De regering moet organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vallen, proactief oproepen de vitaalbeoordeling uit te voeren en hierop toe te zien. Nu vertrouwt het kabinet op vrijwillige deelname, maar duizenden organisaties moeten weten of ze aan de wet moeten voldoen. ››
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat het kabinet heeft ingeschat dat tussen de 7.550 en 8.100
entiteiten onder de Cyberbeveiligingswet zullen vallen, en 500 entiteiten
onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;
overwegende dat het kabinet vooralsnog uitgaat van het vrijwillig
uitvoeren van een nationale vitaalbeoordeling door deze entiteiten,
waaruit blijkt of ze aan de wetgeving moeten voldoen;
verzoekt de regering om organisaties die vermoedelijk aan de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten moeten voldoen,
proactief op te roepen om de vitaalbeoordeling uit te voeren en hierop toe
te zien;
verzoekt de regering om dezelfde organisaties gelijktijdig te wijzen op
relevante informatie en deadlines voor organisaties die als entiteit worden
aangemerkt.
Sluiten De regering moet één centraal meldloket inrichten waar alle relevante meldingen kunnen worden gedaan. Entiteiten hebben baat bij één overzichtelijk loket voor alle soorten meldingen. ››
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid
kritieke entiteiten een meldplicht introduceren waarvoor een meldloket
wordt ingericht;
overwegende dat entiteiten baat hebben bij één centraal en overzichtelijk
meldloket, dat bruikbaar is voor alle soorten meldingen die volgen uit
nationale en sectorale wetgeving;
verzoekt de regering om één centraal meldloket in te richten waarbinnen
alle relevante soorten meldingen gedaan kunnen worden;
verzoekt de regering om de Kamer in Q4 van 2026 te informeren over de
inrichting van het centrale meldloket.
Sluiten De regering moet een wettelijke nazorgplicht onderzoeken voor incidenten waarbij op grote schaal persoonsgegevens worden gelekt. Slachtoffers van zulke datalekken krijgen nu geen hulp of informatie over wat er met hun gegevens is gebeurd. ››
Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat de Cyberbeveiligingswet een zorgplicht en een
meldplicht introduceert om cyberveiligheidsrisico’s te voorkomen en
beheersen;
overwegende dat een grootschalig datalek directe gevolgen heeft voor
slachtoffers wier persoonsgegevens worden buitgemaakt, zoals bij de
Odido-hack en het lek bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker;
overwegende dat er nog geen wettelijk kader bestaat voor hoe individuele
slachtoffers geholpen en geïnformeerd moeten worden in de nasleep van
een grootschalig datalek;
verzoekt de regering om een wettelijke nazorgplicht te onderzoeken voor
incidenten waarin op grote schaal persoonsgegevens worden gelekt, met
als doel om de rechten van individuele slachtoffers en de plichten voor de
getroffen instantie(s) in de wet vast te leggen;
verzoekt de regering om dit onderzoek uiterlijk in Q3 van 2026 af te
ronden en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe bedrijven binnen dezelfde keten bedreigingsinformatie en ervaringen beter kunnen uitwisselen, zodat ook kleine bedrijven zich beter kunnen wapenen tegen cyberdreigingen. ››
23 maart | CDA
| Aangenomen: 131–19 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat digitale weerbaarheid niet alleen afhangt van de
beveiliging van afzonderlijke organisaties, maar ook van de samenwerking en kennisdeling binnen ketens;
overwegende dat cyberdreigingen zich snel ontwikkelen en dat binnen
ketens een gedeeld belang bestaat om de digitale beveiliging op orde te
hebben;
overwegende dat kleinere bedrijven baat kunnen hebben bij betere
toegang tot dreigingsinformatie en de geleerde lessen;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe de uitwisseling van
dreigingsinformatie en geleerde lessen binnen ketens kan worden
versterkt, in het bijzonder zodat ook kleinere bedrijven daarvan beter
kunnen profiteren, en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten Het kabinet moet een concreet plan of routekaart maken voor een cybersecuritysysteem voor het Caribisch deel van het Koninkrijk dat het beschermingsniveau van Europees Nederland haalt, samen met het Caribisch deel. Omdat het Caribisch gebied ook te maken heeft met cyberdreigingen en de huidige Veiligheidsstrategie onvoldoende is. ››
23 maart | D66, GL-PvdA
| Aangenomen: 143–7 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat het Caribisch deel van het Koninkrijk ook te maken
heeft met cyberdreigingen en digitale bescherming en weerbaarheid daar
ook cruciaal is;
constaterende dat de Veiligheidsstrategie van het Koninkrijk der Nederlanden een goed begin is, maar nog niet toereikend genoeg;
verzoekt het kabinet aan een concreet plan of een routekaart te werken om
te komen tot een cybersecuritystelsel voor het Caribisch deel van het
Koninkrijk dat zo veel mogelijk aansluit bij het niveau van digitale
bescherming en weerbaarheid in Europees Nederland, en dit samen met
het Caribisch deel te doen.
Sluiten De regering moet de informatiepositie van burgemeesters en voorzitters van veiligheidsregio’s versterken bij cyberincidenten die de openbare orde raken, en indien nodig een juridische grondslag schaffen voor informatie‑deling. Cyberincidenten bij ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders kunnen direct de openbare orde verstoren, dus lokale leiders hebben snel en volledig inzicht nodig. ››
23 maart | D66
| Aangenomen: 121–29 | Regels ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (PbEU 2022, L 333) (Cyberbeveiligingswet)
De kamer,
constaterende dat de burgemeester op grond van de Gemeentewet
verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde binnen de
gemeente en dat de voorzitter van de veiligheidsregio is belast met
crisisbeheersing op regionaal niveau;
constaterende dat cyberincidenten bij organisaties in de gemeente, zoals
ziekenhuizen, energiebedrijven of vervoerders, directe gevolgen kunnen
hebben voor de openbare orde;
verzoekt de regering de informatiepositie van burgemeesters en
voorzitters van de veiligheidsregio’s te versterken bij cyberincidenten met
gevolgen voor de openbare orde en hiervoor indien nodig een grondslag
te creëren voor informatiedeling met burgemeesters en voorzitters van de
veiligheidsregio’s.
Sluiten De regering moet inzichtelijk maken hoeveel mensen via re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen. Het is belangrijk om te weten hoeveel deelnemers werk vinden na hun traject. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 149–1 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat jaarlijks veel mensen deelnemen aan
re-integratietrajecten met als doel terugkeer naar de arbeidsmarkt;
overwegende dat het van belang is om inzicht te hebben in hoeveel
deelnemers via deze trajecten duurzaam aan het werk komen;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoeveel mensen via
re-integratietrajecten duurzaam aan het werk komen.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe lasten op arbeid (kosten voor werkgevers) structureel verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een uitkering. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 123–27 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat werken voor veel Nederlanders financieel onvoldoende
loont ten opzichte van het ontvangen van een uitkering;
overwegende dat een structurele verlaging van lasten op arbeid kan
bijdragen aan een grotere financiële prikkel om te werken;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe lasten op arbeid structureel
verlaagd kunnen worden, zodat werken netto meer oplevert dan een
uitkering, en de Kamer hierover te informeren.
Sluiten De regering moet de maximale duur van de WW-uitkering op 24 maanden houden. Deze duur biedt werknemers voldoende tijd om passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden. ››
19 maart | Markusz
| Verworpen: 70–80 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de maximale duur van de WW-uitkering momenteel 24
maanden bedraagt;
overwegende dat deze duur werknemers voldoende tijd moet bieden om
passend werk te vinden en financiële zekerheid te behouden tijdens de
zoektocht naar nieuw werk;
verzoekt de regering de maximale duur van de WW-uitkering op 24
maanden houden.
Sluiten De regering moet de subsidie voor basisproducten aan mensen met een laag inkomen verlengen voor 2027 en 2028. Dit zorgt ervoor dat mensen met een laag inkomen blijven kunnen krijgen wat ze nodig hebben. ››
19 maart | Markusz
| Aangenomen: 143–7 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
verzoekt de regering om binnen de beleidsondersteunende budgetten van
Artikel 2 voor 2027 en 2028 rekening te houden met een verlenging van de
subsidieactiviteiten van 2026 van het Armoedefonds voor het verstrekken
van basisproducten aan mensen met een laag inkomen.
Sluiten De regering moet de verhoging van het minimumjeugdloon doorvoeren per 1 januari 2027. Het voorstel is al door de Kamer aangenomen, maar nog niet uitgevoerd. ››
19 maart | Volt, GL-PvdA
| Verworpen: 54–96 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de motie van Dassen, Patijn en Vijlbrief over verhoging
van het minimumjeugdloon met een meerderheid is aangenomen maar
nog niet is uitgevoerd;
verzoekt de regering om de minimumjeugdloonverhoging zoals voorgesteld in de breed aangenomen motie Dassen c.s. alsnog uit te voeren per
1 januari 2027.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat ouders bij ouderschapsverlof netto niet achteruitgaan en de positie van vrouwen beschermen. Lagere uitkeringen leiden ertoe dat vrouwen meer verlof opnemen en mannen minder, waardoor genderongelijkheid toeneemt. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 49–101 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is het maximumdagloon voor
ouderschapsverlof te verlagen;
overwegende dat lagere uitkeringen ertoe leiden dat vooral vrouwen meer
verlof opnemen en mannen minder, waardoor bestaande ongelijkheden
op de arbeidsmarkt worden vergroot;
verzoekt de regering te borgen dat ouders er bij het opnemen van
ouderschapsverlof netto niet op achteruitgaan en dat de positie van
vrouwen wordt beschermd en versterkt.
Sluiten De regering moet onderzoeken hoe de risico's rond werknemers voor start-ups beter kunnen worden gemitigeerd binnen het sociale zekerheidsstelsel. Start-ups zijn belangrijk voor innovatie en groei, maar hebben weinig financiële ruimte om werknemers bij werkloosheid op te vangen. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 20–130 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat start-ups een belangrijke bijdrage leveren aan
innovatie, economische groei en het verdienvermogen van Nederland;
overwegende dat start-ups vaak beperkte liquide middelen hebben en
daardoor minder goed in staat zijn om risico’s rond werk en inkomen op
te vangen;
overwegende dat het huidige stelsel van werkloosheidsverzekering
onvoldoende aansluit bij de dynamiek en onzekerheden van start-ups en
hun werknemers;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe de risico’s rondom werknemers
voor start-ups beter gemitigeerd kunnen worden binnen het socialezekerheidsstelsel.
Sluiten De regering moet noodpakketten beschikbaar stellen voor mensen rond de armoedegrens. Veel mensen met een laag inkomen kunnen zo'n pakket nu niet betalen, terwijl het nodig is voor hun veiligheid bij noodsituaties. ››
19 maart | Volt
| Verworpen: 29–121 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat de overheid burgers oproept zich voor te bereiden op
noodsituaties door middel van een noodpakket;
overwegende dat voor mensen die in armoede leven de aanschaf van een
dergelijk noodpakket vaak financieel niet haalbaar is;
verzoekt de regering om een voorstel te doen waarin noodpakketten
beschikbaar worden gesteld voor mensen rondom de armoedegrens en
dit bijvoorbeeld te dekken uit de middelen voor de aanpak armoede en
problematische schulden of uit de middelen voor het versterken van de
maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.
Sluiten De regering moet onderzoeken of de laptopregeling naar het Rijk kan worden overgeheveld. Dit maakt regelingen eenvoudiger omdat taken die landelijk kunnen worden uitgevoerd, dan ook landelijk worden gedaan. ››
19 maart | Volt, D66
| Aangenomen: 82–68 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat er sinds 2015 extra taken en regelingen bij gemeenten
zijn belegd die het Rijk ook kan uitvoeren;
constaterende dat rapporten van de Commissie sociaal minimum en IPE
voorstellen om landelijk te doen wat landelijk kan, zoals de laptopregeling;
verzoekt de regering om in gesprekken over vereenvoudiging van
regelingen ook te bezien of de laptopregeling overgeheveld kan worden
naar het Rijk.
Sluiten De regering moet ervoor zorgen dat bij het maken van beleidskeuzes over sociale zekerheid de meest kwetsbaren worden ontzien. Volgens het CPB gaan de laagste inkomens er meer op achteruit dan hogere inkomens. ››
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
overwegende dat er in het coalitieakkoord ingrijpende maatregelen op het
gebied van sociale zekerheid worden aangekondigd;
overwegende het feit dat sociale zekerheid bedoeld is om mensen in een
kwetsbare positie of in een kwetsbare fase in hun leven te ondersteunen;
overwegende dat in de analyse van het coalitieakkoord door het CPB de
laagste inkomens er meer op achteruitgaan dan hogere inkomens;
spreekt uit dat bij het maken van beleidskeuzes op het gebied van sociale
zekerheid de meest kwetsbaren ontzien zullen worden.
Sluiten De regering moet bevestigen dat het Nederlandse pensioenstelsel (eerste en tweede pijler samen) het best gefinancierde is in de eurozone. Nederland heeft volgens Eurostat al de beste gedekte pensioenverplichtingen van alle eurolanden. ››
19 maart | 50PLUS
| Aangenomen: 127–23 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederland volgens Eurostat de best gedekte pensioenverplichtingen heeft van alle lidstaten van de eurozone;
constaterende dat de met omslag gefinancierde Nederlandse
AOW-uitkering tot wel de helft minder beslag legt op de middelen van de
nationale begroting in vergelijking met omslag gefinancierde ouderdomsuitkeringen in andere eurolanden;
constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers op afstand de
grootste (private) pensioenreserves bezitten van alle lidstaten van de
eurozone;
overwegende dat zorgen over de AOW idealiter zouden moeten gaan over
de onhoudbaarheid van de pensioenstelsels in andere eurolanden, omdat
Nederland hiervoor via het beleid van de ECB en via Europese Steunfondsen reeds gedeeltelijk garant staat;
verzoekt de regering om, conform de cijfers van Eurostat, te bevestigen
dat het Nederlandse pensioenstelsel in de eerste en de tweede pijler
tezamen, het best gefinancierde pensioenstelsel van de eurozone is.
Sluiten De regering moet onafhankelijk onderzoek laten verrichten naar de oorzaken van de slechte beleggingsprestaties van Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020. Elk 100 miljard minder pensioenvermogen levert de staat ongeveer 30 miljard minder belastinginkomsten op. ››
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 ronduit
slechte beleggingsrendementen behalen in vergelijking met de relevante
internationale beleggingsindexen en benchmarks;
constaterende dat de omvang van renteafdekking en de ongelukkige
rentespeculatie van de Nederlandse pensioenfondsen enorme verliezen
hebben opgeleverd;
overwegende dat de Wet toekomst pensioenen en/of de transitie naar de
Wet toekomst pensioenen mogelijk heeft bijgedragen aan een toename
van risicomijdend gedrag bij de beleggingen van pensioenfondsen, die
mede daardoor een fabelachtig groot bedrag aan rendement niet hebben
behaald;
overwegende dat de Nederlandse Staat een latente belastingclaim heeft
op het totale pensioenvermogen in de tweede pijler en dat elke 100
miljard minder vermogen uiteindelijk leidt tot ongeveer 30 miljard minder
belastinginkomsten;
verzoekt de regering om onafhankelijk onderzoek te laten verrichten door
onder andere niet-Nederlandse deskundigen naar de omvang en oorzaken
van slechte prestaties van de Nederlandse pensioenfondsen sinds 2020 in
vergelijking met de relevante internationale indexen en benchmarks, en
de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren.
Sluiten De regering moet samen met de pensioensector uniforme kengetallen voor uitvoeringskosten ontwikkelen. Zo kunnen pensioendeelnemers de kosten van verschillende fondsen vergelijken en een weloverwogen keuze maken. ››
19 maart | 50PLUS
| Aangenomen: 150–0 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat Nederlandse pensioendeelnemers geen goed inzicht
hebben in de uitvoeringskosten van hun pensioenbeheerder in vergelijking met andere pensioenbeheerders;
constaterende dat het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) geen vergelijking
mogelijk maakt tussen de uitvoeringskosten van pensioenfondsen op
basis van verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen;
overwegende dat er geen praktische of statistische redenen zijn die een
gedegen vergelijking van kostenniveaus met uniforme kengetallen in de
pensioensector onmogelijk maken;
overwegende dat het ontbreken van goed vergelijkende kengetallen voor
de kostenniveaus van pensioenfondsen een gevolg is van de wens om
deze informatie liever niet vrij te geven;
overwegende dat transparantie en inzicht in het «persoonlijke pensioenvermogen» de belangrijkste doelstelling was van de WTP;
overwegende dat kostenkengetallen voor de verschillende kostensoorten
van pensioenuitvoerders een geweldig inzicht kunnen verschaffen
waarmee de uitvoerders worden gestimuleerd om van elkaar te leren;
overwegende dat pensioenuitvoerders uiteraard in staat moeten worden
gesteld om hun kostenniveau toe te lichten omdat er ook legitieme
redenen kunnen zijn voor afwijkingen;
verzoekt de regering om in samenspraak met de pensioensector enkele
verantwoord samengestelde (uniforme) kengetallen te ontwikkelen, die
kst-36800-XV-86
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XV, nr. 86
1
het mogelijk maken voor de deelnemer om pensioenuitvoerders te
beoordelen op de kosten van uitvoering.
Sluiten De regering moet de WW-duur niet verkorten. Mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard krijgen anders financiële problemen omdat hun uitkering korter wordt. ››
19 maart | SP
| Verworpen: 68–82 | Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
De kamer,
constaterende dat het kabinet-Jetten van plan is de WW-duur te verkorten
van twee jaar naar één jaar;
constaterende dat door deze voorgenomen korting van de WW-duur ook
de duur van de loongerelateerde uitkering wordt verkort;
constaterende dat dit voor financiële problemen kan zorgen bij mensen
die arbeidsongeschikt zijn verklaard;
verzoekt de regering de WW-duur niet te verkorten.
Sluiten