De regering moet rapporteren of de grens van 130% in bandbreedtecontracten werkt voor sectoren met wisselende werkdruk. De Wet meer zekerheid flexwerkers bepaalt nu dat het aantal uren niet meer mag zijn dan 130% van het minimum. In sommige sectoren is deze grens echter te laag voor de praktijk. De regering moet indien nodig de wet aanpassen.
Motie van het lid Van Houwelingen over rapporteren of de 130%-bandbreedte voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid
De kamer,
overwegende dat de Wet meer zekerheid flexwerkers voorziet in een
bandbreedtecontract waarbij de maximale arbeidsomvang is begrensd op
130% van het minimumaantal contracturen;
overwegende dat in sectoren met piekbelasting en sterk wisselende inzet
deze begrenzing mogelijk onvoldoende aansluit bij de praktijk;
overwegende dat het van belang is om tijdig inzicht te krijgen in de
werking van deze regeling in de praktijk;
verzoekt de regering om binnen afzienbare tijd na inwerkingtreding van
de Wet meer zekerheid flexwerkers aan de Kamer te rapporteren of de
130%-bandbreedte in de praktijk voldoende aansluit bij sectoren met
fluctuerende vraag naar arbeid, en zo nodig voorstellen te doen tot
aanpassing.
Waarom voor? De partij steunt expliciet de invoering van het wetsvoorstel 'Meer zekerheid flexwerkers' [1]. Aangezien de motie enkel verzoekt om toezicht op de effectiviteit van een specifiek onderdeel van dit beleid (de 130%-bandbreedte) in de praktijk, past dit bij het streven van de partij om flexwerkers meer zekerheid te bieden en negatieve uitwassen aan te pakken [1].
Waarom tegen? Er zijn in de verstrekte teksten geen argumenten te vinden die specifiek indruisen tegen het evalueren van deze wet. De partij pleit voor het aanpakken van doorgeschoten flexibilisering en dat sluit aan bij het monitoren van nieuwe regels om te zien of ze wel voldoende bescherming bieden [1].
Bronnen:
"De negatieve uitwassen van onze flexibele arbeidsmarkt pakken we aan. Zoals de doorgeschoten flexibilisering in de vorm van een cultuur van uitbesteden en tijdelijke contracten. De sterke groei van het aantal werknemers met een flexibel contract en het aantal zzp'ers is geen natuurverschijnsel. Het is het gevolg van regels in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Het is de hoogste tijd om werk te maken van deze plannen en werknemers meer zekerheid te geven. Bijvoorbeeld via de wetsvoorstellen 'Meer zekerheid flexwerkers' en 'Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden', die spoedig door de Tweede Kamer behandeld moeten worden. Aan de andere kant moet het voor werkgevers (financieel) aantrekkelijker worden om mensen in vaste dienst te nemen. Daarom verlagen we de aof- en awf-premies." (0.711)