De regering moet de KNAW vragen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als vaste kernwaarden in de wetenschappelijke gedragscode op te nemen. Nu ontbreken deze begrippen als officieel uitgangspunt, terwijl ze essentieel zijn voor betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek.
Motie van de leden Keijzer en Boomsma over objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode
De kamer,
constaterende dat de woorden «objectiviteit» en «waarheidsvinding»
lange tijd een plek hadden in de wetenschappelijke gedragscode;
constaterende dat deze woorden inmiddels niet benoemd worden als
normatief uitgangspunt of als zelfstandig kernbegrip worden gehanteerd;
verzoekt de regering om er bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van
Wetenschappen (KNAW) op aan te dringen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip te
hanteren in de gedragscode.
Argumenten voor: De partij stelt dat 'de onafhankelijkheid en de kwaliteit van de wetenschap' moet worden beschermd [1]. Het stimuleren van 'objectiviteit' en 'waarheidsvinding' in de gedragscode sluit naadloos aan bij de inzet voor een betrouwbare en toetsbare wetenschap die niet onderworpen mag zijn aan marktbelangen [1][2].
Argumenten tegen: Er is geen directe tegenargumentatie in de fragmenten te vinden. De motie vraagt om verankering van begrippen, terwijl de partij juist vaker inzet op structurele financiering en onafhankelijkheid van commerciële invloeden om kwaliteit te waarborgen [1].
Bronnen:
"De onafhankelijkheid en de kwaliteit van de wetenschap wordt beschermd en vergroot. Wetenschap mag niet onderworpen worden aan de markt of commerciële belangen. Om kwaliteit en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek te vergroten wordt een groter deel hiervan gefinancierd via vaste (meerjarige) financiering. Het overheidsbudget voor het eerste en tweede geldstroomonderzoek wordt daarom structureel verhoogd. Daarmee krijgen niet alleen docenten, maar ook onderzoekers en promovendi voldoende tijd en ruimte om hun werk te doen."
"Beleid moet betrouwbaar, effectief en toetsbaar zijn. We verankeren wetenschappelijke onderbouwing, fact checking, kennisdeling en evaluatie als vast onderdeel van iedere beleidscyclus. Daarbij wordt kritisch gekeken naar onderzoek dat, gefinancierd door economische belangen, bedoeld is om twijfel te zaaien, bijvoorbeeld over de schadelijkheid van producten. Zo zorgen we ervoor dat publieke middelen het welzijn van mens, dier en natuur daadwerkelijk verbeteren."