Bescherming tegen bestrijdingsmiddelen

De regering moet niet instemmen met het Omnibusvoorstel (een plan over bestrijdingsmiddelen). Dit voorstel verslechtert de bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en het milieu. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de veiligheid in het geding is. Dit is onacceptabel omdat de zorgen over de effecten van bestrijdingsmiddelen juist toenemen.

Motie van het lid Kostić c.s. over niet instemmen met een voorstel dat leidt tot een verslechtering van het huidige beschermingsniveau van mens, dier en milieu

De kamer, constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche als voorwaarde voor steun voor het Omnibusvoorstel heeft gesteld dat het in ieder geval aantoonbaar niet zal leiden tot een verminderd beschermingsniveau van gezondheid van mens, dier en milieu; constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche al twijfels heeft geuit over het halen van de doelen, maar dat er uit de wetenschapstoets aanwijzingen naar voren komen dat er zelfs afbreuk wordt gedaan aan het beschermingsniveau; overwegende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken (21 501-32, nr. 1744 en 21 501-32, nr. 1771) dat het Omnibusvoorstel nu leidt tot een inbreuk op de bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu; overwegende dat in tijden van stijgende maatschappelijke zorgen over de effecten van bestrijdingsmiddelen van de politiek aantoonbaar betere bescherming van gezondheid van mens, dier en milieu wordt verwacht; verzoekt de regering niet in te stemmen met een voorstel dat leidt tot verslechtering van het huidige beschermingsniveau van mens, dier en milieu, en zich in de beoordeling te laten bijstaan door adviezen van betrokken wetenschappers van Universiteit Leiden, Wageningen University & Research en het Ctgb, en hierover aan de Kamer te rapporteren.
12 mei | PvdD, D66, GL-PvdA, SP | Aangenomen: 110–40 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij hecht waarde aan wetenschappelijke beoordelingen en stelt dat het oordeel van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) leidend moet zijn [3].

Argumenten tegen: De partij vindt dat boeren en telers een goed gevulde gereedschapskist met effectieve middelen moeten hebben om gewassen te kunnen beschermen [2][1]. Daarnaast wil de partij een rem op verstikkende EU-richtlijnen op het gebied van verduurzaming en geeft zij aan dat de voorgestelde Omnibus-vereenvoudigingen met betrekking tot de regels over duurzaamheid niet ver genoeg gaan [4].

Bronnen:

  1. "Goed gevulde gereedschapskist voor boeren, tuinders en telers. Om hun gewassen te kunnen beschermen tegen ziekten, plagen, schimmels en ongedierte, blijft een goed gevulde 'gereedschapskist' noodzakelijk. De 'landbouwkundige noodzaak' moet voortaan meewegen in het verlenen van toelating en ontheffingen."
  2. "Boeren, tuinders en telers moeten hun gewassen kunnen blijven beschermen tegen ziekten, plagen en andere bedreigingen. Daarom is een goed gevulde gereedschapskist met effectieve én innovatieve middelen essentieel. Toelating en toezicht worden gebaseerd op landbouwkundige noodzaak, wetenschappelijke beoordeling en gezond verstand."
  3. "Wetenschappelijke beoordelingen. We houden oog voor wat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) als wetenschappelijke instantie zegt. Het oordeel van de Ctgb is leidend boven dat van instanties als de NVWA. Bij slechte naleving of slechte handhaafbaarheid moet NVWA zorgen voor een plan om dat te verbeteren."
  4. "Rem op onuitvoerbare verduurzaming. BBB wil een rem op de verstikkende en onuitvoerbare EU-richtlijnen ten aanzien van verduurzaming (zoals bijhouden van CO2-administratie en plastictax) en andere regelgeving. De voorgestelde Omnibus-vereenvoudigingen inzake de doorgeschoten regels over duurzaamheid gaan BBB niet ver genoeg."