Oplossingen voor problemen eco-regeling

De regering moet samen met akkerbouwers oplossingen zoeken voor de problemen bij de eco-regeling (subsidie voor duurzaam boeren). Veel boeren krijgen onterecht geen geld omdat satellietbeelden niet aansluiten op de praktijk. Ook is er onduidelijkheid over overmacht bij droogte. Dit zorgt voor grote financiële verliezen.

Motie van het lid Flach c.s. over voorkomen dat akkerbouwers onnodig afhaken voor de ecoregeling 2026 door in overleg met de sector te zoeken naar oplossingen voor de ontstane problematiek

De kamer, constaterende dat er in de akkerbouw grote onrust is ontstaan over de vele afwijzingen voor de eco-regeling 2025 ten aanzien van met name groene braaklegging en groenbedekking in de winter, waardoor telers er voor duizenden euro’s bij inschieten, terwijl ze wel kosten gemaakt hebben; overwegende dat RVO voor het eerst gebruik heeft gemaakt van satellietbeelden en het bijbehorende Areaal Monitoring Systeem, waarbij er verschillende signalen zijn dat het gebruikte algoritme niet goed aansluit op de praktijk, onder meer ten aanzien van doodgevroren groenbedekking; overwegende dat bij controles inzake de eco-regeling 2024 weinig problemen zijn geconstateerd bij onder meer de groene braaklegging; overwegende dat bij groene braaklegging deels sprake is van overmacht door het laat opkomen van kruidenmengsels vanwege langdurige droogte in het voorjaar, terwijl onduidelijk was hoe een beroep op overmacht gedaan kon worden; overwegende dat akkerbouwers vanwege de afwijzingen en onduidelijkheid dreigen af te haken voor de eco-regeling; verzoekt de regering te voorkomen dat akkerbouwers onnodig afhaken voor de eco-regeling 2026 door op de kortst mogelijke termijn in overleg met de akkerbouwsector te zoeken naar oplossingen voor de ontstane problematiek, recht te doen aan de praktijk, ruimte te geven voor een beroep op overmacht, en binnen twee weken de Kamer hierover te informeren.
23 april | SGP, BBB, CDA, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat boeren momenteel te maken hebben met ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid [1]. Zij vinden dat de overheid moet uitgaan van vertrouwen in het vakmanschap van de boer [2][3] en dat er zoveel mogelijk moet worden gestuurd op doelen in plaats van op middelvoorschriften [2]. Specifiek wijst de partij 'kalenderlandbouw' af, waarbij boeren verplicht zijn aan strikte data te voldoen zonder rekening te houden met de rijping van het gewas, en wil zij de boer de ruimte geven om keuzes te maken die in de praktijk passen [2]. Daarnaast uit de partij kritiek op complexe techniek die schijnzekerheid biedt [2].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
  2. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  3. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."