Onderzoek naar bandbreedtecontracten flexwerkers

De regering moet rapporteren of de grens van 130% in bandbreedtecontracten werkt voor sectoren met wisselende werkdruk. De Wet meer zekerheid flexwerkers bepaalt nu dat het aantal uren niet meer mag zijn dan 130% van het minimum. In sommige sectoren is deze grens echter te laag voor de praktijk. De regering moet indien nodig de wet aanpassen.

Motie van het lid Van Houwelingen over rapporteren of de 130%-bandbreedte voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid

De kamer, overwegende dat de Wet meer zekerheid flexwerkers voorziet in een bandbreedtecontract waarbij de maximale arbeidsomvang is begrensd op 130% van het minimumaantal contracturen; overwegende dat in sectoren met piekbelasting en sterk wisselende inzet deze begrenzing mogelijk onvoldoende aansluit bij de praktijk; overwegende dat het van belang is om tijdig inzicht te krijgen in de werking van deze regeling in de praktijk; verzoekt de regering om binnen afzienbare tijd na inwerkingtreding van de Wet meer zekerheid flexwerkers aan de Kamer te rapporteren of de 130%-bandbreedte in de praktijk voldoende aansluit bij sectoren met fluctuerende vraag naar arbeid, en zo nodig voorstellen te doen tot aanpassing.
9 april | FVD |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma Volt over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Waarom voor? De partij pleit voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning, waarbij de Tweede Kamer de gelegenheid krijgt om de werking van wetgeving op hoofdlijnen te onderzoeken en informatie te verzamelen uit de samenleving voordat deze definitief wordt [3]. Het verzoek om de effectiviteit van de 130%-bandbreedte in de praktijk te monitoren en te rapporteren past binnen de visie op vroegtijdige evaluatie en verantwoorde wetgeving.

Waarom tegen? Er zijn geen directe argumenten in het programma te vinden die expliciet tegen het monitoren van arbeidsmarktregels zijn. De focus op het verbeteren van handhaving door de arbeidsinspectie [2] en het aanpakken van misstanden [1] suggereert dat de partij wel degelijk regels wil die in de praktijk goed functioneren, waardoor er geen theoretisch tegenargument tegen een evaluatie is.

Bronnen:

  1. "We pleiten ervoor dat vaste en tijdelijke arbeidsovereenkomsten, in sectoren waar structureel misstanden voorkomen, alleen nog maar direct bij een werkgever mogen worden afgesloten. Nu kunnen werkgevers via de Flexwet verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden afschuiven op intermediairs, die regelmatig buiten Nederland gevestigd zijn. Door deze maatregel wordt de verantwoordelijkheid duidelijker bij de feitelijke werkgever gelegd en worden handhaving en aansprakelijkheid effectiever." (0.679)
  2. "We verbeteren het toezicht en de handhaving door de arbeidsinspectie. Hiervoor maken we extra budget vrij." (0.662)
  3. "Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer." (0.654)