De regering moet het leer- en groeiplan voor basisvaardigheden aanscherpen met meetbare doelen. Meer dan twee miljoen mensen hebben moeite met lezen, rekenen of digitale taken en kunnen daardoor niet goed meedoen in de samenleving. Het plan moet extra aandacht besteden aan mensen die niet werken, zodat zij ook de hulp krijgen die ze nodig hebben om zelfstandig te zijn.
Motie van het lid Tseggai over ambitieuze doelstellingen in het leer- en groeiplan voor volwassenen
De kamer,
constaterende dat 2,2 miljoen mensen zulke lage taal- en rekenvaardigheden hebben dat zij niet zelfstandig hun weg kunnen vinden in onze
samenleving;
overwegende dat er een leer- en groeiplan voor lezen, rekenen en digitale
vaardigheden voor volwassen komt en dat het breed gedragen is dat het
aantal laaggeletterden moeten worden teruggedrongen;
verzoekt de regering om in dit plan met ambitieuze en meetbare doelstellingen te komen wat betreft het aantal mensen dat wordt bereikt, de
kwaliteit van het geboden onderwijsaanbod door gemeenten en nadrukkelijk op te nemen hoe zij mensen gaan bereiken die niet actief zijn op de
arbeidsmarkt, en de Kamer tweejaarlijks over de voortgang te informeren.
Argumenten voor: De partij hecht grote waarde aan taalbeheersing als essentieel onderdeel van participatie en het kunnen deelnemen aan de samenleving [4][3]. In het programma wordt expliciet benoemd dat de overheid randvoorwaarden schept voor onderwijs en taallessen om deelname te vergemakkelijken [4], en dat taalgebruik en ontwikkeling cruciaal zijn om een plek in de samenleving te vinden [3]. De focus van de motie op het bereiken van mensen die niet op de arbeidsmarkt actief zijn, sluit aan bij de visie dat iedereen de kans moet krijgen om mee te doen [4].
Argumenten tegen: De partij stelt in haar onderwijsvisie dat zij respecteert dat de uitvoering van onderwijs in handen is van scholen en dat de overheid enkel randvoorwaarden stelt [1]. De motie verzoekt de regering om zeer concreet te sturen op de kwaliteit van het onderwijsaanbod door gemeenten en ambitieuze doelstellingen op te leggen, wat mogelijk botst met het streven van de partij om scholen zelf de ruimte te geven en bureaucratie te vermijden [1][2].
Bronnen:
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
"Statushouders en arbeidsmigranten zijn onderdeel van de samenleving. Voor succesvolle integratie is beheersing van de Nederlandse taal en het onderschrijven van de participatieverklaring essentieel. Integratie vraagt van mensen dat ze niet alleen fysiek, maar ook mentaal verhuizen. Niet alleen onze taal leren, maar ook onze waarden leren kennen en respecteren. Taal- en inburgeringstrajecten worden gecombineerd met een betaalde baan of vrijwilligerswerk en kunnen zo snel mogelijk starten na aankomst in Nederland (bijvoorbeeld via de Meedoenbalies op COA locaties). Dit zorgt voor een nuttige daginvulling, versnelt de integratie en zorgt voor binding met de lokale gemeenschap. Iedereen die mee wil doen, hoort erbij. De stelling laat zich echter ook omkeren: wie erbij wil horen, moet meedoen. Wie de keuze maakt om in Nederland te wonen en te blijven, wie burger wil zijn van dit land, draagt zijn of haar steentje bij om aan dit land te bouwen. De overheid schept hiervoor de juiste randvoorwaarden: door gemakkelijke en begeleide toetreding tot de arbeidsmarkt, onderwijs of taallessen). Zo kunnen nieuwkomers actief bijdragen aan de samenleving waarvan zij deel worden. Dit is ook in het voordeel van de migrant: participatie is de voornaamste manier van integratie."