De regering moet zich inzetten voor meer mogelijkheden om dierlijke mest te gebruiken in plaats van kunstmest. Dit maakt de landbouw circulairder en vermindert de afhankelijkheid van kunstmest. De huidige regels voor stikstof en dierrechten voorkomen dat dit leidt tot meer stikstofuitstoot of een hoger aantal dieren.
Motie van het lid Van der Plas over zich inzetten voor gerichte verruiming van de mogelijkheden om dierlijke mest in te zetten als vervanger van kunstmest
De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een meststoffenactieplan om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen;
overwegende dat dierlijke mest kan bijdragen aan het vervangen van
kunstmest en daarmee aan een meer circulaire landbouw;
overwegende dat nationale stikstofgebruiksnormen ervoor zorgen dat het
uitruilen van dierlijke mest voor kunstmest er niet toe leidt dat er meer
stikstof wordt aangewend;
overwegende dat het stelsel van fosfaat- en dierrechten ervoor zorgt dat
het uitruilen van dierlijke mest voor kunstmest er niet toe zal leiden dat er
meer dieren gehouden kunnen worden;
verzoekt de regering om zich tijdens de Landbouw- en Visserijraad in te
zetten voor gerichte verruiming van de mogelijkheden om dierlijke mest
in te zetten als vervanger van kunstmest.
Argumenten voor: De partij wil expliciet ruimte creëren voor kunstmestvervangers binnen de melkveehouderij [3]. Dit sluit aan bij hun visie op een circulaire economie, waarbij zij in Europees verband inzetten op circulariteit en hergebruik [4]. Daarnaast streeft de partij ernaar om afval als grondstof te benutten om de afhankelijkheid van externe grondstoffen te verkleinen [4][5]. Verder wil de partij af van middelvoorschriften in het bemestingsbeleid en overstappen op doelsturing, waarbij bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit het uitgangspunt worden [2].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een forse vermindering van de stikstofuitstoot en wil concrete, generieke stikstofreductie realiseren door middel van emissieplafonds [1].
Bronnen:
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"Grondgebonden melkveehouderij: We gaan binnen een werkbare periode toewerken naar een balans met voldoende grasland. Waarbij bedrijven op eigen grond of in samenwerkingsverband met akkerbouwers hun ruwvoer telen en mest afzetten, met ruimte voor kunstmestvervangers. De omvang van de melkveehouderij wordt de maatstaf voor de kalverhouderij."
"Een schone economie is circulair: Een schone economie is een circulaire economie. Daarom zetten we, in Europees verband, vol in op circulariteit, langere levensduur van producten en hergebruik. Nederland kan hier, met sterke industriële clusters en strategische havens, van profiteren. We willen daarom onnodige regels schrappen, we blijven investeringen in circulaire technologie en innovatie stimuleren en samen met ondernemers nemen we praktische knelpunten weg. De overheid vervult een actieve rol. Ook gaan we kritische grondstoffen terugwinnen uit afvalstromen. Door afval te benutten als grondstof, verkleinen we onze afhankelijkheid en houden we onze productie concurrerend."
"We stellen onze grondstoffenbehoefte veilig: Om onze onafhankelijkheid te vergroten, moeten we zoveel mogelijk kunnen voorzien in onze eigen Europese grondstoffenbehoefte. Dit betekent dat er actief beleid moet worden gevoerd om in Nederland en de EU te starten met de raffinage van aardmetalen. Tot slot zorgen een circulaire economie en hergebruik ervoor dat we minder grondstoffen nodig hebben. Alle kansen die hier liggen, moeten we dan ook verzilveren en bevorderen. We zien ook afval als grondstof en pakken de kansen van de circulaire economie."