Minder regeldruk in het hoger onderwijs

Het kabinet moet de accreditatie van hogescholen en universiteiten minder zwaar maken. Docenten verliezen nu te veel tijd aan administratieve controles in plaats van aan lesgeven en onderzoek. Door de tijd tussen controles te verlengen van zes naar acht of tien jaar, krijgen onderwijsinstellingen meer rust en ruimte voor kwaliteit.

Motie van het lid Boomsma c.s. over het verminderen van intensiviteit en lastendruk van het accreditatiestelsel van ITK en opleidingsvisitaties

De kamer, constaterende dat instellingen in het hoger onderwijs op dit moment elke zes jaar zowel een Instellingstoets Kwaliteitszorg (ITK) als opleidingsvisitaties en kwaliteitscontroles op onderzoek krijgen; constaterende dat uit onderzoeken blijkt dat dat intensieve proces gepaard gaat met tijdrovende voorbereidingen en een hoge regeldruk die niet kan worden besteed aan onderzoek en onderwijs, het kabinet constateerde dat «er veel tijd verloren gaat aan verplichte activiteiten die onvoldoende bijdragen aan onderwijskwaliteit» en het kabinet een verkenning uitvoert naar verbeteringen van het accreditatiestelsel; verzoekt de regering om: – in de lopende verkenning opties mee te nemen over hoe de intensiviteit en lastendruk van het accreditatiestelsel van ITK en opleidingsvisitaties kan worden verminderd door gebruik te maken van een beperkter beoordelingskader bij eerder succes, en door de verplichte frequentie te verlengen van zes naar acht of tien jaar; – daarbij wel zorg te dragen voor de juiste handvatten voor tussentijdse kwaliteitsbeoordelingen als er signalen zijn die daar aanleiding toe geven; – de resultaten voor te leggen aan de Kamer.
16 april | JA21, D66, GL-PvdA, VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De motie beoogt de regeldruk door het huidige accreditatiestelsel in het hoger onderwijs te verminderen, zodat docenten meer tijd kunnen besteden aan hunlijke taken. Dit sluit aan bij de ambitie van de partij om de werkdruk in het onderwijs te verlagen [3][5]. Door af te stappen van een rigide en intensieve toetscultuur, volgt de motie de visie van de partij om meer te vertrouwen op de professional en minder te sturen op bureaucratische cijfers en verantwoording [4].

Argumenten tegen: De partij heeft geen expliciete uitspraken gedaan over het specifieke accreditatieproces (ITK en opleidingsvisitaties). Er is een theoretisch risico dat bij minder frequente kwaliteitscontroles de borging van de kwaliteit en de preventie tegen 'leerfabrieken' in het gedrang komt, wat haaks zou staan op de prioriteit die de partij geeft aan het centraal stellen van onderwijskwaliteit [1][2].

Bronnen:

  1. "Veel hogescholen en universiteiten zijn leerfabrieken geworden, waar studenten massaal colleges volgen en weinig contact hebben met hun docenten. Het aantrekken van maximale hoeveelheden studenten levert deze instellingen veel collegegeld op. De grootschaligheid zorgt in de drukke steden voor extra problemen, bijvoorbeeld met huisvesting. De Partij voor de Dieren stelt de kwaliteit van het onderwijs op hogescholen en universiteiten centraal. Universiteiten zijn ook kennisinstellingen waar veel onderzoek wordt gedaan. De financiering van dit onderzoek bestaat vrijwel volledig uit subsidies die door middel van competitie worden verworven. Het overgrote deel van subsidieaanvragen wordt afgewezen, wat resulteert in onnodige werkdruk. Onderzoekers die eenmaal succesvol zijn, maken steevast meer kans op toewijzing. Dit ontmoedigt vernieuwend onderzoek en leidt tot ongewenste machtsverhoudingen. De Partij voor de Dieren streeft naar vermindering van deze competitiedruk. Daarnaast beperken we de invloed van bedrijven en multinationals op het onderzoek, want goed onderzoek dient allereerst de belangen van de maatschappij en de onafhankelijke wetenschap, niet die van het kapitaal. Door vrij en onafhankelijk onderzoek te stimuleren, vergroten we het vertrouwen in de wetenschap."
  2. "De Partij voor de Dieren stelt kwaliteit van het hoger onderwijs centraal. De sterke financiële groeiprikkel van universiteiten en hogescholen wordt daarom gereduceerd door in de bekostiging van deze instellingen het vaste deel te vergroten, en het variabele, studentgebonden deel te verkleinen."
  3. "Leerkrachten in ieder onderwijstype ervaren een te hoge werkdruk en moeten daarom weer voldoende tijd te krijgen om lessen voor te bereiden en gemaakt werk te beoordelen, leerlingen te begeleiden en zichzelf en hun vak te ontwikkelen. De uitstroom van nieuwe leerkrachten is nu te hoog, en dat is een slechte zaak. De uitval kan verminderd worden wanneer er meer tijd en geld is voor werkdrukverlichting, begeleiding en coaching, waardoor onze gepassioneerde leraren enthousiast blijven over hun vak."
  4. "De Onderwijsinspectie gaat minder waarde hechten aan cijfers die leerlingen halen. Zo krijgen scholen de ruimte om afscheid te nemen van de toetscultuur. We moedigen het aan om breder te kijken naar de prestaties van scholen en de voortgang van leerlingen niet enkel in cijfers te vatten. De inspectie kijkt naar de ontwikkeling van leerlingen en gaat uit van vertrouwen in de onderwijsprofessional."
  5. "We maken meer tijd voor het vak van leraren, zodat er ruimte is voor het voorbereiden van lessen, coaching van leerlingen, inhoudelijke verdieping en persoonlijke ontwikkeling van leraren. Het aantal lesuren dat een leraar voor de klas moet staan gaat op termijn omlaag."