De regering moet bij nieuwe sociale zekerheidswetgeving het uitgangspunt gebruiken dat uitkeringen automatisch worden toegekend. Dit is een doel uit het coalitieakkoord. De regering moet dit ook een prioriteit maken in de Hervormingsagenda voor inkomensondersteuning. ››
De regering moet in de nieuwe regeling (AMvB: een besluit van de regering) zorgen dat burgers met één bezwaar alle betrokken overheidsinstanties kunnen bereiken. Dit voorkomt dat mensen voor elk overheidsorgaan apart een bezwaar moeten indienen tegen het gebruik van hun gegevens. ››
De regering moet een plan (een roadmap) opstellen om gemeentelijke regelingen te vereenvoudigen. Dit moet samen met proactieve hulp aan mensen met een laag inkomen gebeuren. Zo wordt het stelsel eenvoudiger, zonder dat mensen die recht hebben op steun de hulp mislopen. ››
3 september om 20:15 - Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774) Antwoord 1e termijn + rest
De regering moet het wetsvoorstel eerst voorleggen aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Dit college controleert of nieuwe regels niet te veel extra werk opleveren. Het wetsvoorstel zorgt namelijk voor veel extra administratie en maakt het voor burgers onduidelijk waar ze aan toe zijn. ››
De regering moet het wetsvoorstel eerst laten toetsen door een planbureau op de economische gevolgen. Het wetsvoorstel kan de economische groei namelijk schaden. Dit kan gebeuren door extra regels, meer onzekerheid of minder geld voor start-ups (nieuwe bedrijven). ››
De regering moet de wet pas in werking laten treden nadat de ACM (Autoriteit Consument en Markt) een leidraad heeft opgesteld. Via een openbare consultatie moeten bedrijven eerst kunnen reageren op de nieuwe werkwijze. Dit zorgt voor de nodige duidelijkheid voor ondernemers over de uitvoering van de regels. ››
3 september | CDA, JA21, VVD | Aangenomen: 89–61 |
De regering moet een jaar na de invoering van de Wet inroepbevoegdheid Autoriteit Consument & Markt een invoeringstoets uitvoeren. Hiermee wordt gecontroleerd of de wet onverwachte gevolgen heeft voor het bedrijfsleven en of de wet effectief voorkomt dat een klein aantal bedrijven te veel macht krijgt in de markt. ››
De regering moet juridisch advies inwinnen over het beperken van de handel met Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte. Het is namelijk onduidelijk of het internationaal recht verplicht om de handel met deze gebieden te beperken. ››
De regering moet internationaalrechtelijk spoedadvies vragen over de evacuatie van Israëlische settlers. Het huidige beleid volgt niet het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) en een VN-resolutie. Dit kan leiden tot ongewenste juridische precedenten bij toekomstige sancties. ››
De regering moet de afhankelijkheid van bedrijven die samenwerken met de Israëlische wapenindustrie verminderen. Het is onwenselijk dat Nederland afhankelijk is van industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden. Europa moet strategisch onafhankelijk worden van landen die militaire dreiging en agressie veroorzaken. ››
De regering moet ervoor zorgen dat bedrijven die diensten aanbieden in illegale nederzettingen geen fiscale voordelen en subsidies meer ontvangen. Bedrijven die bijdragen aan deze nederzettingen mogen geen steun krijgen van de Nederlandse staat. ››
3 september | PvdD, DENK, PRO, SP, Volt | Verworpen: 30–120 |
De regering moet samenwerken met België en andere buurlanden. Goederen uit illegale nederzettingen worden via het buitenland Nederland binnengesmokkeld om het tijdelijk sanctiebesluit te omzeilen. Samenwerking met buurlanden maakt de handhaving van dit verbod effectiever. ››
De regering moet onderzoeken of de visumvrijstelling voor Israëlische kolonisten moet worden opgeheven. De bouw van nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever is in strijd met het internationaal recht. Deze uitbreiding belemmert een tweestatenoplossing. ››
De regering moet onderzoeken of bedrijven in illegale Israëlische nederzettingen geen belastingvoordelen meer mogen krijgen. Nu profiteren deze bedrijven van fiscale regelingen. Dit botst met sancties die economische activiteiten in deze gebieden juist willen ontmoedigen. ››
De regering moet de tijdelijke sancties tegen Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte per direct intrekken. ››
De regering moet onderzoeken of Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte uit de AMvB (een algemene regeling) gehaald kunnen worden. Geweld door kolonisten belemmert een tweestatenoplossing, maar dit geweld heeft geen invloed op deze gebieden. ››
De regering moet onderzoeken of bedrijven die handel drijven met illegale Israëlische nederzettingen uitgesloten kunnen worden van samenwerkingen en subsidies. Het is onwenselijk dat deze bedrijven profiteren van Nederlandse overheidssteun. ››
3 september | DENK, PvdD, SP | Verworpen: 37–113 |
De regering moet sancties, desinvestering en een boycot gebruiken tegen Israël. Ook moet Nederland inzetten op een totaal handelsverbod met Israël. Het Internationaal Gerechtshof oordeelt dat landen de onrechtmatige situatie in de bezette Palestijnse gebieden niet mogen ondersteunen. Economische druk is nodig om de onderdrukking van het Palestijnse volk te stoppen. ››
De regering moet een brede informatiecampagne starten over het Tijdelijk sanctiebesluit. Dit besluit over nederzettingen in bezet Israël-gebied gaat in op 22 september 2026. Ondernemers, importeurs, verkopers en reizigers moeten de inhoud en gevolgen van dit besluit kennen. ››