Eerst onderbouwing voor aanpak moslimdiscriminatie

De regering moet de nationale aanpak tegen moslimdiscriminatie pauzeren. Bestaande instanties, zoals de politie en antidiscriminatievoorzieningen, kunnen discriminatie al aanpakken. De regering moet eerst bewijzen waarom een nieuwe aanpak nodig is. Er moet een duidelijk plan komen over de kosten, de omvang van het probleem en de doelen. Pas na een debat in de Kamer mag de uitvoering doorgaan.

Motie van de leden Clemminck en Keijzer over de verdere uitvoering van de nationale aanpak moslimdiscriminatie aanhouden

De kamer, constaterende dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme een nationale aanpak moslimdiscriminatie heeft aangekondigd en daarvoor een programmaleider wil aanstellen; overwegende dat discriminatie van moslims, waar die plaatsvindt, onaanvaardbaar is en binnen de bestaande rechtsstaat moet worden bestreden; overwegende dat het optuigen van een afzonderlijke nationale aanpak voor één specifieke groep echter vraagt om een duidelijke probleemanalyse, een toets op proportionaliteit, een financiële onderbouwing en meetbare doelstellingen; overwegende dat bestaande instrumenten, zoals antidiscriminatievoorzieningen, politie, Openbaar Ministerie, onderwijsinspectie en regulier antidiscriminatiebeleid, reeds mogelijkheden bieden om discriminatie te melden, te onderzoeken en aan te pakken; verzoekt de regering de Kamer, voordat er verder uitvoering wordt gegeven aan de nationale aanpak moslimdiscriminatie, een onderbouwing te sturen waarin ten minste wordt ingegaan op: 1. de aard, omvang en ontwikkeling van moslimdiscriminatie in Nederland; 2. de mate waarin sprake is van een probleem dat niet via bestaande instrumenten kan worden aangepakt; 3. de verhouding tot bestaand antidiscriminatiebeleid; 4. de kosten, personele inzet en looptijd van de aanpak; 5. de concrete doelstellingen en meetbare indicatoren; 6. de wijze waarop de aanpak wordt geëvalueerd; verzoekt de regering de verdere uitvoering van de nationale aanpak moslimdiscriminatie aan te houden, de Kamer over deze onderbouwing te informeren en hierover te debatteren, kst-30950-561 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 561 1.
10 juni | JA21, Keijzer |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil racisme en discriminatie effectief bestrijden [1] en stelt zich expliciet tegenover discriminatie op basis van levensovertuiging [2]. Daarnaast toont de partij in haar programma een voorkeur voor een zeer gerichte aanpak van specifieke problemen, zoals het aan banden leggen van geldstromen uit onvrije landen die invloed uitoefenen op moskeeën [3]. De motie, die vraagt om een duidelijke probleemanalyse en onderbouwing voordat er wordt overgegaan tot uitvoering, sluit aan bij deze behoefte aan een gerichte en onderbouwde aanpak van maatschappelijke kwesties [3].

Argumenten tegen: De partij wil racisme en discriminatie actief tegengaan [1] en vindt dat de vrijheid van religie voor minderheden een belangrijke pijler is die niet mag worden aangetast [4]. Hierdoor zou de partij de motie kunnen zien als een onnodige vertraging van maatregelen die nodig zijn om mensen te beschermen tegen discriminatie [4152, 4153].

Bronnen:

  1. "scherpen we wet- en regelgeving om racisme en discriminatie tegen te gaan verder aan."
  2. "De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en iedereen deelt in menselijke waardigheid. De ChristenUnie stelt zich daarom teweer tegen het kwaad van racisme, antisemitisme en discriminatie op basis van levensovertuiging, geslacht, handicap of op welke grond dan ook. We zijn als mensen in deze wereld in verscheidenheid aan elkaar gegeven. Daarom staat de ChristenUnie voor een overheid die initiatieven stimuleert die het samenleven in verscheidenheid bevorderen en"
  3. "De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."
  4. "De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."