De regering moet universiteiten oproepen om antisemitisme streng aan te pakken. Scholen moeten publiekelijk uitspreken dat antisemitisme onacceptabel is, de IHRA-definitie voor antisemitisme gebruiken en actief steun bieden aan Joodse en Israëlische studenten en medewerkers. Dit is nodig omdat antisemitisme op universiteiten toeneemt en zorgt voor onveilige situaties.
Motie van het lid Nanninga over universiteiten oproepen om uit te spreken dat antisemitisme onacceptabel is
De kamer,
constaterende dat antisemitisme op universiteiten toeneemt en leidt tot
onveilige situaties voor Joodse en Israëlische studenten en medewerkers;
overwegende dat duidelijke normstelling door universiteitsbesturen
essentieel is voor een veilige academische omgeving;
verzoekt de regering universiteiten op te roepen expliciet uit te spreken
dat antisemitisme onacceptabel is, de IHRA-definitie van antisemitisme te
hanteren als leidraad en zichtbaar steun te betuigen aan Joodse en
Israëlische studenten en medewerkers.
Argumenten voor: De partij spreekt zich expliciet uit voor een 'krachtig tegen antisemitisme' beleid [4], pleit voor de strafbaarstelling van antisemitisme via de 'IHRA-definitie' [1] en staat een 'zero-tolerancebeleid voor antisemitische incidenten' voor [2]. Daarnaast ondersteunt de partij een structurele aanpak door de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding [3].
Argumenten tegen: Er zijn geen argumenten in het verkiezingsprogramma gevonden die wijzen op verzet tegen maatregelen om antisemitisme te bestrijden of het beschermen van Joodse studenten.
Bronnen:
"Antisemitisme verdient een aparte strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht op basis van de IHRA-definitie."
"Er komt een zero-tolerancebeleid voor antisemitische incidenten. De pakkans moet omhoog, er moet meer capaciteit bij Politie en OM worden vrijgemaakt voor de opsporing en vervolging en rechtszaken moeten meer leiden tot een veroordeling."
"De SGP pleit voor een stevige en structurele positie van de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB). Voor de werkzaamheden van de NCAB moeten voldoende middelen zijn om uitvoering te kunnen geven aan een stevig beleid tegen antisemitisme."