De regering moet zorgen dat gedupeerde jongeren overal in Nederland dezelfde hulp krijgen. Nu verschilt de steun voor zorg, onderwijs en wonen per gemeente sterk, waardoor jongeren niet altijd op tijd worden geholpen. De regering moet de verschillen tussen gemeenten verkleinen en eisen stellen aan de kwaliteit van de ondersteuning om gelijke kansen voor alle jongeren te garanderen.
Motie van het lid Mathlouti over duidelijke uitgangspunten voor brede ondersteuning met specifieke aandacht voor kinderen en jongeren
De kamer,
constaterende dat:
– onder andere uit het rapport van de commissie-Van Dam (Minder
beloven, meer doen) blijkt dat de ondersteuning aan gedupeerden,
waaronder jongeren, nog steeds onvoldoende en ongelijk is;
– uit verschillende gesprekken met gedupeerden uit verschillende
gemeenten en gemeenten zelf blijkt dat de verschillen in hulp op het
gebied van zorg, onderwijs, werk, financiën en wonen tussen
gemeenten nog steeds aan de orde zijn;
overwegende dat:
– deze verschillen tussen gemeenten ertoe leiden dat een deel van de
jongeren onvoldoende of te laat wordt geholpen;
– het onacceptabel is dat de kwaliteit van ondersteuning afhankelijk is
van de woonplaats van jongeren;
verzoekt de regering:
– de verschillen in uitvoering tussen gemeenten actief te monitoren en
zo snel mogelijk terug te dringen, zodat het niveau van ondersteuning
landelijk gelijkwaardiger wordt;
– hierbij in samenwerking met de bestuurlijk regisseur en gemeenten op
korte termijn te komen tot duidelijke uitgangspunten voor de kwaliteit
van de brede ondersteuning, met specifieke aandacht voor de positie
van kinderen en jongeren;
– te waarborgen dat alle gemeenten deze uitgangspunten daadwerkelijk
realiseren, en waar nodig aanvullende ondersteuning, sturing of
interventies in te zetten.
Argumenten voor: De partij pleit voor 'landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren' bij gemeentelijke taken [1]. Daarnaast ziet de partij de noodzaak voor een 'brede aanpak' waarbij niet het kind, maar het systeem verandert om problemen bij jongeren integraal aan te pakken [2]. Dit sluit aan bij de motie om de uitvoering landelijk gelijkwaardiger te maken en kwaliteitsuitgangspunten vast te leggen.
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat gemeenten de ruimte moeten krijgen om zorg en preventie 'lokaal te regelen' [1]. Te veel centrale sturing of ingrijpen ('interventies') in de uitvoering door gemeenten zou hier haaks op kunnen staan als het de lokale beleidsvrijheid te veel beperkt.
Bronnen:
"Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."
"De problemen in de jeugdzorg zijn ernstig en hardnekkig. Kinderen en jongeren krijgen te snel een stempel of een label. Daardoor groeit de vraag naar hulp. Er zijn te weinig professionals en er is te weinig geld om de wachtlijsten weg te werken. Ondertussen staan gezinnen onder steeds hogere druk door problemen rondom bestaanszekerheid, wonen en onderwijs. D66 kiest voor een andere koers: weg van de bestrijding van symptomen, naar een brede aanpak voor het hele, diepere probleem. Want niet het kind, maar het systeem moet veranderen. Daarom willen we niet alleen aandacht voor de problemen van het kind zelf, maar ook voor de omgeving van het kind, zoals de thuissituatie en de buurt. En we willen jeugdzorg die zo licht mogelijk is, en die alleen zwaar is als dat echt nodig is."