Geen staalslakken meer bij waterbouwprojecten

De regering moet Rijkswaterstaat vragen om geen staalslakken meer te gebruiken bij waterbouwprojecten. Staalslakken zijn restproducten van de staalindustrie. Deze stoffen veroorzaken schade en zorgen voor veel onrust onder burgers en vissers.

Motie van de leden Kostić en Wiersma over aan Rijkswaterstaat vragen om bij waterbouwprojecten geen staalslakken meer te gebruiken

De kamer, constaterende dat er onder burgers, onder wie vissers, veel onrust heerst over de schade die veroorzaakt wordt door staalslakken; overwegende dat door al deze zorgen er in de Ooster- en Westerschelde tot 23 juli 2026 geen staalstakken mogen worden toegepast door Rijkswaterstaat; constaterende dat Rijkswaterstaat bij andere waterwerken nog steeds staalslakken kan gebruiken, maar dat dit, gezien alle onzekerheden over de effecten en de eerdere opdracht van de Kamer aan het kabinet (29 383, nr. 428), onwenselijk is; overwegende dat het kabinet laagdrempeligere en betere uitvoering kan geven aan datzelfde verzoek van de Kamer door in ieder geval het gebruik van staalslakken door eigen overheidsorganisaties uit te faseren; verzoekt de regering om Rijkswaterstaat te vragen bij waterbouwprojecten geen staalslakken meer te gebruiken, ook in het licht van de eerdere opdracht van de Kamer.
12 mei | PvdD, BBB | Verworpen: 47–103 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis [2]. De motie stelt dat er onder burgers en vissers veel onrust heerst over de schade door staalslakken, wat kan worden geïnterpreteerd als een probleem van burgers dat opgelost moet worden.

Argumenten tegen: De partij wil de 'motiestroom' tegengaan en stemt tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, zoals wanneer er eerder soortgelijke moties zijn aangenomen [2]. De motie refereert zelf aan een eerdere opdracht van de Kamer aan het kabinet. Daarnaast is de partij tegen regelzucht en wil zij wetgeving simpeler en efficiënter maken [1]. Ook geeft de partij aan dat praktische belangen, zoals defensiegereedheid [3] en woningbouw [4], voorrang hebben boven natuurschade of milieubescherming.

Bronnen:

  1. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."
  2. "Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
  3. "Ruim baan voor militaire oefeningen: De veiligheid van onze militairen staat voorop; zonder training riskeren we de levens van onze mannen en vrouwen in een conflictsituatie. De krijgsmacht moet daarom alle ruimte krijgen om te oefenen. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook in steden en binnen de bebouwde kom. Hiervoor wordt intensief samengewerkt met de regio. Om onze krijgsmacht in optimale gereedheid te brengen en geen vertraging op te lopen door bureaucratische rompslomp, is flexibiliteit in de wetgeving cruciaal. Daarom willen we in Nederlandse en Europese wetgeving voldoende flexibiliteit in waar en hoe Defensie mogelijke natuurschade compenseert, en de ruimte om desnoods met een beroep op nationale veiligheid Defensie uit te zonderen. De Wet op de defensiegereedheid zet hierin een eerste stap."
  4. "Tien jaar. Zo lang duurt het soms wel om een huis bouwen. Niet omdat het bouwen van een huis dat vraagt, maar omdat de overheid eindeloos doet over het verstrekken van vergunningen. En dan hebben we het nog niet gehad over alle juridische procedures die de bouw van een huis bemoeilijken. Dat is onacceptabel in een land met woningnood. We kiezen voor de woningzoekenden in plaats van vleermuizen en beroepsbezwaarmakers. We gaan daarom schrappen, schrappen, schrappen. In regels, in procedures en in bureaucratie. Een huis hoort niet in tien jaar te staan, maar in een paar jaar. Dat wordt een topprioriteit. Omdat de woningzoekende niet kan wachten."