Onderzoek naar Jodenhaat en lhbtiq+-intolerantie

De regering moet onderzoek doen naar de houding van Nederlanders tegenover Joden en lhbtiq+-personen. Dit onderzoek moet kijken naar religieuze en culturele achtergronden. Alleen als de oorzaak van Jodenhaat en intolerantie bekend is, kan de overheid deze problemen effectief aanpakken.

Motie van het lid Clemminck over onderzoek naar opvattingen, houdingen en gedragingen van Nederlanders ten aanzien van Joden en lhbtiq+-personen, uitgesplitst naar religieuze en culturele achtergrond

De kamer, constaterende dat uit verschillende onderzoeken, zoals de global antisemitism survey van de Anti-Defamation League en het Pew Global Attitudes Project van het Pew Research Center, blijkt dat antisemitisme in islamitische landen veel vaker voorkomt dan in onze eigen regio; constaterende dat daderstudies en politiestatistieken uit binnen- en buitenland aantonen dat jongeren met een islamitische achtergrond oververtegenwoordigd zijn bij fysiek straatgeweld tegen lhbtiq+-personen; overwegende dat het voor het bestrijden van Jodenhaat en intolerantie ten opzichte van lhbtiq+-personen van belang is om te weten wat precies de oorzaak is van deze problemen, zodat ze beter kunnen worden geadresseerd; verzoekt de regering onderzoek te laten doen naar de opvattingen, houdingen en gedragingen van Nederlanders ten aanzien van Joden en lhbtiq+-personen, uitgesplitst naar religieuze en culturele achtergronden, zodat een vergelijking mogelijk is.
10 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij uit grote zorgen over de toename van Jodenhaat [1] en de intolerantie jegens LHBTIQ+-personen [2]. Om deze maatschappelijke problemen effectief aan te pakken, stelt de partij dat beleid gebaseerd moet zijn op feiten en niet op 'onderbuikpolitiek'. Hiervoor is volgens de partij sociaal cultureel onderzoek onder de gehele bevolking een belangrijke basis om zaken als radicalisering en integratieproblematiek beter te begrijpen en aan te pakken [4]. Het onderzoek waar de motie om vraagt, sluit hiermee direct aan bij de wens van de partij om de oorzaken van intolerantie feitelijk in kaart te brengen [4].

Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen fragmenten te vinden die een argument vormen tegen het doen van onderzoek naar de houdingen van burgers of tegen het uitsplitsen van gegevens naar culturele of religieuze achtergronden. De partij wil juist dat de overheid de juridische ruimte benut om radicale stromingen aan te pakken [3].

Bronnen:

  1. "Dat onze vrije en veilige manier van samenleven onder druk staat, blijkt helaas ook keer op keer uit de toename van onder meer Jodenhaat, vrouwenhaat en homohaat. In steeds meer schoolklassen is de Holocaust onbespreekbaar. In Amsterdam accepteert minder dan de helft van de leerlingen homoseksualiteit. Sommige mensen, vaak zelfs hier geboren, zijn totaal vervreemd van ons land opgegroeid."
  2. "Iedereen moet zichzelf kunnen zijn: Elke vorm van discriminatie is onacceptabel en hoort niet thuis in ons land. In Nederland moet iedereen overal zichzelf kunnen zijn. We gaan de komende jaren hard optreden tegen uitingen van onvrijheid en intolerantie. We keuren het mishandelen of terroriseren van LHBTIQ+'ers ten zeerste af en passen de wet aan om deze misdaden expliciet aan te pakken. We zetten het verbod op conversiehandelingen onverminderd door."
  3. "We gaan radicalisering tegen: De opkomst van radicale politieke en religieuze stromingen vormt een bedreiging voor onze vrije samenleving. Stromingen als het politiek salafisme propageren een intolerant gedachtegoed dat haaks staat op onze democratische rechtsstaat. Maar ook streng conservatief christelijke organisaties vanuit de VS en organisaties rond het Kremlin ondermijnen hier onze vrijheid door een narratief te verspreiden tegen vrouwen- en homorechten. De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden. Organisaties die terrorisme verheerlijken worden verboden. Hetzelfde geldt voor het oproepen tot of goedpraten van schadelijke praktijken als genitale verminking. We onderzoeken of vrouwenhaat kan worden aangemerkt als extremisme, zoals recent in het VK is gebeurd."
  4. "Geen feitenvrij beleid: We bedrijven geen politiek vanuit de onderbuik. Integratiebeleid moet gebaseerd zijn op feiten. Daarom is sociaal cultureel onderzoek onder de gehele bevolking een belangrijke basis voor het beleid om bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken. Of het nu gaat om radicalisering, hooliganisme, extreemrechts of integratieproblematiek: we moeten weten wat er speelt en wat aanknopingspunten zijn voor oplossingen."