Breder gebruik van de discriminatietoets

De regering moet de discriminatietoets zo breed mogelijk laten gebruiken door overheidsorganisaties. De toets is een waardevol middel om institutionele discriminatie (ongelijke behandeling door instanties) tegen te gaan.

Motie van het lid Bamenga c.s. over streven naar toepassing van de discriminatietoets door zo veel mogelijk overheidsorganisaties

De kamer, constaterende dat de regering heeft besloten het gebruik van de discriminatietoets vrijwillig te laten en een projectteam aanstelt om het gebruik hiervan te stimuleren; overwegende dat de aangenomen motie-Van Nispen c.s. (30 950, nr. 439) de regering reeds heeft verzocht ervoor te zorgen dat de toets door publieke dienstverleners zal worden gebruikt; van mening dat de discriminatietoets een waardevol instrument is tegen institutionele discriminatie en daarom zo breed mogelijk dient te worden toegepast; verzoekt de regering om bij het onder de aandacht brengen van de discriminatietoets bij overheidsorganisaties die deze nog niet gebruiken, met uitzondering van organisaties die een eigen, kwalitatief vergelijkbaar instrument hanteren, te streven naar toepassing door zo veel mogelijk tot alle organisaties.
10 juni | D66, CU, DENK, VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is en niet thuis hoort in Nederland [2]. Daarnaast is het volgens de partij onacceptabel dat mensen minder kansen krijgen op basis van hun afkomst [1]. De partij wil bovendien hard optreden tegen uitingen van intolerantie [2]. Het breed toepassen van een instrument om institutionele discriminatie tegen te gaan, sluit daarmee aan bij de standpunten van de partij [1][2].

Argumenten tegen: De partij wil de 'motiestroom' tegengaan door tegen moties te stemmen die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld wanneer eerder soortgelijke moties al zijn aangenomen [3]. De motie geeft aan dat de regering al eerder is verzocht om het gebruik van de toets te stimuleren, wat een argument kan zijn dat deze motie geen toegevoegde waarde biedt [3].

Bronnen:

  1. "Mensen die in Nederland komen wonen genieten van de vrijheid en kansen die ons land biedt. Daarbij hoort in een liberale samenleving ook de verantwoordelijkheid om die kansen te pakken en je aan te passen aan onze normen en waarden. De VVD kijkt niet naar afkomst, maar naar toekomst. Niet naar geloof, maar naar gedrag. Dus iedereen die hier mag blijven, hoort er volwaardig bij. Maar dat geldt niet voor mensen die zich beroepen op cultuur, religie of het verheerlijken van een ander regime, met hun rug naar onze samenleving staan, niet willen meedoen of zelfs anderen onderdrukken. Dan vinden zij ons tegenover zich. Daarom scherpen we het integratiebeleid aan, en zorgen we ervoor dat autocratische en religieuze regimes geen invloed hebben op onze samenleving. Net zo goed pakken we discriminatie aan. Want als je je best doet, is het onacceptabel dat je op basis van je afkomst minder kansen krijgt."
  2. "Iedereen moet zichzelf kunnen zijn: Elke vorm van discriminatie is onacceptabel en hoort niet thuis in ons land. In Nederland moet iedereen overal zichzelf kunnen zijn. We gaan de komende jaren hard optreden tegen uitingen van onvrijheid en intolerantie. We keuren het mishandelen of terroriseren van LHBTIQ+'ers ten zeerste af en passen de wet aan om deze misdaden expliciet aan te pakken. We zetten het verbod op conversiehandelingen onverminderd door."
  3. "Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."