Gelijke ondersteuning voor gedupeerde jongeren

De regering moet zorgen dat gedupeerde jongeren overal in Nederland dezelfde hulp krijgen. Nu verschilt de steun voor zorg, onderwijs en wonen per gemeente sterk, waardoor jongeren niet altijd op tijd worden geholpen. De regering moet de verschillen tussen gemeenten verkleinen en eisen stellen aan de kwaliteit van de ondersteuning om gelijke kansen voor alle jongeren te garanderen.

Motie van het lid Mathlouti over duidelijke uitgangspunten voor brede ondersteuning met specifieke aandacht voor kinderen en jongeren

De kamer, constaterende dat: – onder andere uit het rapport van de commissie-Van Dam (Minder beloven, meer doen) blijkt dat de ondersteuning aan gedupeerden, waaronder jongeren, nog steeds onvoldoende en ongelijk is; – uit verschillende gesprekken met gedupeerden uit verschillende gemeenten en gemeenten zelf blijkt dat de verschillen in hulp op het gebied van zorg, onderwijs, werk, financiën en wonen tussen gemeenten nog steeds aan de orde zijn; overwegende dat: – deze verschillen tussen gemeenten ertoe leiden dat een deel van de jongeren onvoldoende of te laat wordt geholpen; – het onacceptabel is dat de kwaliteit van ondersteuning afhankelijk is van de woonplaats van jongeren; verzoekt de regering: – de verschillen in uitvoering tussen gemeenten actief te monitoren en zo snel mogelijk terug te dringen, zodat het niveau van ondersteuning landelijk gelijkwaardiger wordt; – hierbij in samenwerking met de bestuurlijk regisseur en gemeenten op korte termijn te komen tot duidelijke uitgangspunten voor de kwaliteit van de brede ondersteuning, met specifieke aandacht voor de positie van kinderen en jongeren; – te waarborgen dat alle gemeenten deze uitgangspunten daadwerkelijk realiseren, en waar nodig aanvullende ondersteuning, sturing of interventies in te zetten.
16 april | D66 | Aangenomen: 121–29 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het onwenselijk is dat de woonplaats bepaalt voor welke ondersteuning iemand in aanmerking komt [4]. Bovendien steunt de partij het principe van sturen en ingrijpen wanneer afspraken door gemeenten niet worden gehaald [2], en erkent de partij het belang van een integrale aanpak en verbetering van kwaliteit [1][5].

Argumenten tegen: De partij pleit voor het geven van meer ruimte en vertrouwen aan zorgprofessionals [5] en uitvoerders in de regio [3], wat potentieel kan schuren met de in de motie voorgestelde centrale sturing en interventies vanuit de rijksoverheid.

Bronnen:

  1. "Gemeenten zetten zich samen met aanbieders in om de omvang en intensiteit van de zorg terug te brengen via de kwaliteitsverbetering en landelijke transparantie rond goede praktijken."
  2. "Het Rijk en de gemeenten houden zich aan de (financiële) afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd. We monitoren en sturen op adviezen van de Commissie Van Ark, en grijpen in wanneer de afspraken niet worden gehaald."
  3. "Het Rijk moet doen wat het heeft beloofd: schade herstellen zonder gedoe. Uitvoerders in de regio moeten daarom de opdracht én de ruimte krijgen om problemen op te lossen, binnen de ruimte die de regelingen bieden."
  4. "Armoede is in Nederland nog steeds aanwezig. Veel gemeenten hebben aanvullende regelingen voor mensen in de bijstand of met een laag inkomen. Deze regelingen verschillen enorm en het is niet wenselijk dat de gemeente waar je woont bepalend is in hoeverre je kunt rondkomen en werken kan lonen. We willen daarom in overleg met gemeenten komen tot vereenvoudiging en een basisniveau van gemeentelijke regelingen, met mogelijkheden voor maatwerk. Ook het stimuleren van samenwerking met particulier initiatief hoort daarbij."
  5. "Op dit moment maakt één op de zeven jongeren gebruik van jeugdzorg en de mentale gezondheid van onze jongeren en jongvolwassenen staat breed onder druk. Het CDA wil een integrale aanpak bij hulp voor gezinnen, waarbij aandacht is voor een stabiele basis, zoals huisvesting, goed onderwijs, de impact van social media en het gezin. In het vangnet om kinderen heen zijn ouders, gemeenschappen en verenigingen cruciaal. Jeugdzorg moet aanvullend zijn, niet het startpunt. We zetten het kind centraal, niet de zorgaanbieder. Jongeren moeten zoveel als mogelijk mee kunnen praten over wat zij denken dat nodig is en wie hun daarbij kan steunen. De zorgprofessionals geven we meer ruimte en vertrouwen."