Centrale registratie gewasbeschermingsmiddelen

De regering moet de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen centraal organiseren. De huidige regels voor deze middelen zijn namelijk niet goed te controleren. De Algemene Rekenkamer stelt dat de regels daarom niet handhaafbaar zijn.

Motie van het lid Bromet over de centrale digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen toegankelijk maken voor toezichthouders, overheden en wetenschappers

De kamer, constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat veel regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nu niet handhaafbaar zijn; verzoekt de regering de per 1 januari verplichte digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen centraal te organiseren en toegankelijk te maken voor toezichthouders, overheden en wetenschappers.
11 juni | onbekend |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij zet in op een fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen [1]. Daarnaast stelt de partij dat bedrijven zich niet vanzelf aan de regels houden en dat de overheid normen moet stellen en handhaven [3]. De partij is bovendien voor meer transparantie bij het gebruik van digitale technieken en algoritmes [2] en steunt het gebruik van instrumenten zoals duurzaamheidsdashboards in de landbouw [4].

Argumenten tegen: De partij streeft naar zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften om boeren meer ruimte en vertrouwen in hun vakmanschap te geven [4]. Een centrale, verplichte digitale registratie zou door de partij gezien kunnen worden als een extra middelvoorschrift dat de autonomie van de ondernemer beperkt.

Bronnen:

  1. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  2. "Digitalisering biedt veel kansen maar kent ook risico's. De overheid moet grenzen stellen waar het gaat om de inzet van technieken en de regulering van ons digitale maatschappelijke verkeer, bijvoorbeeld bij het gebruik van kunstmatige intelligentie en algoritmes. De overheid zelf maakt een gedegen afweging of voor machine learning algoritmes of alternatieven gekozen wordt. Het algoritmeregister wordt uitgebreid en verplicht gesteld, zodat transparant is hoe algoritmes worden ingezet. Ons recht op privacy en onze vrije en ongefilterde toegang tot gegevens kunnen in het gedrang komen als we niet meer grip krijgen op grote techbedrijven die grote hoeveelheden data over ons verzamelen en steeds meer bepalen welke informatie wij zien. Social media bedrijven worden verplicht om minder 'polariserende algoritmes' in te zetten, bijvoorbeeld door gebruikers keuze vrijheid te geven over hoe aanbevelingen tot stand komen."
  3. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  4. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."