De regering moet een groot droneoefengebied in Nederland zoeken en aanwijzen. Realistische oefeningen zijn essentieel om drones effectief in te zetten in de oorlogsvoering. Momenteel staat zo'n terrein niet in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.
Motie van het lid Peter de Groot c.s. over het aanwijzen van een grootschalig droneoefenterrein
De kamer,
constaterende dat in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
geen grootschalig droneoefenterrein is opgenomen;
overwegende dat voor de gereedstelling van dit nieuwe onderdeel van
oorlogsvoering realistische oefeningen essentieel zijn;
verzoekt de regering een grootschalig droneoefengebied in Nederland te
zoeken en aan te wijzen.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat er 'fors meer fysieke ruimte nodig is om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen' [1]. Aangezien de motie het essentieel vindt dat er realistische oefeningen plaatsvinden voor een nieuw onderdeel van oorlogsvoering (drones), sluit dit direct aan bij de ambitie van de partij om defensie uit te breiden en te versterken [1][2].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat de 'uitbreiding van kazernes en oefenterreinen altijd in afstemming met lokale overheden' gaat en er rekening wordt gehouden met 'lokale wensen' [1]. Een motie die de regering verzoekt een gebied aan te wijzen zonder expliciete voorwaarden over die lokale afstemming, zou als te dwingend of onvoldoende zorgvuldig kunnen worden ervaren in het licht van hun ruimtelijke beleid.
Bronnen:
"We investeren de komende jaren fors in defensie om te kunnen voldoen aan de NAVO-norm om in 2035 3,5% van ons BBP uit te geven aan defensie en daarnaast 1,5% aan bijvoorbeeld infrastructuur die ook defensie ten goede komt. Naast financiële ruimte is er fors meer fysieke ruimte nodig om te kunnen uitbreiden en om meer op Nederlands grondgebied te kunnen oefenen. De uitbreiding van kazernes en oefenterreinen gebeurt altijd in afstemming met lokale overheden. Er wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met lokale wensen, bijvoorbeeld als het gaat om infrastructuur. Bij nieuwe kazernes kijken we met nadruk naar gebieden waar deze ook een bijdrage kunnen leveren aan economische ontwikkeling en werkgelegenheid."
"De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."