De regering moet landelijke richtlijnen maken voor demonstraties op universiteiten. Daarin moet staan dat intimidatie en het verstoren van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen. Ook moet duidelijk worden hoe scholen hiertegen kunnen ingrijpen. Zo blijven universiteiten veilige plekken voor iedereen.
Motie van de leden Keijzer en Nanninga over in richtlijnen vastleggen dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet onder het demonstratierecht vallen
De kamer,
constaterende dat demonstraties op universiteitscampussen steeds vaker
leiden tot intimidatie, uitsluiting en verstoring van onderwijs en
onderzoek;
overwegende dat het demonstratierecht begrensd wordt waar de rechten
en vrijheden van anderen worden aangetast;
verzoekt de regering om in overleg met universiteiten en veiligheidsinstanties (landelijke) richtlijnen vast te stellen waarin duidelijk wordt
vastgelegd dat intimidatie, bedreiging en obstructie van onderwijs niet
onder het demonstratierecht vallen en waarin handhavingsmaatregelen
zijn uitgewerkt.
Argumenten voor: De partij pleit voor het juridisch maximaal de ruimte geven aan politie en handhaving om de veiligheid op scholen te waarborgen [2]. Daarnaast stelt de partij dat het demonstratierecht niet onbegrensd is als dit invloed heeft op wetsovertredingen of schade, zoals blijkt uit het streven naar een verbod op gezichtsbedekking om schade op daders te kunnen verhalen [1].
Argumenten tegen: Er zijn geen directe argumenten in het verkiezingsprogramma te vinden die het demonstratierecht als absoluut beschouwen of die zich verzetten tegen extra richtlijnen voor veiligheid op campussen.
Bronnen:
"Wettelijk verbod op gezichtsbedekking tijdens een demonstratie, zodat bij vernielingen de kosten op de daders verhaald kunnen worden."
"Politie en handhaving juridisch maximaal de ruimte geven om op scholen de veiligheid tegen ondermijnende criminaliteit aan te pakken."