Objectiviteit in wetenschappelijk onderzoek

De regering moet de KNAW vragen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als vaste kernwaarden in de wetenschappelijke gedragscode op te nemen. Nu ontbreken deze begrippen als officieel uitgangspunt, terwijl ze essentieel zijn voor betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek.

Motie van de leden Keijzer en Boomsma over objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode

De kamer, constaterende dat de woorden «objectiviteit» en «waarheidsvinding» lange tijd een plek hadden in de wetenschappelijke gedragscode; constaterende dat deze woorden inmiddels niet benoemd worden als normatief uitgangspunt of als zelfstandig kernbegrip worden gehanteerd; verzoekt de regering om er bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) op aan te dringen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip te hanteren in de gedragscode.
16 april | Keijzer, JA21 | Verworpen: 46–104 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat zij geen 'feitenvrij beleid' bedrijft en dat beleid gebaseerd moet zijn op feiten [2], wat aansluit bij het herstellen van 'waarheidsvinding' als kernbegrip in de wetenschappelijke gedragscode. Daarnaast hecht de partij aan de kwaliteit van de wetenschap [1], waarvoor objectiviteit als normatief uitgangspunt essentieel kan worden geacht.

Argumenten tegen: De partij heeft als speerpunt dat de Tweede Kamer zich moet richten op het oplossen van problemen en niet op 'ophef' [3]. Zij stemmen daarom tegen moties die in hun ogen geen 'overduidelijke meerwaarde hebben' [3]. Ingrepen in de autonome gedragscode van de KNAW kunnen door de partij worden gezien als onnodige bemoeienis of regelzucht, wat zij juist wil terugdringen [4].

Bronnen:

  1. "Academische vrijheid koesteren: Het vrije woord en academische vrijheid zijn cruciaal voor de kwaliteit van het hoger onderwijs en de wetenschap in ons land. Toch zien we polarisatie en onwil om andere meningen te horen toenemen, ook binnen hogescholen en universiteiten. Hogescholen en universiteiten zijn verantwoordelijk voor een open debatcultuur waarin iedere mening telt, in vrijheid en veiligheid."
  2. "Geen feitenvrij beleid: We bedrijven geen politiek vanuit de onderbuik. Integratiebeleid moet gebaseerd zijn op feiten. Daarom is sociaal cultureel onderzoek onder de gehele bevolking een belangrijke basis voor het beleid om bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken. Of het nu gaat om radicalisering, hooliganisme, extreemrechts of integratieproblematiek: we moeten weten wat er speelt en wat aanknopingspunten zijn voor oplossingen."
  3. "Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
  4. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."