Concurrentiepositie regionale luchthavens

De regering moet onderzoeken waarom Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport minder concurrerend zijn dan luchthavens over de grens. Miljoenen Nederlanders vliegen nu vanuit het buitenland omdat regionale vliegvelden geen vakantievluchten aanbieden. De hoge vliegbelasting, een belasting op vliegtickets, speelt hierbij een grote rol.

Motie van de leden Peter de Groot en Goudzwaard over een analyse van Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport naar hun concurrentiepositie in relatie tot luchthavens over de grens

De kamer, constaterende dat er inmiddels miljoenen Nederlandse inwoners vliegen van buitenlandse luchthavens net over de grens; constaterende dat dit aantal toeneemt, terwijl regionale luchthavens zoals Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport geen aanbod van vakantievluchten van de grond krijgen; overwegende dat grenseffecten zoals de hoogte van de vliegbelasting hierin een rol spelen; verzoekt de regering een analyse van Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport uit te vragen naar hun concurrentiepositie in relatie tot luchthavens over de grens, hierin in ieder geval de hoogte van de huidige vliegbelasting te betrekken, op basis van de analyse te bezien of en welke aanvullende beleidsopties mogelijk zijn en deze analyse en beleidsopties tijdig, voor de begrotingsbehandeling dit jaar, met de Kamer te delen.
12 mei | VVD, JA21 | Aangenomen: 97–53 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de Rijksoverheid regio's, waaronder Groningen, te lang aan hun lot heeft overgelaten en dat investeringen van het Rijk meer moeten bijdragen aan sterke regio's [3][5]. Daarnaast streeft de partij naar een gelijk Europees (fiscaal) speelveld om belastingconcurrentie tegen te gaan [4].

Argumenten tegen: De partij wil het aantal vluchten in Nederland beperken [1][7] om de stikstofuitstoot terug te brengen en de luchtkwaliteit te verbeteren [6]. Om dit te bereiken, is de partij van plan de vliegbelasting te verhogen [2][1] en duurzamer vervoer per trein te stimuleren [1].

Bronnen:

  1. "Het aantal vluchten in Nederland wordt beperkt. Om te voldoen aan de rechtsbescherming van omwonenden en de stikstofuitstoot terug te brengen, zal Schiphol drastisch moeten krimpen. Er komt een nachtsluiting. Schiphol krijgt een normenkader voor uitstoot van CO2, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Lelystad Airport wordt niet geopend voor burgerluchtvaart. De gedane publieke en private investeringen worden ruimhartig gecompenseerd. Binnen Europa worden treinreizen aantrekkelijker gemaakt, door in Europees en internationaal verband ambitieuze afspraken te maken over een CO2-prijs voor de luchtvaart, invoering van een kerosineaccijns en afschaffen van de btw-vrijstelling op vliegtickets. Internationale treinverbindingen worden verbeterd en samen met andere Europese landen zorgen we voor één transparant systeem voor het boeken van internationale treinkaartjes. De vliegbelasting wordt enerzijds meer gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-belasting, anderzijds komt er een opslag voor vluchten tot 1250 km om duurzamer vervoer per trein te stimuleren."
  2. "We werken toe naar een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling. Daarbij houden we rekening met al bestaande Europese beprijzingsmechanismen. Op vliegtuigbrandstof en -tickets moet na de benodigde verdragswijziging accijns of btw betaald worden. Ook verhogen we de vliegbelasting. Andere fiscale voordelen die leiden tot extra broeikasgasemissies, ook wel fossiele subsidies genoemd, schaffen we af. Milieuvervuiling gaat steviger belast worden, bijvoorbeeld met een NOx-heffing. We belonen duurzamere productie door het invoeren van een belasting op vervuilende verpakkingen. We gaan grond- en leidingwater beter belasten. Accijnzen op tabak en alcohol gaan verder omhoog. Op suiker en andere ongezonde producten worden heffingen ingevoerd om voedselproducenten te stimuleren gezondere producten te maken. We introduceren een verbruiksbelasting op e-sigaretten en verhogen de kansspelbelasting."
  3. "De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
  4. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
  5. "Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
  6. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  7. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"