De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. ››
De regering moet een plan maken voor het praktijk- en beroepsgericht onderwijs. Nu is er te veel druk om naar theoretisch onderwijs te gaan. Daardoor komen er te weinig goede vakmensen bij en worden de talenten van leerlingen niet goed gebruikt. Een nieuw plan moet zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en meer personeel voor de scholen. ››
De minister moet zorgen dat de onderwijsbekostiging (het geld voor scholen) meeverhuist met leerlingen die van school wisselen. Nu blijft het geld bij de oude school hangen als een leerling halverwege het jaar overstapt, bijvoorbeeld van het vmbo naar het praktijkonderwijs. Dit is onlogisch, want de nieuwe school krijgt dan niet de middelen die bij de leerling horen. ››
De regering moet stoppen met het beleid voor 'kansrijk adviseren'. Leerlingen hebben namelijk een realistisch schooladvies nodig. Op dit moment wordt dit advies namelijk alleen bepaald op basis van hoe goed leerlingen kunnen nadenken en leren. ››
De regering moet ervoor zorgen dat nieuwkomers eerst goed Nederlands leren voordat zij een definitief schooladvies krijgen. Nu belanden veel nieuwkomers door taalproblemen in het praktijkonderwijs, terwijl zij eigenlijk beter in het theoretisch onderwijs passen. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare Nederlandse leerlingen op lange wachtlijsten komen te staan. ››
De regering moet de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs. Deze leerlingen doen net zo veel stage als leerlingen in een entreeopleiding (een specifieke praktijkopleiding). Reiskosten mogen geen belemmering zijn voor het volgen van onderwijs. ››
De regering moet zorgen dat techniekonderwijs op alle vmbo-scholen in de onder- en bovenbouw beschikbaar is. Het aanbod van technische opleidingen neemt nu af. Veel leerlingen maken hun keuze zonder echt met techniek te hebben gewerkt. Vroege kennismaking is nodig om interesse te krijgen voor techniek en een goede studiekeuze te maken. ››
De regering moet een plan maken om vmbo-praktijkexamens meer aandacht en waardering te geven. Nu krijgen de examens voor havo en vwo veel meer aandacht in de media en de politiek. Gelijkheid in het onderwijs betekent ook dat alle soorten examens zichtbaar en erkend moeten worden. ››
De regering moet een plan maken om de toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs af te schaffen. De regeling zorgt voor te veel papierwerk bij scholen en helpt leerlingen niet. Bovendien worden bijna alle aanvragen al goedgekeurd. ››
De regering moet zorgen dat er in elke regio meer verschillende beroepsopleidingen zijn op het vmbo. Nu bieden veel scholen te weinig keuzes aan. Hierdoor hangt de toekomst van een leerling te veel af van de plek waar hij of zij woont. Dit is niet eerlijk en beperkt de kansengelijkheid. ››
De regering moet zorgen voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs. Dat betekent dat scholen direct geld krijgen van de overheid. Nu gaat het geld via samenwerkingsverbanden. Hierdoor beïnvloeden financiële keuzes waar leerlingen terechtkomen. Dat is niet goed, want kinderen hebben snel de juiste hulp nodig. Ook neemt het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs snel toe. ››
De regering moet met Kennisnet, SURF en SIVON een plan maken voor een veilige, publieke Nederlandse AI-voorziening. De huidige AI-systemen, zoals ChatGPT, zijn commercieel en niet gemaakt voor het onderwijs. Een eigen voorziening beschermt de privacy van kinderen en zorgt dat scholen minder afhankelijk worden van grote technologiebedrijven. ››
De regering moet regels maken om het gebruik van schermen in de klas te beperken. Leren met papier, boeken en met de hand schrijven zorgt voor een betere concentratie en meer begrip. Schermen zorgen juist voor te veel afleiding. Daarom moeten papier en boeken weer de standaard worden in het onderwijs. ››
Het kabinet moet advies geven over hoe leerlingen kunnen leren schrijven zonder kunstmatige intelligentie (AI). Als leerlingen AI gebruiken voor huiswerk, leren ze zelf het schrijven niet meer goed. Het is belangrijk dat jongeren deze vaardigheid zelf beheersen om hun kennis te ontwikkelen. ››
De regering moet een strenge mobieltjesrichtlijn invoeren. Telefoons moeten de hele schooldag in de kluis of thuis blijven. Dit voorkomt dat leerlingen te veel afhankelijk worden van kunstmatige intelligentie (AI). Leerlingen moeten namelijk zelf leren denken en handelen om hun karakter te vormen. ››
De regering moet de digitale zelfstandigheid in het onderwijs vergroten en daar plannen voor maken. Scholen zijn nu te afhankelijk van grote buitenlandse techbedrijven zoals Microsoft en Google. ››
De regering moet de Wet gratis schoolboeken veranderen in een wet voor gratis leermiddelen, inclusief digitale apparaten zoals tablets. De huidige wet is verouderd door de snelle technologische vooruitgang. Digitale middelen zijn nodig om ongelijkheid in het onderwijs en de macht van grote technologiebedrijven tegen te gaan. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen om strenger te handhaven op de Digital Services Act (de Europese wet voor online platforms). LGBTQIA+ personen worden online vaak gediscrimineerd of geblokkeerd door platforms zoals Meta en Instagram. Dit bedreigt hun veiligheid en vrijheid van meningsuiting. De Commissie moet extra letten op deze vormen van discriminatie. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen om in de EU-lhbtiq+-strategie (een plan voor de rechten van lhbtiq+-personen) aandacht te besteden aan de oorzaken van dalende acceptatie en geweld. Culturele en religieuze factoren spelen hierbij een rol. De echte oorzaken aanpakken is nodig voor een goede analyse en betere bescherming. ››
De regering moet in Europa geen steun geven aan nieuwe EU-regels over onderwijs, gezinsbeleid en familierecht via de Europese lhbtiq+-strategie. Nederland moet namelijk zelf bepalen hoe deze zaken worden geregeld. Onderwijs en gezinsbeleid zijn namelijk nationale zaken waarover een land zelf beslist, niet de Europese Unie. ››