Duidelijke regels voor demonstraties op campussen

De regering moet landelijke richtlijnen maken voor demonstraties op universiteiten. Daarin moet staan dat intimidatie en het verstoren van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen. Ook moet duidelijk worden hoe scholen hiertegen kunnen ingrijpen. Zo blijven universiteiten veilige plekken voor iedereen.

Motie van de leden Keijzer en Nanninga over in richtlijnen vastleggen dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen

De kamer, constaterende dat demonstraties op universiteitscampussen steeds vaker leiden tot intimidatie, uitsluiting en verstoring van onderwijs en onderzoek; overwegende dat het demonstratierecht begrensd wordt waar de rechten en vrijheden van anderen worden aangetast; verzoekt de regering om in overleg met universiteiten en veiligheidsinstanties (landelijke) richtlijnen vast te stellen waarin duidelijk wordt vastgelegd dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen en waarin handhavingsmaatregelen zijn uitgewerkt.
21 april | Keijzer, JA21 | Verworpen: 69–81 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat het demonstratierecht een groot goed is, maar dat acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten van anderen ernstig beperken, aangepakt moeten kunnen worden [1]. Zij pleit expliciet voor het aanscherpen van voorwaarden voor demonstraties wanneer dat nodig is [1]. Daarnaast wil de partij intimidatie en het verhinderen van bijeenkomsten tegengaan [1], en specifiek in het onderwijs antisemitisme en intimidatie bestrijden, waarbij de veiligheid van studenten en medewerkers voorop staat [4][5].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat onderwijs en meningsuiting belangrijke pijlers zijn van de samenleving die niet aangetast mogen worden [2]. Hoewel zij voorstander is van een weerbare samenleving en stevige grondrechten [3], zou men kunnen beargumenteren dat de overheid voorzichtig moet zijn met het beperken van demonstratierecht op campussen om het behoud van de vrijheid van onderwijs en meningsuiting te waarborgen [2].

Bronnen:

  1. "Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
  2. "De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."
  3. "Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."
  4. "Het onderwijs, van basisschool tot universiteit, moet een veilige plek zijn voor Joodse studenten en medewerkers. De taskforce in het onderwijs wordt ingezet om antisemitisme terug te dringen en te voorkomen dat steeds meer Joodse jongeren besluiten in het buitenland te studeren. De zwarte bladzijden in onze geschiedenis hoe we zijn omgegaan met Joodse medeburgers worden op elke school besproken. Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken."
  5. "Het actieplan Bestrijding Antisemitisme wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. De extra financiering voor ondersteuning van het Joodse leven wordt voortgezet. Het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie dat een antisemitisch oogmerk bij delicten strafbaar stelt, wordt goed gemonitord. Als blijkt dat de strafmaat verhoogd of opsporing geïntensiveerd moet worden, doen we dat. Het is vreselijk dat beveiliging voor Joodse instellingen noodzakelijk is. De overheid draagt hiervoor de beveiligingskosten. Antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden. Lees hierover meer onder het kopje 'Antisemitismebestrijding in het onderwijs' in paragraaf 3.3. Voor politieagenten die weigeren Joodse instellingen te beschermen of zich antisemitisch (of anderszins racistisch) uitlaten, is geen plaats bij het korps."