De regering moet de verlaging van het maximumdagloon terugdraaien. Dit is het maximale bedrag dat als basis dient voor uitkeringen. De geplande verlaging van 20% is oneerlijk voor mensen in een uitkeringssituatie, zoals zwangere vrouwen met zwangerschapsverlof.
Motie van het lid Ergin over de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon terugdraaien
De kamer,
constaterende dat uit de Startnota van het kabinet blijkt dat het maximumdagloon met 20% wordt verlaagd;
overwegende dat deze maatregel oneerlijk uitpakt voor onder andere
zwangere vrouwen die met zwangerschapsverlof zijn;
verzoekt de regering de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon terug te draaien.
Argumenten voor: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die pleiten voor het behouden of verhogen van het maximumdagloon of het specifiek beschermen van uitkeringen voor zwangere vrouwen.
Argumenten tegen: De partij wil dat werken altijd loont en dat werkenden jaarlijks meer in koopkracht vooruitgaan dan niet-werkenden [6][1]. Zij streven naar het herstellen van het verschil tussen werk en uitkering, onder andere door uitkeringen niet langer te koppelen aan de loonstijgingen maar aan de inflatie [3]. Daarnaast is de partij tegen 'doorgeslagen nivellering' [2] en de 'Haagse herverdelingsmachine' [5], en willen zij dat hard werken en succes niet bestraft worden [4].
Bronnen:
"Uitkeringsplafond: Het mag niet meer gebeuren dat iemand door een stapeling van uitkeringen en toeslagen meer te besteden heeft dan iemand die hard werkt om rond te komen. We voeren een plafond in op de totale steun die één huishouden kan ontvangen. Dit uitkeringsplafond zorgt ervoor dat werken altijd loont. We nemen maatregelen om de stapeling van toeslagen en regelingen te beperken."
"Naar een simpeler belastingstelsel waarin werken loont: Om werken meer te laten lonen willen we af van de doorgeslagen nivellering via toeslagen, aftrekposten en heffingskortingen. De kosten van kinderopvang en de afbouwende kinderopvangtoeslag kan er zelfs toe leiden dat een extra dag werken niks of bijna niks oplevert. Het stelsel moet op de schop, waarbij we de koopkracht van middeninkomens verhogen, werken laten lonen via lastenverlichting, inkomensafhankelijke regelingen verminderen en stoppen met het rondpompen van geld."
"De lonen stijgen altijd harder: In Nederland stijgen uitkeringen automatisch elk half jaar mee met de gemiddelde stijging van cao-lonen, terwijl veel werkenden dus een minder hoge loongroei hebben. Uitkeringsgerechtigden zijn er de afgelopen jaren daardoor méér op vooruit gegaan dan veel mensen met een baan, zoals bouwvakkers of agenten. De huidige koppeling tussen minimumloon en uitkeringen zorgt ervoor dat veel werkenden er nooit méér op vooruit mogen gaan dan uitkeringsgerechtigden. Wij laten deze koppeling los en herstellen het verschil tussen werk en uitkering. Voortaan stijgen de uitkeringen, behalve de AOW en regelingen voor arbeidsongeschikten, mee met de inflatie in plaats van met de lonen."
"Indammen van de nivelleringsdrang: Hard werken, risico nemen en succes mogen niet bestraft worden. Dat is fundamenteel oneerlijk. We gaan stevig minder nivelleren door werken en ondernemen minder te belasten."
"We willen dat werkend Nederland bloeit als nooit tevoren. En we willen dat zoveel mogelijk Nederlanders tot die groep van werkenden gaan behoren. De Haagse herverdelingsmachine zorgt er te vaak voor dat de stap naar werken niet of te weinig loont. Het houdt mensen klein. Daar brengen we verandering in met dit pakket maatregelen. Wie werkt, moet kunnen groeien en vooruitkomen."
"Hardwerkend Nederland op één: We leggen in een Koopkrachtwet vast dat werkenden er ieder jaar in koopkracht méér op vooruit moeten gaan dan niet-werkenden. Het wordt verplicht dat het kabinet regelt dat werkenden op één staan en dat werken in dit land beloond wordt."