Meer EU-subsidies voor natuurbeheer door boeren

De regering moet bij de Europese Unie pleiten voor meer subsidies voor ecosysteemdiensten (beloningen voor boeren die de natuur helpen). Tegelijkertijd moet de algemene inkomenssteun voor boeren omlaag. Dit helpt boeren bij de overgang naar duurzame landbouw en is effectiever voor het klimaat dan de huidige Europese subsidies.

Motie van de leden Bromet en Podt over pleiten voor vergroten van de ruimte voor ecosysteemdiensten en de landbouwtransitie door de bandbreedte voor inkomenssteun stapsgewijs te verlagen

De kamer, constaterende dat de Algemene Rekenkamer in 2025 concludeerde dat de doeltreffendheid en doelmatigheid van Europese subsidies vaak niet duidelijk is; overwegende dat het subsidiëren van ecosysteemdiensten wél direct en positief bijdraagt aan zowel het verdienmodel van boeren als de doelstellingen voor natuur en klimaat; verzoekt de regering om in de Landbouw- en Visserijraad te pleiten voor het vergroten van de ruimte binnen het herziene gemeenschappelijk landbouwbeleid voor ecosysteemdiensten en de landbouwtransitie door de bandbreedte voor inkomenssteun stapsgewijs te verlagen; verzoekt de regering om de Kamer blijvend te informeren over deze inzet via de terugkoppelingen van de Landbouw- en Visserijraad.
23 april | GL-PvdA, D66 | Aangenomen: 110–40 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij pleit voor de ondersteuning van nieuwe verdienmodellen voor agrariërs en een gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer [2]. Daarnaast wil de partij overstappen op doelsturing en afrekenbare doelen op bedrijfsniveau, waarbij resultaten op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit het uitgangspunt worden [1]. De verschuiving van subsidies naar ecosysteemdiensten sluit aan bij deze wens om te sturen op resultaten en nieuwe inkomstenbronnen te creëren. Verder vindt de partij dat Europees klimaatbeleid de beste aanpak is [4].

Argumenten tegen: De partij hecht veel waarde aan duidelijkheid en zekerheid voor boeren zodat zij kunnen investeren in hun bedrijf [3]; een stapsgewijze verlaging van de inkomenssteun zou in strijd kunnen zijn met deze behoefte aan zekerheid als dit niet goed wordt begeleid.

Bronnen:

  1. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  2. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  3. "Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
  4. "Een gelijk speelveld voor de industrie met de rest van Europa: We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid. We willen geen nieuwe koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland schaden. We zorgen ervoor dat Nederland net als andere landen voldoet aan haar Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."