Herbeoordeling eco-regelingen voor boeren

De regering moet aanvragen voor eco-regelingen (subsidies voor duurzame landbouw) met prioriteit opnieuw beoordelen. Hierbij moet een menselijke controle belangrijker worden dan satellietbeelden. Veel boeren zijn nu onterecht afgewezen door computerprogramma's. Dit zorgt voor onzekerheid en schrikt boeren af om mee te doen aan verduurzaming.

Motie van het lid Koorevaar c.s. over beschikkingen die hebben geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen van vergoedingen binnen de ecoregeling met prioriteit opnieuw beoordelen

De kamer, constaterende dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de definitieve beschikkingen voor de GLB-aanvragen 2025 heeft verstuurd; constaterende dat een aanzienlijk deel van de aanvragen voor eco-regelingen is afgekeurd; overwegende dat er in de sector zorgen bestaan over de betrouwbaarheid van controles via het Areaal Monitoring Systeem (AMS), waarbij gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden en algoritmes; overwegende dat deze afkeuringen leiden tot onzekerheid bij boeren en mogelijk de bereidheid tot deelname aan eco-regelingen onder druk zetten, terwijl deze regelingen een belangrijke pijler vormen onder de verduurzaming van de landbouw; verzoekt de regering te bezien in hoeverre beschikkingen die hebben geleid tot substantiële verlagingen of afkeuringen van vergoedingen binnen de eco-regeling met prioriteit opnieuw kunnen worden beoordeeld, waarbij menselijke beoordeling een zwaardere rol krijgt, in kaart te brengen welke maatregelen nodig zijn om het vertrouwen in de uitvoering van de eco-regeling te herstellen en de deelname in 2026 te bevorderen, en de Kamer hierover te informeren.
23 april | CDA, VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat de overheid vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer werkt [1][4]. Er is kritiek op het gebruik van complexe techniek en ingewikkelde berekeningen die zorgen voor schijnzekerheid, zoals het Aerius-model, waar de partij vanaf wil [1][4]. Daarnaast erkent de partij dat boeren momenteel kampen met ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid [3]. Tot slot streeft de partij naar een passende vergoeding voor boeren die natuur- en landschapsbeheer uitvoeren [5].

Argumenten tegen: De partij vindt dat bij maatregelen ter reductie van emissies het 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord is en dat er een 'stok achter de deur' moet zijn om zeker te weten dat reducties daadwerkelijk plaatsvinden [2].

Bronnen:

  1. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  2. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  3. "Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
  4. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  5. "Landbouw en natuur lijken in de discussie over bijvoorbeeld stikstof tegenpolen te zijn. Dit terwijl landbouw en natuur bij uitstek met elkaar verbonden kunnen worden. Agrarisch natuuren landschapsbeheer, uitgevoerd door (een collectief van) boeren, is daar bij uitstek dé route daarvoor. Hier zetten we vol op in en trekken we extra middelen voor uit zodat natuur- en landschapsbeheer door boeren wordt uitgebreid en boeren een passende langjarige vergoeding ontvangen voor hun werk. Zo is er erkenning voor de boer als beheerder van het landschap."