De regering moet concrete en meetbare doelen stellen om laaggeletterdheid in Nederland structureel tegen te gaan. Het huidige beleid werkt onvoldoende, waardoor veel geld verloren gaat zonder resultaat. Door jaarlijks het aantal getrainde cursisten te rapporteren, wordt de aanpak effectiever en controleerbaar.
Motie van de leden Claassen en Boomsma over concrete en meetbare doelstellingen voor de terugdringing van laaggeletterdheid
De kamer,
constaterende dat Nederland ondanks tientallen jaren beleid en
honderden miljoenen aan investeringen nog steeds circa 3 miljoen
laaggeletterden telt, aldus méér dan tien jaar geleden, en dat het
actieprogramma Tel mee met Taal 2020–2024 er niet in is geslaagd dit
aantal terug te dringen;
overwegende dat beleid zonder concrete, meetbare doelstellingen voor
resultaatverbetering leidt tot verspilling van publieke middelen en dat een
simpele, effectieve aanpak gericht op bereik en uitstroom meer oplevert
dan brede programma’s zonder afrekenbare normen;
verzoekt de regering bij de toegezegde Kamerbrief voor de zomer
concrete, meetbare doelstellingen te formuleren voor de terugdringing
van laaggeletterdheid, uitgedrukt in aantallen bereikte en uitgestroomde
cursisten per jaar, en de Kamer jaarlijks te rapporteren over de voortgang
hiervan.
Argumenten voor: De partij benadrukt het belang van het terugdringen van laaggeletterdheid [1] en stelt dat zij realistische plannen wil maken en waar wil maken wat zij belooft [2]. Het instellen van concrete, meetbare doelstellingen sluit aan bij de wens voor een overheid die afrekenbaar is en die plannen doorrekent [2].
Argumenten tegen: Er is geen directe tegenargumentatie te vinden in het verkiezingsprogramma die zich verzet tegen het gebruik van concrete, meetbare doelstellingen. De partij pleit juist voor een effectieve aanpak van maatschappelijke problemen door samenwerkingen [3].
Bronnen:
"Terugdringen laaggeletterdheid. Ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, rekenen en het gebruik van computer of smartphone. Samen met de gemeenten zorgen we er voor dat mensen dicht in hun buurt een goede cursus kunnen volgen om te leren lezen, rekenen en digitaal op weg te komen."
"Het vorige kabinet was vooral met zichzelf bezig en negeerde de toekomst van Nederland. Er werd hard bezuinigd op zorg en onderwijs. Er is volstrekt onvoldoende gebeurd om te zorgen voor meer duurzame en betaalbare woningen. De stikstofcrisis werd niet opgelost. De aanpak van de klimaatcrisis werd 'on hold' gezet. De coalitiepartijen braken belofte na belofte. Het gevolg is dat Nederland compleet tot stilstand is gekomen. De plannen in ons verkiezingsprogramma zijn erop gericht om Nederland zo snel mogelijk weer vooruit te krijgen. Niet door de hemel te beloven, wel door wát we beloven waar te maken. Daarom laten we ons programma vanzelfsprekend doorrekenen door het CPB. We durven duidelijke keuzes te maken en hebben realistische plannen. Niet alles zal in één keer kunnen. Daarvoor zijn de problemen te groot. Maar we hebben het als land eerder gedaan. We zijn tot veel in staat als we de handen ineenslaan. We kunnen de stilstand doorbreken en samen vooruit."
"De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."