3 december, Voorstel van wet van de leden Paternotte en Bevers tot wijziging van de Embryowet in verband met de afschaffing van het tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek (36416) (antwoord eerste termijn + rest)
[De kamer,
overwegende dat de leeftijd van ouders bij het krijgen van een eerste kind
de afgelopen decennia flink is gestegen;
overwegende dat wanneer de leeftijd van ouders, met name moeders,
toeneemt, er een verhoogd risico ontstaat op onvruchtbaarheid, complicaties bij de zwangerschap en aangeboren afwijkingen bij het kind;
overwegende dat verminderde vruchtbaarheid als gevolg van uitstel van
ouderschap bijdraagt aan de vraag naar vruchtbaarheidsbehandelingen
en aan situaties van ongewenste kinderloosheid;
verzoekt de regering de maatschappelijke dialoog over (on)vruchtbaarheid
te bevorderen, waarbij in ieder geval ook aandacht is voor biologische,
morele en ethische aspecten.] ››
[De kamer,
overwegende dat de Embryowet om de paar jaar geëvalueerd wordt;
overwegende dat als het voorliggende wetsvoorstel over embryokweek
wordt aangenomen dit een verruiming van de Embryowet betekent;
verzoekt de regering in de volgende evaluaties expliciet aandacht te
besteden aan de maatschappelijke opinie op dit thema;
verzoekt de regering voorts in de volgende evaluaties expliciet aandacht
te besteden aan de wijze waarop de uitvoering van de wet recht doet aan
de beschermwaardigheid van het embryo.] ››
[De kamer,
overwegende dat met het wetsvoorstel onderzoek naar de veiligheid van
kiembaanmodificatie mogelijk wordt gemaakt;
overwegende dat de kennis over veilige kiembaanmodificatie, ondanks
een verbod op kiembaanmodificatie in Nederland, door andere landen en
spelers ingezet kan worden voor kiembaanmodificatie;
verzoekt de regering te voorkomen dat Nederlandse kennis en technologie
over kiembaanmodificatie worden ingezet voor toepassingen in het
buitenland.] ››
Aangenomen op 16 december: 1130 - 1486
JA21
FVD
CDA
PVV
BBB
CDA
JA21
PVV
PVV
PVV
PVV
PVV
SGP
PVV
CDA
JA21
PVV
CU
FVD
FVD
FVD
PVV
JA21
PVV
PVV
50PLUS
PVV
CDA
PVV
JA21
PVV
CDA
PVV
FVD
PVV
PVV
JA21
CDA
PVV
CDA
CDA
JA21
CDA
PVV
CDA
CU
PVV
CDA
50PLUS
CDA
BBB
FVD
DENK
BBB
FVD
PVV
SGP
CU
PVV
JA21
CDA
CDA
CDA
BBB
DENK
CDA
CDA
DENK
PVV
PVV
PVV
JA21
GL-PVDA
GL-PVDA
VVD
VVD
VVD
D66
D66
D66
D66
VVD
SP
D66
GL-PVDA
GL-PVDA
D66
D66
GL-PVDA
D66
SP
VVD
D66
VVD
GL-PVDA
VVD
D66
D66
GL-PVDA
GL-PVDA
GL-PVDA
D66
SP
VVD
Volt
D66
VVD
VVD
VVD
VVD
D66
GL-PVDA
GL-PVDA
GL-PVDA
PvdD
GL-PVDA
GL-PVDA
VVD
D66
D66
VVD
VVD
GL-PVDA
GL-PVDA
PvdD
VVD
D66
D66
D66
GL-PVDA
GL-PVDA
D66
D66
D66
VVD
VVD
VVD
D66
D66
GL-PVDA
D66
VVD
3 december, Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerlingen (Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen) (36530)
[De kamer,
overwegende dat het voor onderwijs aan kinderen die door ziekte niet
naar school kunnen van groot belang is zij ook thuis les kunnen krijgen;
overwegende dat in sommige regio’s van Nederland wel, maar in andere
gebieden op dit moment geen thuisonderwijs kan worden gegeven;
verzoekt de regering de nieuw op te richten stichting te instrueren om
ervoor te zorgen dat in elke regio van Nederland thuisonderwijs kan
worden geboden aan kinderen voor wie dit de beste oplossing is, en te
inventariseren in welke regio’s van Nederland geen thuisonderwijs kan
worden geboden, waar dat op dit moment wel kan, hoe dat daar is
georganiseerd en op welke manier vrijwilligers of gepensioneerde
docenten breder kunnen worden ingeschakeld om thuisonderwijs te
geven.] ››
[De kamer,
constaterende dat de nieuwe landelijke structuur voor onderwijs aan zieke
leerlingen wordt ingericht terwijl ouders en leerlingen over het huidige
werk van consulenten overwegend tevreden zijn;
constaterende dat veel ozl-consulenten hun werk combineren met een
andere functie, zoals orthopedagoog of onderwijsadviseur;
overwegende dat de wet veel ruimte laat voor de precieze regionale
inrichting en er geen duidelijkheid is over de verdeling van middelen en
personeel tussen regio’s, wat bij consulenten leidt tot onzekerheid over
hun toekomstige werkplek en taken;
overwegende dat een aanzienlijk deel van de huidige consulenten
aangeeft mogelijk niet over te stappen naar de nieuwe stichting, met
risico op verlies van capaciteit en expertise;
verzoekt de regering stevige landelijke regie te waarborgen, via een
stichting met verantwoordelijkheid voor kwaliteit, bekendheid van de
voorziening en continuïteit van de ondersteuning, en de uitvoering
regionaal, dicht bij het kind, te behouden;
verzoekt de regering in kaart te brengen wat regionaal behouden moet
blijven, wat centraal kan worden belegd en hoe de middelen over regio’s
moeten worden verdeeld op basis van actuele gegevens, en de Kamer
voor de zomer over de uitkomsten te informeren;
verzoekt de regering in de transitie naar de nieuwe structuur de flexibiliteit
voor consulenten te behouden, bijvoorbeeld door combinatiebanen
mogelijk te houden en detachering van consulenten toe te staan,
kst-36530-29
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 530, nr. 29
1.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen geen
criteria voor deze ondersteuning opneemt, maar de Minister wel de
mogelijkheid geeft om de uitvoerende stichting kaders mee te geven;
overwegende dat zieke leerlingen gebaat zijn bij een zo snel mogelijke
realisatie van onderwijsondersteuning;
overwegende dat in het huidige stelsel de meeste zieke leerlingen tijdig
ondersteuning ontvangen en dat de regering benoemt dit te willen
behouden;
verzoekt de regering om de snelheid waarmee zieke leerlingen ondersteuning krijgen te borgen en hierover criteria mee te geven in de eerste
kaderbrief aan de op te richten uitvoerende stichting.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen een
fundamentele wijziging van de uitvoeringsorganisatie daarvan
bewerkstelligt;
constaterende dat deze wet pas na enkele jaren geëvalueerd zal worden;
overwegende dat deze wet volgens de regering niet tot veranderingen in
de uitvoering van onderwijsondersteuning zal leiden;
overwegende dat het belangrijk is om eventuele veranderingen in de
uitvoering zo vroeg mogelijk vast te stellen;
verzoekt de regering om een jaar na de inwerkingtreding met een
monitoringsrapportage te komen en een tevredenheidsonderzoek uit te
voeren onder leerlingen, ouders en medewerkers.] ››
[De kamer,
constaterende dat na het aannemen van het wetsvoorstel Onderwijsondersteuning zieke leerlingen een groot deel van de onderwijsconsulenten
zijn werkzaamheden zal voortzetten bij de landelijke stichting;
constaterende dat een deel niet onder de overgang van onderneming valt
omdat zij ook andere taken verrichten bij hun huidige werkgever, vaak op
het domein van zorg en ondersteuning;
constaterende dat het zonde is dat deze ervaring, deze expertise en dit
netwerk verloren gaan;
verzoekt de regering om deze groep onderwijsconsulenten met dubbelfuncties de mogelijkheid te bieden om toch over te gaan naar de landelijke
stichting, door bijvoorbeeld te kijken naar detachering of het verlagen van
de minimale taakomvang, of door afspraken op individueel niveau te
maken.] ››
[De kamer,
constaterende dat kinderen en jongeren het recht hebben om mee te
praten over onderwerpen die hen aangaan, en dit expliciet staat
opgenomen in het Kinderrechtenverdrag;
constaterende dat inspraak van jongeren niet is geborgd in het
wetsvoorstel Onderwijsondersteuning zieke leerlingen;
overwegende dat onderwijs en betrokkenheid van leerlingen het
onderwijs en de ondersteuning ook beter maken;
verzoekt de regering om in de statuten van de nieuw op te richten
stichting expliciete afspraken te maken over de inspraak van jongeren,
bijvoorbeeld door concrete afspraken over de samenstelling van de
cliëntenraad.] ››
[De kamer,
constaterende dat uit onderzoek van Oudervereniging Balans blijkt dat
70.000 kinderen thuiszitten zonder passend onderwijs, en samenwerkingsverbanden tientallen miljoenen financiële reserves hebben die zijn
bedoeld voor onderwijs en ondersteuning aan deze kinderen, maar niet
worden uitgegeven;
constaterende dat de onderwijsinspectie een dringende oproep doet aan
het kabinet om onderwijs in justitiële jeugdinstellingen te verbeteren;
constaterende dat het onderwijs aan kinderen in de jeugdzorg al jaren niet
op orde is;
constaterende dat onderwijsconsulenten enorm waardevol werk doen
waardoor onderwijs aan kinderen met een lichamelijke ziekte goed
geregeld is en het wetsvoorstel daar nog een verbeterslag op maakt;
constaterende dat het recht op onderwijs voor álle kinderen zou moeten
gelden;
verzoekt de regering om te onderzoeken of de werkwijze van de nieuwe
stichting ook een oplossing kan zijn voor kinderen en jongeren die
langdurig thuiszitten of geen passend onderwijs krijgen vanwege
bijvoorbeeld autisme of hoogbegaafdheid, kinderen en jongeren in de
jeugdzorg of justitiële instellingen, en de onderzoekers ook te vragen
concrete beleidsopties uit te werken.] ››
[De kamer,
constaterende dat kinderen en jongeren met PAIS/long covid regelmatig
vastlopen in het onderwijs, vanwege onder andere onvoldoende kennis
en erkenning bij scholen en het ontbreken aan structuur en regie;
overwegende dat het ontbreken van duidelijke landelijke richtlijnen leidt
tot onnodige overvraging en voortdurende onzekerheid en dat leerlingen
en ouders gebaat zijn bij één vast aanspreekpunt dat de regie voert en
bijdraagt aan duidelijkheid en rust;
overwegende dat tijdige inzet van deskundigheid en de belastbaarheid
van het kind als uitgangspunt nemen, bijdraagt aan goed en passend
onderwijs voor deze leerlingen;
verzoekt de regering om, in samenspraak met ouders, leerlingen,
deskundigen en het onderwijsveld, landelijke richtlijnen op te stellen voor
scholen over PAIS/long covid, waarin in ieder geval ouder- en leerlingenbetrokkenheid, het betrekken van deskundigheid, mogelijke onderwijsaanpassingen, zoals volwaardig digitaal afstandsonderwijs, en het aanstellen
van één vast aanspreekpunt, aan bod komen;
verzoekt de regering daarnaast in samenspraak met genoemde betrokkenen mogelijke knelpunten uit huidige wet- en regelgeving tegen het
licht te houden, en hierover aan de Kamer te rapporteren.] ››
[De kamer,
overwegende dat elke zieke leerling recht heeft op goed onderwijs en dat
belang voorop moet staan, ongeacht ziektebeeld en of de leerling
bijvoorbeeld lichamelijke of psychische klachten heeft;
overwegende dat met de centralisatie een aantal wijzigingen ten aanzien
van subsidiestromen, centralisering en structuur worden aangebracht;
overwegende dat het belang van het kind bij de vorm van onderwijsondersteuning centraal dient te staan;
verzoekt het kabinet te borgen dat het belang van het kind voorop komt te
staan bij de keuze onder welke regeling een kind valt en de wijze waarop
deze keuzes worden gemaakt inzichtelijk te maken bij de eerstvolgende
rapportage.] ››
Aangenomen op 16 december: 150 - 0
PVV
JA21
PvdD
FVD
VVD
DENK
GL-PVDA
CDA
SP
D66
CU
SGP
50PLUS
BBB
Volt
3 december, Tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf (CD 11/9)
[De kamer,
constaterende dat de fiscale regeling Seed Business Angel in het leven is
geroepen om expertise en praktijkervaring van investeerders te mobiliseren om het durfkapitaalklimaat in Nederland te verbeteren;
constaterende dat de Seed Business Angelregeling verplicht dat de
investeerder via een entiteit investeert, bijvoorbeeld een fonds;
overwegende dat deze verplichting veel angelinvesteerders ontmoedigt,
omdat zij niet de tijd of de investeringsschaal hebben om een renderend
fonds op te richten en te onderhouden, waardoor we in Nederland veel
durfkapitaal mislopen;
verzoekt de regering om deze administratieve verplichting af te schaffen.] ››
[De kamer,
constaterende dat het SEO-onderzoek vaststelt dat de terugverdientijd in
de ambulante handel gemiddeld acht tot elf jaar bedraagt;
constaterende dat door de invoering van de zero-emissiezones de
terugverdientijd gemiddeld ook nog eens met anderhalf jaar toeneemt;
overwegende dat er nu vergunningen worden afgegeven die aanzienlijk
korter lopen, waardoor ondernemers geen financiering kunnen krijgen
en/of hun investering niet kunnen terugverdienen;
verzoekt de regering een landelijke minimale vergunningsduur van tien
jaar vast te leggen voor schaarse vergunningen in de ambulante handel.] ››
[De kamer,
overwegende dat het verdienvermogen van Nederland in belangrijke
mate wordt bepaald door arbeidsproductiviteit in het midden- en
kleinbedrijf en met name in de maakindustrie;
constaterende dat veel bedrijven op dit moment niet de nieuwste
technologie hoeven uit te vinden, maar vooral behoefte hebben aan
ondersteuning bij het toepassen van bestaande oplossingen zoals
robotisering, automatisering en digitalisering;
overwegende dat uit signalen uit de sector blijkt dat juist deze praktische
toepassingen achterblijven door gebrek aan investeringszekerheid,
beschikbaarheid van expertise en toegankelijke instrumenten;
van mening dat verhoging van arbeidsproductiviteit via robotisering een
van de meest effectieve én betaalbare manieren is om het verdienvermogen van Nederland te versterken, economische groei te borgen en
onze strategische autonomie in de maakindustrie te behouden;
verzoekt de regering om in samenspraak met sociale partners en
brancheorganisaties een nationaal actieplan robotisering mkb op te
stellen dat gericht is op het versnellen van de toepassing van bestaande
robotiserings- en automatiseringstechnieken in mkb-bedrijven;
verzoekt de regering om de Kamer hierover uiterlijk voor de zomer van
2026 te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat niet-bancaire financiers, zoals crowdfunders en direct
lenders, belemmeringen ervaren in het huidige zekerhedenrecht;
overwegende dat een gelijk speelveld voor bancaire en niet-bancaire
spelers van groot belang is voor toegankelijke mkb-financiering;
verzoekt de regering, in samenwerking met de Stichting MKB Financiering
en met experts, de concrete belemmeringen voor niet-bancaire financiers
in kaart te brengen en per belemmering te verkennen op welke wijze
verbeteringen in het zekerhedenrecht kunnen worden gerealiseerd, en de
Kamer hierover in het tweede kwartaal van 2026 te rapporteren.] ››
[De kamer,
constaterende dat ondernemers grote behoefte hebben aan langjarige
duidelijkheid en stabiliteit in overheidsbeleid;
overwegende dat een nationaal ondernemersakkoord waarin overheid en
bedrijfsleven tot langjarige afspraken komen over belangrijke randvoorwaarden voor het Nederlandse ondernemingsklimaat, zoals belastingklimaat, regeldrukvermindering, financiering, innovatie, verduurzaming,
netcongestie, arbeidskrapte en infrastructuur, hieraan kan bijdragen;
van mening dat een nieuw kabinet werk moet maken van de totstandkoming van een dergelijk nationaal ondernemersakkoord;
verzoekt de regering hiervoor de voorbereidende stappen te zetten en
hierover gesprekken aan te gaan met het bedrijfsleven, zodat een volgend
kabinet een wederkerig en breed ondernemersakkoord kan afsluiten.] ››
Verworpen op 9 december: 45 - 105
BBB
VVD
FVD
SGP
JA21
Volt
DENK
PVV
50PLUS
D66
PvdD
CDA
CU
SP
GL-PVDA
3 december, Tweeminutendebat Verdienvermogen van Nederland (CD 25/9)
[De kamer,
overwegende dat het midden- en kleinbedrijf steeds vaker afhankelijk is
van non-bancaire financiers voor relatief kleine kredieten, terwijl toegang
tot essentiële kredietdata (zoals BKR- en UBO-informatie) voor veel van
deze aanbieders beperkt of niet tijdig beschikbaar is;
constaterende dat hierdoor juist kleine ondernemers, die moeilijk
terechtkunnen bij banken, onnodig worden belemmerd in hun toegang tot
financiering, wat direct raakt aan het verdienvermogen en de economische vitaliteit van Nederland;
verzoekt de regering, in dezen de Minister van Financiën en de Minister
van Economische Zaken, om in samenwerking met de Autoriteit
Persoonsgegevens en relevante financieringsplatformen een voorstel te
verkennen waarmee non-bancaire financiers onder passende waarborgen
en zonder onnodige regeldruk toegang kunnen krijgen tot de noodzakelijke kredietdata, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
overwegende dat veel kleine ondernemers met beperkte zekerheden
moeite hebben om financiering te krijgen via banken, terwijl vergelijkbare
instrumenten in buurlanden aantoonbaar bijdragen aan betere krediettoegang voor het mkb;
constaterende dat het Nederlandse financieringslandschap voor kleine
kredieten nog onvoldoende aansluit bij de behoefte van ondernemers
zonder onderpand, ondanks bestaande initiatieven zoals het Nationaal
Convenant MKB-Financiering en de FinancieringsGids;
verzoekt de regering een fiscale stimuleringsmaatregel voor het mkb uit te
werken die inzicht geeft in de fiscale en financiële randvoorwaarden en de
uitvoerbaarheid van de maatregel, en deze uitwerking mee te sturen in de
kabinetsreactie op het Dialogiconderzoek en de motie-Dassen/MartensAmerica.] ››
Aangenomen op 9 december: 124 - 26
CDA
SGP
JA21
CU
PVV
Volt
50PLUS
FVD
BBB
DENK
D66
VVD
SP
GL-PVDA
PvdD
2 december, Debat over het verbod op stroomstootapparatuur in de veehouderij
[De kamer,
overwegende dat nationale regels op Europese regelgeving zorgen voor
een ongelijk speelveld en vaak ook hogere kosten voor Nederlandse
ondernemers;
overwegende dat nationale koppen kunnen leiden tot juridische onduidelijkheid over de verhouding tussen nationale en Europese regels;
overwegende dat nationale regels bovendien tot onduidelijkheid kunnen
leiden bij de uitvoering en handhaving;
verzoekt de regering bij iedere nieuwe voorgestelde nationale regel voor
ondernemers boven op Europese regelgeving, een andere bestaande
nationale regel voor ondernemers te laten vervallen, zodat de totale
regeldruk voor ondernemers in Nederland niet toeneemt.] ››