Geen belasting op stijging woningwaarde

De regering moet duidelijk afstand nemen van plannen om de waardestijging van woningen te belasten. Extra belastingen op huizen zouden huishoudens harder treffen en hun ruimte om te besteden verminderen.

Motie van de leden Emiel van Dijk en Vlottes over ondubbelzinnig afstand nemen van plannen die ??n beslag leggen op (on)gerealiseerde waardestijgingen van woningen

De kamer, overwegende dat het kabinet van plan is om huiseigenaren mee te laten betalen aan infrastructuurprojecten door de waardestijging van hun woning af te romen, al dan niet indirect middels een verhoging van de ozb bij gemeenten; van mening dat we in plaats van zwaardere belastingen voor huishoudens juist zouden moeten pleiten voor belastingverlagingen, zodat mensen weer wat lucht krijgen en wat ruimte in hun portemonnee; verzoekt de regering om ondubbelzinnig afstand te nemen van plannen, fiscale maatregelen of andere trucjes die een beslag leggen op (on)gerealiseerde waardestijgingen van de woningen van mensen.
26 maart | PVV | Verworpen: 51–99 |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CU over dit onderwerp

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Waarom voor? Er zijn geen directe argumenten in het verkiezingsprogramma die het afromen van waardestijgingen van woningen als zodanig steunen. Echter, de partij pleit wel voor een eerlijkere verdeling van waardestijgingen van grond via een planbatenheffing [2], wat raakt aan het idee dat de samenleving moet meedelen in waardestijgingen [2].

Waarom tegen? De partij stelt expliciet dat de huidige woningnood vraagt om een stevige aanpak [3] en dat zij voorstander is van een belasting op de winst die ontstaat wanneer grond bouwgrond wordt [2]. Ook wil de partij vermogens die nu nauwelijks belast worden beter in de heffingen betrekken [1]. De motie spreekt zich uit tegen elke fiscale maatregel die een beslag legt op waardestijgingen van woningen, wat haaks staat op het streven van de partij om maatschappelijke rechtvaardigheid bij waardestijgingen van vastgoed en grond na te streven [2][1].

Bronnen:

  1. "In het huidige belastingstelsel wordt inkomen uit arbeid relatief zwaar belast. We willen toe naar een belastingstelsel dat inkomen uit arbeid en de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen zoveel als mogelijk op dezelfde manier belast. De hoge lastendruk op arbeid verlagen we flink. Daartegenover staat dat we verschillende vormen van vermogen die nu niet of nauwelijks belast worden, beter in de heffingen betrekken. De hypotheekrenteaftrek schaffen we geleidelijk af. In het licht van de grote investeringen die nodig zijn in defensie, vragen we van de grootste vermogens een extra bijdrage met een vermogensbelasting van 1% op vermogens boven de 1 miljoen euro. Vermogenscomponenten waarbij een dergelijke heffing niet geëigend is, zoals financieel laagrenderende activa met een hoog maatschappelijk rendement, worden in de vormgeving ontzien. We verlagen de huidige belasting in box 3, met name voor vastgoed." (0.735)
  2. "Grond is in Nederland duur. Dat komt deels doordat er veel wordt gespeculeerd: grond wordt opgekocht in de hoop dat het later veel meer waard wordt. Wanneer bouwrijp gemaakte grond sterk in waarde stijgt, profiteert hier vooral de private eigenaar van - de samenleving nauwelijks. De ChristenUnie wil dat deze waardestijging eerlijker wordt verdeeld. Daarom zijn we voor een belasting op de winst die ontstaat als grond bouwgrond wordt (planbatenheffing), we pakken hiermee ook grondspeculatie aan. Gemeenten moeten actiever met hun grond omgaan. Ze hebben al middelen om invloed uit te oefenen - zoals het voorkeursrecht of regels uit de Omgevingswet - maar die worden nog te weinig ingezet. Wij stimuleren dat gemeenten hier krachtiger mee aan de slag gaan. We maken de instrumenten waar nodig makkelijker in gebruik, zodat er sneller en betaalbaar gebouwd wordt en leegstand effectief wordt aangepakt." (0.715)
  3. "Steeds vaker zien we het gebeuren: een stadswijk waar agenten of verpleegkundigen geen woning meer kunnen betalen. Een dorp waar jonge gezinnen zich niet meer kunnen vestigen, waardoor de toekomst van de basisschool en de buurtsuper onzeker wordt. De woningnood is niet langer een individueel probleem, maar raakt de samenleving als geheel. De verschillen op de woningmarkt worden steeds groter. Terwijl sommigen met gemak een huis kunnen kopen, blijven anderen langdurig vastzitten in onbetaalbare huur, in het ouderlijk huis op zolder, of vinden helemaal geen plek om te wonen. Dat heeft veel oorzaken: een tekort aan woningen, te weinig sociale huur, en een markt die vooral kansen biedt aan wie al bezit heeft. Of het nu in dorpen op het platteland, of in de stadswijken is: we hebben veel meer betaalbare woningen nodig. Kortom: er is een stevig, samenhangend en koersvast antwoord nodig om de wooncrisis op te lossen." (0.706)