Objectiviteit in wetenschappelijk onderzoek

De regering moet de KNAW vragen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als vaste kernwaarden in de wetenschappelijke gedragscode op te nemen. Nu ontbreken deze begrippen als officieel uitgangspunt, terwijl ze essentieel zijn voor betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek.

Motie van de leden Keijzer en Boomsma over objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip hanteren in de wetenschappelijke gedragscode

De kamer, constaterende dat de woorden «objectiviteit» en «waarheidsvinding» lange tijd een plek hadden in de wetenschappelijke gedragscode; constaterende dat deze woorden inmiddels niet benoemd worden als normatief uitgangspunt of als zelfstandig kernbegrip worden gehanteerd; verzoekt de regering om er bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) op aan te dringen om objectiviteit en waarheidsvinding weer als normatief uitgangspunt of zelfstandig kernbegrip te hanteren in de gedragscode.
16 april | Keijzer, JA21 | Verworpen: 46–104 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het vertrouwen van de samenleving onder druk staat bij wetenschappelijk onderzoek en dat de 'integriteit van de wetenschap' ondermijnd wordt door commerciële belangen [1]. Het benadrukken van 'objectiviteit' en 'waarheidsvinding' in de gedragscode sluit aan bij de visie dat onderzoek 'vrij van marktsturing, druk van opdrachtgevers en belangenverstrengeling' moet zijn, en dat wetenschap niet moet dienen om 'winst te maken' [2][1].

Argumenten tegen: Er is in de fragmenten geen tekst te vinden die directe tegenstand biedt tegen de begrippen objectiviteit of waarheidsvinding. Wel legt de partij sterk de focus op het geven van vrijheid aan onderzoekers: 'Juist daarom is het zo belangrijk dat wetenschappers de ruimte krijgen om vrij en nieuwsgierig te werken' en 'geven we de ruimte terug aan mensen met kennis van zaken' [2][3]. Men zou kunnen beredeneren dat het opleggen van normatieve kaders via de KNAW als bureaucratische bemoeienis kan worden gezien.

Bronnen:

  1. "Onafhankelijk onderzoek vereist publieke zeggenschap. Steeds vaker bepalen commerciële belangen wat er onderzocht wordt, hoe, en met welk doel. Bedrijven gebruiken hun geld en invloed om universiteiten in te zetten voor eigen winst, terwijl publieke kennis steeds verder onder druk komt te staan. Dat ondermijnt niet alleen de integriteit van de wetenschap, maar ook het vertrouwen van de samenleving. Onderzoek moet vrij zijn van marktsturing, druk van opdrachtgevers en belangenverstrengeling. Daarom richten we een onafhankelijk fonds op waarin bedrijven geen zeggenschap hebben over de uitvoering of uitkomst van het onderzoek. Publicaties blijven altijd in handen van de wetenschappers zelf."
  2. "Onderwijs en wetenschap zijn geen kostenposten of marktproducten, maar investeringen in de toekomst van ons land. Zij zorgen voor sociale vooruitgang, economische ontwikkeling en democratische vernieuwing. Daarom zetten wij de kennismaatschappij centraal. Niet om winst te maken, maar om onze samenleving sterker, slimmer en rechtvaardiger te maken. We zijn trots op onze studenten, docenten, onderzoekers en vakmensen. Zij vormen de motor van vooruitgang. Die motor moet vrij kunnen draaien. Vrij van schulden, commerciële druk en bureaucratisch wantrouwen. Daarom maken we studeren weer toegankelijk en betaalbaar voor iedereen, investeren we in onafhankelijk onderzoek en geven we de ruimte terug aan mensen met kennis van zaken. Van mbo tot universiteit, van techniek tot filosofie: leren is een recht en kennis is van ons allemaal."
  3. "Investeren in vooruitgang en innovatie. De grootste doorbraken komen vaak uit onverwachte hoek. Technologieën zoals het internet, gps of nieuwe geneesmiddelen zijn niet ontstaan uit commerciële winstdoelen, maar uit langdurig publiek gefinancierd onderzoek. Vaak zonder dat op voorhand duidelijk was waar het toe zou leiden. Juist daarom is het zo belangrijk dat wetenschappers de ruimte krijgen om vrij en nieuwsgierig te werken. We investeren fors in fundamenteel en onafhankelijk onderzoek. Niet alles hoeft direct toepasbaar of rendabel te zijn. Wat telt is het vertrouwen in de maatschappelijke waarde van kennis. Want alleen als onderzoekers zich niet voortdurend hoeven te bewijzen tegenover de markt, kunnen ze echte vernieuwing tot stand brengen. We stoppen met kortetermijndenken en concurrentiedwang binnen de wetenschap. Jonge onderzoekers krijgen ruimte en zekerheid. De kwaliteit van onderzoek staat weer voorop, niet de naam of het netwerk van de aanvrager."