De regering moet landelijke richtlijnen maken voor demonstraties op universiteiten. Daarin moet staan dat intimidatie en het verstoren van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen. Ook moet duidelijk worden hoe scholen hiertegen kunnen ingrijpen. Zo blijven universiteiten veilige plekken voor iedereen.
Motie van de leden Keijzer en Nanninga over in richtlijnen vastleggen dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen
De kamer,
constaterende dat demonstraties op universiteitscampussen steeds vaker
leiden tot intimidatie, uitsluiting en verstoring van onderwijs en
onderzoek;
overwegende dat het demonstratierecht begrensd wordt waar de rechten
en vrijheden van anderen worden aangetast;
verzoekt de regering om in overleg met universiteiten en veiligheidsinstanties (landelijke) richtlijnen vast te stellen waarin duidelijk wordt
vastgelegd dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet
onder het demonstratierecht vallen en waarin handhavingsmaatregelen
zijn uitgewerkt.
Argumenten voor: Er is geen directe onderbouwing in het verkiezingsprogramma te vinden om voor deze motie te stemmen. De partij benadrukt wel dat protesteren altijd vreedzaam moet zijn [2].
Argumenten tegen: De partij stelt dat het demonstratierecht een groot goed is dat door de overheid wordt ingeperkt onder het mom van openbare orde [1]. Volgens de partij is het inperken van het demonstratierecht geen oplossing, maar een bedreiging voor de democratie [2]. De partij vindt dat autoriteiten demonstraties maximaal moeten faciliteren en uitgaan van de vreedzaamheid van demonstranten [3]. Het formuleren van extra richtlijnen voor handhavingsmaatregelen bij demonstraties wordt gezien als een poging het recht in te perken [1][2].
Bronnen:
"Ook het demonstratierecht staat steeds meer onder druk. Overal laten mensen zich horen tegen onrecht: tegen de schending van fundamentele rechten, tegen structurele ongelijkheid en tegen het geweld dat mensen, dieren en ecosystemen wordt aangedaan. In plaats van dit fundamentele recht te beschermen, probeert de overheid het in te perken onder het mom van openbare orde of nationale veiligheid. Vreedzame demonstranten worden gevolgd, bespied in chatgroepen en geconfronteerd met onnodige beperkingen. Daarmee staat niet alleen het recht op demonstratie op het spel, maar ook de vrijheid van meningsuiting, de zuurstof van onze democratie. Demonstraties zijn geen verstoring van de orde, maar een krachtig democratisch middel en een teken van hoop. Het demonstratierecht is een groot goed dat we moeten koesteren."
"De toename van politiegeweld bij protesten is geen toeval. Het is het directe gevolg van een ophitspolitiek waarin demonstranten worden weggezet als extremisten, en de politie wordt aangemoedigd harder op te treden. Tegelijkertijd weigert de politiek om de echte oorzaken van maatschappelijke woede onder ogen te zien, zoals de klimaatcrisis en de genocide in Gaza. Dit leidt tot groeiend maatschappelijk verzet en massale demonstraties. Het demonstratierecht inperken is geen oplossing: het is een bedreiging van onze democratie. Protesteren moet altijd vreedzaam."
"De autoriteiten moeten demonstraties maximaal faciliteren en uitgaan van de vreedzaamheid van demonstranten. De aanmelding voor demonstraties wordt vrijwillig en op voorhand hoeven de vorm of inhoud niet met de burgemeester gedeeld te worden."