De regering moet onafhankelijk uitzoeken wat het Omnibusvoorstel (een plan voor de beoordeling van stoffen) kost en hoeveel extra personeel er nodig is. Het is nu onduidelijk of dit plan de werkdruk en vertragingen bij de beoordeling van stoffen echt oplost. De regering moet ook laten zien hoe dit betaald wordt.
Motie van de leden Kostić en Bromet over laten uitzoeken wat ongeveer de extra capaciteitsvraag en kosten voor Nederland zijn die voortvloeien uit het voorstel
De kamer,
constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche over de Omnibus al stelt
dat niet duidelijk is of het voorstel de vertraging en werkdruk in de
(her)beoordeling van stoffen zal oplossen en ook niet welke kosten ermee
gemoeid zijn;
overwegende dat het voor verantwoorde besluitvorming nodig is dat de
Kamer een realistische indicatie krijgt van de kosten voor de belastingbetaler;
verzoekt de regering om voordat de Kamer definitief besluit over de
uiteindelijke versie van het Omnibusvoorstel onafhankelijk te laten
uitzoeken wat ongeveer de extra capaciteitsvraag en kosten die voortvloeien uit het voorstel zullen zijn voor Nederland en de belastingbetaler,
aan te geven hoe dat betaald wordt, en de Kamer hierover ruim voor de
besluitvorming te informeren.
Argumenten voor: De partij wil dat er bij nieuwe stoffen een strikt voorzorgsprincipe wordt gehanteerd en dat er een inventarisatie komt van stoffen waarvan de schadelijkheid onbekend is [2]. Om dit te kunnen realiseren, is een effectief systeem voor de beoordeling van stoffen noodzakelijk. Daarnaast streeft de partij naar 'duidelijke wetgeving' [1] en merkt zij op dat het vertrouwen in de overheid afbrokkelt [3], wat een argument kan zijn om onafhankelijk onderzoek naar kosten en capaciteit te eisen voor een verantwoorde besluitvorming. Bovendien hanteert de partij het principe van 'borgen van de aanpak', waarbij op voorhand duidelijk moet zijn dat maatregelen leiden tot het gewenste resultaat [4].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat Nederland 'op slot' zit en dat de urgentie van grote uitdagingen groter is dan ooit [3]. Zij pleiten voor 'doortastend beleid' en 'dappere keuzes' om Nederland van het slot te halen [1]. Het aanvragen van aanvullend onafhankelijk onderzoek voordat er een definitief besluit wordt genomen, kan door de partij worden gezien als een extra vertraging die bijdraagt aan de stagnatie waar zij tegen strijden [3].
Bronnen:
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
"Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
"Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."