De regering moet met onderwijsinstellingen in gesprek over het afschaffen van het bindend studieadvies (BSA). Het huidige systeem dwingt studenten in het eerste jaar tot strenge eisen, maar dit leidt niet tot een hoger studiesucces. Met persoonlijke begeleiding in plaats van een dwingend advies kunnen meer studenten hun studie succesvol afronden en hun diploma halen.
Motie van het lid Rooderkerk c.s. over met onderwijsinstellingen in gesprek gaan over het bindend studieadvies
De kamer,
constaterende dat het bindend studieadvies (bsa) studenten in het eerste
studiejaar verplicht een minimumaantal studiepunten te behalen om hun
opleiding te mogen voortzetten en dit systeem in de praktijk vaak rigide
wordt toegepast;
constaterende dat recent grootschalig onderzoek aantoont dat het
bindend studieadvies niet leidt tot meer studiesucces of sneller afstuderen
en de kans op een diploma zelfs licht verlaagt, en dat een aanzienlijk deel
van de studenten die uitviel door het bindend studieadvies hun studie
zonder dit instrument waarschijnlijk wel had afgerond;
constaterende dat Zuyd Hogeschool het bindend studieadvies verving
voor een niet-bindend persoonlijk studieadvies en onderzocht dat van de
studenten die zouden zijn weggestuurd ruim 20% binnen vier jaar het
diploma toch haalde;
overwegende dat goed studieadvies en begeleiding van belang zijn voor
studiesucces, maar maatwerk vereisen en beter tot hun recht komen
wanneer opleidingen ruimte hebben om studenten individueel te
begeleiden;
verzoekt de regering om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan
over het bindend studieadvies, op basis van de laatste inzichten over het
studiesucces van studenten, en het vormgeven van een begeleidend
persoonlijk studieadvies te onderzoeken.
16 april | D66, DENK, GL-PvdA | Aangenomen: 92–58 |
Argumenten voor: Er is geen directe ondersteuning in het verkiezingsprogramma voor het afschaffen of wijzigen van het BSA. Echter, de partij benadrukt het belang dat de behoefte van het kind centraal staat en dat er gekeken moet worden naar wat nodig is om tot leren te komen, in plaats van labels [1]. Men zou kunnen redeneren dat een rigide BSA hier haaks op staat.
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten uit het verkiezingsprogramma focussen op stikstofbeleid, studiemigratie, huurrecht, en de positie van het mbo/vmbo. Er staan geen specifieke standpunten in over het bindend studieadvies in het hoger onderwijs. Hierdoor is er onvoldoende informatie om een standpunt 'tegen' de motie af te leiden.
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."