De regering moet de discriminatietoets zo breed mogelijk laten gebruiken door overheidsorganisaties. De toets is een waardevol middel om institutionele discriminatie (ongelijke behandeling door instanties) tegen te gaan.
Motie van het lid Bamenga c.s. over streven naar toepassing van de discriminatietoets door zo veel mogelijk overheidsorganisaties
De kamer,
constaterende dat de regering heeft besloten het gebruik van de discriminatietoets vrijwillig te laten en een projectteam aanstelt om het gebruik
hiervan te stimuleren;
overwegende dat de aangenomen motie-Van Nispen c.s. (30 950, nr. 439)
de regering reeds heeft verzocht ervoor te zorgen dat de toets door
publieke dienstverleners zal worden gebruikt;
van mening dat de discriminatietoets een waardevol instrument is tegen
institutionele discriminatie en daarom zo breed mogelijk dient te worden
toegepast;
verzoekt de regering om bij het onder de aandacht brengen van de
discriminatietoets bij overheidsorganisaties die deze nog niet gebruiken,
met uitzondering van organisaties die een eigen, kwalitatief vergelijkbaar
instrument hanteren, te streven naar toepassing door zo veel mogelijk tot
alle organisaties.
Argumenten voor: De partij streeft naar een stevige aanpak van discriminatie en wil elke vorm van discriminatie en stereotypering hard bestrijden [2][3]. Daarnaast wordt benadrukt dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft en actief haar eigen beleid moet toetsen op uitsluiting en vooroordelen [1]. Ook wordt de verantwoordelijkheid voor de implementatie van maatregelen bij de verschillende bestuurslagen gelegd [4] en is er de ambitie om succesvolle pilots landelijk uit te rollen [5].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die wijzen op een voorkeur voor vrijwilligheid boven brede toepassing van instrumenten tegen discriminatie of die de inzet van de discriminatietoets afwijzen.
Bronnen:
"Het Rijk heeft een voorbeeldfunctie en toetst actief het eigen beleid op uitsluiting, vooroordelen en het wegnemen van drempels. De overheid draagt bij aan bewustwording en transparantie."
"We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om uitsluiting tegen te gaan en discriminatie hard te bestrijden. Discriminatie ondermijnt niet alleen de waardigheid van mensen, maar ook de samenhang in onze samenleving. We maken werk van het verkleinen van sociaaleconomische verschillen die grote effecten hebben in de zorg en in het onderwijs. We onderschrijven het belang van een gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving."
"We treden hard op tegen elke vorm van discriminatie en stereotypering, onder meer van moslims. We zetten in op een stevige aanpak van discriminatie, zoals leeftijdsdiscriminatie van ouderen, migrantenkinderen die geen stageplaats kunnen krijgen, of discriminatie op basis van gender, religie, seksuele geaardheid of achternaam."
"We willen betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking zoals in het openbaar vervoer, op de arbeidsmarkt en in gebouwen. Zowel de gemeente, de provincie als het Rijk zijn verantwoordelijk voor de implementatie van het VN-verdrag en dienen hier maatregelen voor op te nemen in hun eigen beleid."
"Gemeenten worden gestimuleerd van elkaar te leren en succesvolle pilots worden landelijk uitgerold."