers van zulke datalekken krijgen nu geen hulp of informatie over wat er met hun gegevens is gebeurd. ›› 
23 maart | GL-PvdA |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat de Cyberbeveiligingswet een zorgplicht en een meldplicht introduceert om cyberveiligheidsrisico’s te voorkomen en beheersen; overwegende dat een grootschalig datalek directe gevolgen heeft voor slachtoffers wier persoonsgegevens worden buitgemaakt, zoals bij de Odido-hack en het lek bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker; overwegende dat er nog geen wettelijk kader bestaat voor hoe individuele slachtoffers geholpen en geïnformeerd moeten worden in de nasleep van een grootschalig datalek; verzoekt de regering om een wettelijke nazorgplicht te onderzoeken voor incidenten waarin op grote schaal persoonsgegevens worden gelekt, met als doel om de rechten van individuele slachtoffers en de plichten voor de getroffen instantie(s) in de wet vast te leggen; verzoekt de regering om dit onderzoek uiterlijk in Q3 van 2026 af te ronden en de Kamer hierover te informeren.

Dreigingsinformatie delen in ketens

De regering moet onderzoeken hoe bedrijven binnen dezelfde keten bedreigingsinformatie en ervaringen beter kunnen uitwisselen, zodat ook kleine bedrijven zich beter kunnen wapenen tegen cyberdreigingen. ›› 
23 maart | CDA | Aangenomen: 131–19 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat digitale weerbaarheid niet alleen afhangt van de beveiliging van afzonderlijke organisaties, maar ook van de samenwerking en kennisdeling binnen ketens; overwegende dat cyberdreigingen zich snel ontwikkelen en dat binnen ketens een gedeeld belang bestaat om de digitale beveiliging op orde te hebben; overwegende dat kleinere bedrijven baat kunnen hebben bij betere toegang tot dreigingsinformatie en de geleerde lessen; verzoekt de regering in kaart te brengen hoe de uitwisseling van dreigingsinformatie en geleerde lessen binnen ketens kan worden versterkt, in het bijzonder zodat ook kleinere bedrijven daarvan beter kunnen profiteren, en de Kamer hierover te informeren.

Cybersecurity voor Caribisch deel Koninkrijk

Het kabinet moet een concreet plan of routekaart maken voor een cybersecuritysysteem voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat het beschermingsniveau van Europees Nederland haalt, samen met het Caribisch deel. Omdat het Caribisch gebied ook te maken heeft met cyberdreigingen en de huidige Veiligheidsstrategie onvoldoende is. ›› 
23 maart | D66, GL-PvdA | Aangenomen: 143–7 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat het Caribisch deel van het Koninkrijk ook te maken heeft met cyberdreigingen en digitale bescherming en weerbaarheid daar ook cruciaal is; constaterende dat de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk der Nederlanden een goed begin is, maar nog niet toereikend genoeg; verzoekt het kabinet aan een concreet plan of een routekaart te werken om te komen tot een cybersecuritystelsel voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat zo veel mogelijk aansluit bij het niveau van digitale bescherming en weerbaarheid in Europees Nederland, en dit samen met het Caribisch deel te doen.

Cyberincidenten: betere info voor burgemeesters

De regering moet de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van veiligheidsregio’s versterken bij cyberincidenten die de openbare orde raken, en indien nodig een juridische grondslag schaffen voor informatie‑deling. Cyberincidenten bij ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders kunnen direct de openbare orde verstoren, dus lokale leiders hebben snel en volledig inzicht nodig. ›› 
23 maart | D66 | Aangenomen: 121–29 |
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer, constaterende dat de burgemeester op grond van de Gemeentewet verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde binnen de gemeente en dat de voorzitter van de veiligheidsregio is belast met crisisbeheersing op regionaal niveau; constaterende dat cyberincidenten bij organisaties in de gemeente, zoals ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders, directe gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde; verzoekt de regering de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio’s te versterken bij cyberincidenten met gevolgen voor de openbare orde en hiervoor indien nodig een grondslag te creëren voor informatiedeling met burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio’s.
19 maart, Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (36800-XV) antwoord 1e termijn + rest

Inzicht in duurzaam werk na re-integratie

De regering moet inzichtelijk maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen. Het is belangrijk om te weten hoeveel deelnemers werk vinden na hun traject. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 149–1 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat jaarlijks veel mensen deelnemen aan re-integratietrajecten met als doel terugkeer naar de arbeidsmarkt; overwegende dat het van belang is om inzicht te hebben in hoeveel deelnemers via deze trajecten duurzaam aan het werk komen; verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen.

Werken loont meer door lagere arbeidslasten

De regering moet onderzoeken hoe lasten op arbeid (kosten voor werkgevers) structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 123–27 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat werken voor veel Nederlanders financieel onvoldoende loont ten opzichte van het ontvangen van een uitkering; overwegende dat een structurele verlaging van lasten op arbeid kan bijdragen aan een grotere financiële prikkel om te werken; verzoekt de regering te onderzoeken hoe lasten op arbeid structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering, en de Kamer hierover te informeren.

WW-uitkering op 24 maanden behouden

De regering moet de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden. Deze duur biedt werknemers voldoende tijd om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden. ›› 
19 maart | Markusz | Verworpen: 70–80 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de maximale duur van de WW-uitkering momenteel 24 maanden bedraagt; overwegende dat deze duur werknemers voldoende tijd moet bieden om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden tijdens de zoektocht naar nieuw werk; verzoekt de regering de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden.

Subsidie basisproducten voor laaginkomens verlengen

De regering moet de subsidie voor basisproducten aan mensen met een laag inkomen verlengen voor 2027 en 2028. Dit zorgt ervoor dat mensen met een laag inkomen blijven kunnen krijgen wat ze nodig hebben. ›› 
19 maart | Markusz | Aangenomen: 143–7 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, verzoekt de regering om binnen de beleidsondersteunende budgetten van Artikel 2 voor 2027 en 2028 rekening te houden met een verlenging van de subsidieactiviteiten van 2026 van het Armoedefonds voor het verstrekken van basisproducten aan mensen met een laag inkomen.

Verhoging minimumjeugdloon per 2027 uitvoeren

De regering moet de verhoging van het minimumjeugdloon doorvoeren per 1 januari 2027. Het voorstel is al door de Kamer aangenomen, maar nog niet uitgevoerd. ›› 
19 maart | Volt, GL-PvdA | Verworpen: 54–96 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de motie van Dassen, Patijn en Vijlbrief over verhoging van het minimumjeugdloon met een meerderheid is aangenomen maar nog niet is uitgevoerd; verzoekt de regering om de minimumjeugdloonverhoging zoals voorgesteld in de breed aangenomen motie Dassen c.s. alsnog uit te voeren per 1 januari 2027.

Bescherm ouderschapsverlof en vrouwenpositie

De regering moet ervoor zorgen dat ouders bij ouderschapsverlof netto niet achteruitgaan en de positie van vrouwen beschermen. Lagere uitkeringen leiden ertoe dat vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor genderongelijkheid toeneemt. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 49–101 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet voornemens is het maximumdagloon voor ouderschapsverlof te verlagen; overwegende dat lagere uitkeringen ertoe leiden dat vooral vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor bestaande ongelijkheden op de arbeidsmarkt worden vergroot; verzoekt de regering te borgen dat ouders er bij het opnemen van ouderschapsverlof netto niet op achteruitgaan en dat de positie van vrouwen wordt beschermd en versterkt.

Risico's voor werknemers bij start-ups verminderen

De regering moet onderzoeken hoe de risico's rond werknemers voor start-ups beter kunnen worden gemitigeerd binnen het sociale zekerheidsstelsel. Start-ups zijn belangrijk voor innovatie en groei, maar hebben weinig financiële ruimte om werknemers bij werkloosheid op te vangen. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 20–130 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat start-ups een belangrijke bijdrage leveren aan innovatie, economische groei en het verdienvermogen van Nederland; overwegende dat start-ups vaak beperkte liquide middelen hebben en daardoor minder goed in staat zijn om risico’s rond werk en inkomen op te vangen; overwegende dat het huidige stelsel van werkloosheidsverzekering onvoldoende aansluit bij de dynamiek en onzekerheden van start-ups en hun werknemers; verzoekt de regering te onderzoeken hoe de risico’s rondom werknemers voor start-ups beter gemitigeerd kunnen worden binnen het socialezekerheidsstelsel.

Noodpakketten voor mensen rond de armoedegrens

De regering moet noodpakketten beschikbaar stellen voor mensen rond de armoedegrens. Veel mensen met een laag inkomen kunnen zo'n pakket nu niet betalen, terwijl het nodig is voor hun veiligheid bij noodsituaties. ›› 
19 maart | Volt | Verworpen: 29–121 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de overheid burgers oproept zich voor te bereiden op noodsituaties door middel van een noodpakket; overwegende dat voor mensen die in armoede leven de aanschaf van een dergelijk noodpakket vaak financieel niet haalbaar is; verzoekt de regering om een voorstel te doen waarin noodpakketten beschikbaar worden gesteld voor mensen rondom de armoedegrens en dit bijvoorbeeld te dekken uit de middelen voor de aanpak armoede en problematische schulden of uit de middelen voor het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.

Verplaats laptopregeling naar landelijk niveau

De regering moet onderzoeken of de laptopregeling naar het Rijk kan worden overgeheveld. Dit maakt regelingen eenvoudiger omdat taken die landelijk kunnen worden uitgevoerd, dan ook landelijk worden gedaan. ›› 
19 maart | Volt, D66 | Aangenomen: 82–68 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat er sinds 2015 extra taken en regelingen bij gemeenten zijn belegd die het Rijk ook kan uitvoeren; constaterende dat rapporten van de Commissie sociaal minimum en IPE voorstellen om landelijk te doen wat landelijk kan, zoals de laptopregeling; verzoekt de regering om in gesprekken over vereenvoudiging van regelingen ook te bezien of de laptopregeling overgeheveld kan worden naar het Rijk.

Beschermde kwetsbaren bij sociale zekerheid

De regering moet ervoor zorgen dat bij het maken van beleidskeuzes over sociale zekerheid de meest kwetsbaren worden ontzien. Volgens het CPB gaan de laagste inkomens er meer op achteruit dan hogere inkomens. ›› 
19 maart | 50PLUS |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat er in het coalitieakkoord ingrijpende maatregelen op het gebied van sociale zekerheid worden aangekondigd; overwegende het feit dat sociale zekerheid bedoeld is om mensen in een kwetsbare positie of in een kwetsbare fase in hun leven te ondersteunen; overwegende dat in de analyse van het coalitieakkoord door het CPB de laagste inkomens er meer op achteruitgaan dan hogere inkomens; spreekt uit dat bij het maken van beleidskeuzes op het gebied van sociale zekerheid de meest kwetsbaren ontzien zullen worden.

Bevestiging best gefinancierde pensioenstelsel

De regering moet bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel (eerste en tweede pijler samen) het best gefinancierde is in de eurozone. Nederland heeft volgens Eurostat al de beste gedekte pensioenverplichtingen van alle eurolanden. ›› 
19 maart | 50PLUS | Aangenomen: 127–23 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland volgens Eurostat de best gedekte pensioenverplichtingen heeft van alle lidstaten van de eurozone; constaterende dat de met omslag gefinancierde Nederlandse AOW-uitkering tot wel de helft minder beslag legt op de middelen van de nationale begroting in vergelijking met omslag gefinancierde ouderdomsuitkeringen in andere eurolanden; constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers op afstand de grootste (private) pensioenreserves bezitten van alle lidstaten van de eurozone; overwegende dat zorgen over de AOW idealiter zouden moeten gaan over de onhoudbaarheid van de pensioenstelsels in andere eurolanden, omdat Nederland hiervoor via het beleid van de ECB en via Europese Steunfondsen reeds gedeeltelijk garant staat; verzoekt de regering om, conform de cijfers van Eurostat, te bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel in de eerste en de tweede pijler tezamen, het best gefinancierde pensioenstelsel van de eurozone is.

Onderzoek naar slechte pensioenbeleggingen

De regering moet onafhankelijk onderzoek laten verrichten naar de oorzaken van de slechte beleggingsprestaties van Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020. Elk 100 miljard minder pensioenvermogen levert de staat ongeveer 30 miljard minder belastinginkomsten op. ›› 
19 maart | 50PLUS |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 ronduit slechte beleggingsrendementen behalen in vergelijking met de relevante internationale beleggingsindexen en benchmarks; constaterende dat de omvang van renteafdekking en de ongelukkige rentespeculatie van de Nederlandse pensioenfondsen enorme verliezen hebben opgeleverd; overwegende dat de Wet toekomst pensioenen en/of de transitie naar de Wet toekomst pensioenen mogelijk heeft bijgedragen aan een toename van risicomijdend gedrag bij de beleggingen van pensioenfondsen, die mede daardoor een fabelachtig groot bedrag aan rendement niet hebben behaald; overwegende dat de Nederlandse Staat een latente belastingclaim heeft op het totale pensioenvermogen in de tweede pijler en dat elke 100 miljard minder vermogen uiteindelijk leidt tot ongeveer 30 miljard minder belastinginkomsten; verzoekt de regering om onafhankelijk onderzoek te laten verrichten door onder andere niet-Nederlandse deskundigen naar de omvang en oorzaken van slechte prestaties van de Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 in vergelijking met de relevante internationale indexen en benchmarks, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.

Uniformekengetallen voor pensioenkosten

De regering moet samen met de pensioensector uniforme kengetallen voor uitvoeringskosten ontwikkelen. Zo kunnen pensioendeelnemers de kosten van verschillende fondsen vergelijken en een weloverwogen keuze maken. ›› 
19 maart | 50PLUS | Aangenomen: 150–0 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers geen goed inzicht hebben in de uitvoeringskosten van hun pensioenbeheerder in vergelijking met andere pensioenbeheerders; constaterende dat het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) geen vergelijking mogelijk maakt tussen de uitvoeringskosten van pensioenfondsen op basis van verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen; overwegende dat er geen praktische of statistische redenen zijn die een gedegen vergelijking van kostenniveaus met uniforme kengetallen in de pensioensector onmogelijk maken; overwegende dat het ontbreken van goed vergelijkende kengetallen voor de kostenniveaus van pensioenfondsen een gevolg is van de wens om deze informatie liever niet vrij te geven; overwegende dat transparantie en inzicht in het «persoonlijke pensioenvermogen» de belangrijkste doelstelling was van de WTP; overwegende dat kostenkengetallen voor de verschillende kostensoorten van pensioenuitvoerders een geweldig inzicht kunnen verschaffen waarmee de uitvoerders worden gestimuleerd om van elkaar te leren; overwegende dat pensioenuitvoerders uiteraard in staat moeten worden gesteld om hun kostenniveau toe te lichten omdat er ook legitieme redenen kunnen zijn voor afwijkingen; verzoekt de regering om in samenspraak met de pensioensector enkele verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen te ontwikkelen, die kst-36800-XV-86 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XV, nr. 86 1 het mogelijk maken voor de deelnemer om pensioenuitvoerders te beoordelen op de kosten van uitvoering.

WW-duur behouden voor arbeidsongeschikten

De regering moet de WW-duur niet verkorten. Mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard krijgen anders financiële problemen omdat hun uitkering korter wordt. ›› 
19 maart | SP | Verworpen: 68–82 |
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het kabinet-Jetten van plan is de WW-duur te verkorten van twee jaar naar één jaar; constaterende dat door deze voorgenomen korting van de WW-duur ook de duur van de loongerelateerde uitkering wordt verkort; constaterende dat dit voor financiële problemen kan zorgen bij mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard; verzoekt de regering de WW-duur niet te verkorten.