Ambitieuzer plan tegen laaggeletterdheid

De regering moet het leer- en groeiplan voor basisvaardigheden aanscherpen met meetbare doelen. Meer dan twee miljoen mensen hebben moeite met lezen, rekenen of digitale taken en kunnen daardoor niet goed meedoen in de samenleving. Het plan moet extra aandacht besteden aan mensen die niet werken, zodat zij ook de hulp krijgen die ze nodig hebben om zelfstandig te zijn.

Motie van het lid Tseggai over ambitieuze doelstellingen in het leer- en groeiplan voor volwassenen

De kamer, constaterende dat 2,2 miljoen mensen zulke lage taal- en rekenvaardigheden hebben dat zij niet zelfstandig hun weg kunnen vinden in onze samenleving; overwegende dat er een leer- en groeiplan voor lezen, rekenen en digitale vaardigheden voor volwassen komt en dat het breed gedragen is dat het aantal laaggeletterden moeten worden teruggedrongen; verzoekt de regering om in dit plan met ambitieuze en meetbare doelstellingen te komen wat betreft het aantal mensen dat wordt bereikt, de kwaliteit van het geboden onderwijsaanbod door gemeenten en nadrukkelijk op te nemen hoe zij mensen gaan bereiken die niet actief zijn op de arbeidsmarkt, en de Kamer tweejaarlijks over de voortgang te informeren.
16 april | GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma DENK

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij zet in op een sterke verzorgingsstaat met diensten van hoge kwaliteit [5] en wil maatschappelijke ongelijkheid fors verkleinen [5]. Het ondersteunen van volwassenen bij het verbeteren van hun taal- en rekenvaardigheden sluit aan bij de ambitie om gelijke kansen te creƫren en de bestaanszekerheid van burgers te vergroten [4][5]. Bovendien heeft de partij een expliciete focus op het versterken van de positie van mensen met een achterstand, wat rijmt met het verzoek om laaggeletterden die niet op de arbeidsmarkt actief zijn, beter te bereiken [2][4].

Argumenten tegen: Er zijn geen directe argumenten in het programma tegen het terugdringen van laaggeletterdheid. Eventuele bezwaren zouden enkel kunnen voortvloeien uit een prioritering van budgettaire middelen voor andere speerpunten, zoals armoedebestrijding of het minimumloon [4][3][1].

Bronnen:

  1. "Wij staan voor extra investeringen in armoedebestrijding en in toegankelijkere armoederegelingen. Er komt een fulltime Minister voor Armoedebestrijding. De nieuwe regering legt zichzelf ambitieuze doelen op het gebied van het terugdringen van de armoede op."
  2. "Meer geld voor inburgering. Gemeenten krijgen structureel meer middelen om kleinschalige, taalrijke en mensgerichte trajecten in te kopen. Wij zetten ons in om de werkdruk van taalcoaches en klantmanagers te verlagen om zo ruimte te maken voor echte begeleiding."
  3. "Wij willen een eerlijk loon voor alle Nederlanders. Daarom zijn wij voor een verhoging van het minimumloon naar 18 euro per uur."
  4. "DENK wil dat het vergroten van de bestaanszekerheid en het bestrijden van armoede een topprioriteit wordt van de nieuwe regering. De verschillen tussen arm en rijk moeten worden verkleind. Daarom zeggen wij:"
  5. "DENK wil een sterke verzorgingsstaat met dienstverlening van de hoogste kwaliteit voor alle Nederlanders. Wij zetten in op een overheid die de maatschappelijke ongelijkheid de komende periode fors verkleint. Wij staan daarom voor meer geld voor het onderwijs, voor betaalbare woningen, voor het openbaar vervoer, voor de zorg en voor andere publieke voorzieningen. We versterken de bestaanszekerheid door het invoeren van belastingverlagingen voor mensen met lage- en middeninkomens en investeren in toereikende tegemoetkomingen. Wij maken geld vrij voor de bestrijding van armoede. Door het afschaffen van het eigen risico, het verlagen van de zorgpremie, het betaalbaar houden van huren en het verlagen van de BTW zorgen we ervoor dat het leven van mensen weer betaalbaar wordt."