De regering moet zich onthouden van de stemming over de Omnibus Food and Feed (regels voor voedsel en diervoeder). De Tweede Kamer heeft meer tijd nodig om deze regels goed te kunnen beoordelen. ››
De regering moet samen met omwonenden, experts en het RIVM (het instituut voor volksgezondheid) maatregelen nemen om mensen te beschermen tegen pesticiden. Nu kunnen omwonenden hun ramen niet openzetten of hun kinderen in de tuin laten spelen door het gebruik van deze middelen. Zij hebben direct betere bescherming nodig voor hun gezondheid. ››
De regering moet in het Coreper II-overleg (het overleg tussen de ambassadeurs van EU-landen) niet instemmen met het Omnibus Food and Feed-voorstel. Er is meer tijd nodig om de gevolgen voor de volksgezondheid goed te bekijken. De Tweede Kamer kan nu nog geen zorgvuldige keuze maken. ››
De regering moet een lijst maken van schadelijke vluchtige stoffen in bestrijdingsmiddelen en deze verbieden. Deze stoffen verdampen makkelijk en belanden daardoor in de natuur, in het water en op biologische gewassen. ››
De regering moet de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen centraal organiseren. De huidige regels voor deze middelen zijn namelijk niet goed te controleren. De Algemene Rekenkamer stelt dat de regels daarom niet handhaafbaar zijn. ››
De regering moet het mogelijk maken om tijdelijke huurcontracten voor studenten één keer met twee jaar te verlengen. Veel opleidingen duren namelijk langer dan twee jaar. Andere soorten huurcontracten bieden vaak geen goede oplossing. ››
De regering moet onderzoeken of extra regels van gemeenten de beschikbaarheid van woningen in de middenhuursector beïnvloeden. Sommige gemeenten stellen namelijk eigen regels bovenop de landelijke wetten. Er is inzicht nodig naar de gevolgen van deze regels voor de toegankelijkheid van betaalbare woningen. ››
De regering moet nog dit jaar de evaluatie van de Wet betaalbare huur uitvoeren. Zo komt er sneller duidelijk of de wet werkt zoals bedoeld en of er onverwachte problemen ontstaan. ››
De regering moet samen met gemeenten onderzoeken hoe de handhaving van huurwetten verbeterd kan worden. Gemeenten hebben nu een tekort aan inspecteurs en juristen. Goede controle is nodig om misstanden op de huurmarkt aan te pakken. ››
De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen. ››
De regering moet de wet-Nijboer afschaffen. Deze wet beperkt hoe hoog de huur in de vrije sector elk jaar mag stijgen. Hierdoor willen steeds minder mensen huurwoningen aanbieden. Dat is slecht voor woningzoekenden, omdat er daardoor minder huurwoningen beschikbaar zijn op de markt. ››
De regering moet de invloed van de WOZ-cap verder beperken, bijvoorbeeld door de WOZ-waarde meer te laten meetellen in het woningwaarderingsstelsel (het WWS, waarmee de maximale huur wordt bepaald). Het aanbod van middenhuur staat namelijk onder druk. Verhuurders verkopen hun woningen steeds vaker in plaats van ze te verhuren. ››
De regering moet de WWS-puntentabel (het puntensysteem voor de huurprijs) jaarlijks verhogen met de inflatie (CPI) plus 1%. Nu is het lastig om te investeren in middenhuur. Verhuurders verkopen hun huizen daarom steeds vaker. Een hogere indexering zorgt voor een beter rendement. Zo blijven er meer woningen beschikbaar voor de middenhuur. ››
De regering moet de nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen met acht jaar verlengen in plaats van vier. Het bouwen van een woning duurt gemiddeld tien jaar. Meer zekerheid over deze regeling zorgt voor meer investeringen en meer woningen voor de middenklasse. Zo geldt de regeling voor woningen waarvan de bouw vóór 1 januari 2036 start. ››
De regering moet het voorstel voor tijdelijke huurcontracten voor alle studenten als wet in formele zin aan de Kamer voorleggen. Bij een wet in formele zin moeten de Tweede en Eerste Kamer officieel over stemmen. Meer dan 30 Kamerleden willen dat dit voorstel op deze manier wordt behandeld. ››
De regering moet de plannen voor de WOZ-prijsopslag, buitenruimte en rijksmonumenten zo snel mogelijk naar de Raad van State sturen. Deze plannen helpen namelijk het tekort aan middenhuurwoningen aan te pakken. ››
De regering moet de WOZ-cap niet versoepelen. De WOZ-cap is de maximale waarde van een woning die wordt gebruikt om de huurprijs te bepalen. Als deze grens wordt verhoogd, stijgt de middenhuur in grote steden met 100 tot 300 euro per maand. ››
De regering moet geen plannen maken om tijdelijke huurcontracten weer toe te staan. De Wet vaste huurcontracten beperkt deze contracten al. Tijdelijke huur zorgt namelijk voor veel stress en onzekerheid over wonen. ››
De regering moet voorkomen dat tijdelijke huurcontracten weer worden ingevoerd of uitgebreid. Deze contracten zorgen namelijk niet voor meer woningen of een betere doorstroming op de woningmarkt. In plaats daarvan leiden ze tot hogere huren, minder leefbaarheid en grote onzekerheid voor huurders. ››
De regering moet een plan maken om huurwoningen die door beleggers zijn opgekocht, terug te kopen. Deze woningen moeten naar wooncoöperaties (groepen die samenwonen) of woningcorporaties (organisaties voor sociale huur). Zo blijven er genoeg huurwoningen en blijven de huren betaalbaar. ››